Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


vrijdag 28 april 2017


Proef (gebiedende wijs enkelvoud)
In een dissertatie over de effectiviteit van communicatie zou best de volgende stelling kunnen voorkomen:
Hoewel belastingontduikers wel iets gemeen hebben met veel zendamateurs, komen belastingontduikers in alle lagen van de bevolking voor, maar zendamateurs niet.

PS: De bestrijding van de stelling lijkt mij lukratiever dan de verdediging ervan.


(Roland - PA3AHI)

dinsdag 3 mei 2016

Huishoudelijk geaard

Als de berg niet naar de amateur komt, dan gaat de amateur wel naar de (Jut)berg. Daar is deze week heel wat hoogfrequent verzameld. Voor mij een mooie gelegenheid voor wat mededelingen van enigszins huishoudelijke aard.

Wie over communicatie schrijft, moet er primair natuurlijk wel voor zorgen, dat zijn eigen boodschap goed overkomt. En dat is kennelijk niet helemaal gebeurd. De (en dus niet: het) in voorbereiding zijnde Handdoek voor de zendamateur, waarin de afleveringen van de serie "Zendamateurs onder het vergrootglas" worden gebundeld, heeft kennelijk hier en daar voor verwarring gezorgd. Het gaat hier dus niet om een handboek, maar om een handdoek, zo'n ding, waar je jezelf, maar ook een ander mee af kunt drogen en  die je ook in de ring kunt werpen. Geen typefout dus, maar een onschuldige vorm van bewuste misleiding, zo men wil.

De eerste afleveringen hebben meer email gegenereerd dan waarop ik had gerekend. Veel ranglijsten van paalklevers en hitparadisten ontvangen, die qua daarop voorkomende (roep)namen aardig met elkaar overeenkomen, hooguit in volgorde verschillen. Voor een juist begrip en een correct oordeel zij hier vermeld, dat ik niet tot de paalschurkers en hitparadisten reken degenen, die om instructieve of educatieve redenen van de repeaters gebruik maken of die voor een goede werking van de apparatuur regelmatig door anderen worden geraadpleegd. Blijven dus over de mannelijke equivalenten van de deelnemers aan theekransjes. Vrouwen hebben de naam, maar mannen.... Inderdaad.
De gespreksonderwerpen laten zich ook gemakkelijk rubriceren: mens en dier (van egel tot puppy), in en om het huis en niet te vergeten de medische rubriek. Want de hobby vergrijst en fysieke ongemakken en slijtageverschijnselen passeren dan ook regelmatig de revue. Wie verlangt er soms niet terug naar de tijd, dat er uitsluitend over de eigen hobby mocht worden gesproken?

Binnenkort mag op deze plaats een interview worden verwacht met iemand, die in het jargon wel wordt aangeduid als knijper. De controverse wordt dus niet geschuwd (maar wel met de nodige waarborgen en veiligheidsmaatregelen omkleed).

Tot slot van deze huishoudelijke mededelingen nog een wellicht nuttige tip, nog wel op rijm:

Woont u in Sexbierum of in Grubbenvorst,
En heeft u onverhoopt met zout gemorst,
Giet dan - en wel het liefst meteen,
Wat Franse rode wijn er overheen.

PA3AHI


zaterdag 30 april 2016

De paalklever

Naarmate  de zendamateur voor zijn dialoog met een mede-amateur of monoloog langduriger dan wel frequenter gebruik maakt van het analoge of digitale netwerk, wordt hij een dankbaarder studie-object voor allerhande -ogen. Van psycho- tot sociologen en alles, wat daar aan gedragswetenschappers tussen zit.

Er valt op eenvoudige wijze een lijst samen te stellen van degenen, die een (veel) meer dan gemiddeld gebruik van het netwerk maken, soms tot lering ende vermaak van zijn talrijke toehoorders, soms ook wel tot hun irritatie. Deze zgn repeater- of paalklevers, ook wel aangeduid als paalschurkers, hebben doorgaans veel te vertellen, maar weinig te zeggen en hadden eigenlijk liever politicus willen worden.

De toppers op deze lijst beschouwen zich graag als de maat der dingen, weten als geen ander hoe men zich te gedragen heeft als zendamateur en dragen dat vol overtuiging uit. Bovendien hebben zij in hun werkwijze wel iets weg van componisten als Haydn en Mozart, die ook gek waren op herhalingen. Het "da capo al fine" is hun handelsmerk. 

Het komt voor, dat hun optreden om niet altijd onbegrijpelijke redenen wordt onderbroken door oneigenlijk gebruik van de repeater door ongelicenseerden. Zodat de luisteraars even op adem kunnen komen. Dergelijke ingrepen leiden vaak een regelmatig terugkerende discussie in over zgn knijpers (waarover in een volgende aflevering meer), waaruit nog wel eens blijkt, dat zendamateurs het langst praten over onderwerpen, waar ze het eigenlijk niet over willen hebben.

De hitparadist
Kort na de recente intrede van de digitale communicatie voor zendamateurs is het fenomeen van de hitparadist ontstaan. Hij is nauw verwant aan de paalklever, maar heeft andere motieven. Sinds nog niet zo lang geleden een internationale ranglijst van digitale netwerk-gebruikers is gepubliceerd, heeft hij er alle belang bij om een zo hoog mogelijke klassering te krijgen. Buitenstaanders zien daar een vorm van reclassering in, maar zo niet de hitparadist. 

Hij heeft ook niet in de gaten, dat genoemde ranglijst is samengesteld met dezelfde bedoeling als waarmee een opa zijn kleinzoontje van zes laat winnen bij het dammen. De hitparadist wil zelf winnen en beschikt voor het vullen van de zendtijd over een uitgebreid arsenaal aan onderwerpen. Hij kan uren praten over de kwaliteit van hondenbakken, de fiscale voordelen van een veel jongere echtgenote en de vraag, wat hij zijn goudvis het best te eten en te drinken kan geven. De hitparadist vervreemdt langzaam maar zeker van zijn omgeving. Zijn vrouw roept vergeefs naar boven, dat het eten koud staat te worden en verzucht tenslotte: "Mijn man? Een mooi boek, maar ik heb het uit".



zaterdag 23 april 2016

Zendamateurs
(door PA3AHI)

Omdat het communicatieproces (het overbrengen van een boodschap van een zender naar één of meer  ontvanger(s)  en de feedback daarop) nergens beter bestudeerd kan worden dan bij radiozendamateurs, wordt het tijd om deze blog, gewijd aan taal en communicatie, stofvrij te maken en nieuw leven in te blazen. Ruimte hier dus voor de hobby-communicator bij uitstek: de zendamateur.


Voor het overgrote deel van hun nationale communicatie maken zendamateurs gebruik van twee uiterst geavanceerde en technisch hoogwaardige netwerken van zgn. repeaters, deels via Internet met elkaar verbonden. Een analoog netwerk en een vrij nieuw digitaal netwerk. De technische hoogwaardigheid van de netwerken is soms omgekeerd evenredig met het kwadraat van het niveau van de gesprekken, die er af en toe worden gevoerd, maar dit vooralsnog even terzijde.

De hier bedoelde communicatie tussen zendamateurs is door iedereen te volgen, hetzij rechtstreeks via een daartoe geschikte ontvanger, hetzij via op websites aangeboden streamings. Het beluisteren van die communicatie kan soms heel leerzaam zijn, maar vergt van de luisteraar vaak ook een behoorlijk uithoudingsvermogen en niet zelden ook een zekere stressbestendigheid. Want rijp en groen, kaf en koren, arm en rijk, kortom mensen met de meest uiteenlopende maatschappelijke en intellectuele achtergrond communiceren daar met elkaar, omdat nu eenmaal iedereen zendamateur kan worden, ook al moet er een proeve van enige bekwaamheid voor worden afgelegd. Je hoeft geen geschoolde communicatiedeskundige te zijn om te bevroeden, dat gesprekken tussen mensen met een zo diverse en uiteenlopende sociale en intellectuele vaardigheid niet zelden leiden tot onbegrip, irritatie en vervolgens scheldpartijen en bedreigingen. Temeer, daar de gesprekken niet meer uitsluitend over de eigen hobby moeten gaan (zoals vroeger), maar vrijwel alles tot onderwerp mogen hebben
Democratisering is mooi, maar het laat zich niet overal in het maatschappelijk leven straffeloos toepassen.

Handdoek voor de zendamateur
Democratisering van de media heeft er o.a. toe geleid, dat iedereen zijn eigen boek kan schrijven en uitgeven, in een formaat bovendien, dat op elke eReader te lezen is. Ook een proces met schaduwkanten, maar voor mijn Handdoek voor de zendamateur heb ik er toch dankbaar gebruik van gemaakt. Al moet ik zonder uitgever wel zelf voor de marketing zorgen.
Naar het voorbeeld van Klikspaan (J.Kneppelhout)'s Studententypen bevat mijn publicatie een aantal zendamateurtypen, zoals de paalklever, de repeaterterrorist, de technofilosoof, de hitparadist etc.
De kosten van de uitgave kunnen inmiddels al worden bestreden uit een aanbod van een amateur uit het noorden des lands, die er niet in genoemd wil worden.


woensdag 10 december 2014


Relatie

Ik hoop van harte dat het lukt',
Dacht de auctor intellectualis,
Hangend aan het snelwegviaduct,
'En ook, dat iedereen het lezen kan':
Caro ik hou van je jan.

Dat lijkt klare taal, ooit in vermoedelijk grote haast en rode letters op een viaduct over de A1 geschilderd. Zonder enige interpunctie, want daar was waarschijnlijk geen tijd meer voor. Of geen verf. En juist door het ontbreken van punten en komma's is de boodschap toch wat minder duidelijk dan zij in eerste instantie lijkt. Eén ding is zeker: de mededeling is gericht aan Caro. Maar wie houdt er nou eigelijk van wie of wat? In welke relatie staat Caro tot de auctor intellectialis van deze tekst? De taal zal ook hier weer een onuitputtelijke bron van inspiratie en misverstanden blijken te zijn.

Wie niet al eerder bij A.L.Snijders over Caro heeft gelezen, mag zich het hoofd breken over wat er met dat simpele zinnetje zoal bedoeld zou kunnen zijn, bij voorkeur in gezelschap en na enige alcoholische versnaperingen.
Voer ook voor thriller-schrijvende vrouwen. Ik hoor het wel.

zondag 30 november 2014


Voor de gemeenschap

Voor het frivole leven, zo werd ons enkele decennia terug in films nog voorgehouden, moest je in Tirol zijn. Dáár gebeurde het. En dus trok op zekere dag ook de dichter/schrijver Levi Weemoedt vol verwachting en met goede (wee)moed naar Oostenrijk. Maar blijkens zijn poëtische verslag van deze erotische expeditie moet het resultaat hem toch wat tegengevallen zijn:

Ik wilde al zo heel lang naar Tirol:
een lustig volk woont daar: rokken of broeken
kennen ze niet. De vrouw is blond, frivool.
De man ramt maar. De droefheid is ver te zoeken.

'k Zat bronstig door het busraam uit te kijken
zoals ik ook in menig nacht'lijk uur
die films verslonden had. Bergtoppen prijkten:
Maar waar bleef al dat bloot in de natuur?!

Daar blonk de Alpenwei! daar was het bal!
'k Liet jodelend mijn lederhose glijden,
smeet onderbroek en bril tot diep in 't dal,
want ginds lagen de eerste blote meiden!

O, 't werd voor allen daar een onvergetelijke nacht!
Een meid riep: Boeoeh...!  Had die soms meer verwacht?

Voor dit soort pret en vermaak hoef je tegenwoordig gelukkig niet meer helemaal naar Oostenrijk, maar kan je al in het Brabantse Oss terecht. Daar bestaat sinds kort de VDG, Voor De Gemeenschap. Een even vanzelfsprekende als met zorg gekozen naam voor een groep gelijkgestemden. Want wie is daar nou tegen? Het zijn vooral  natuurlijk jongeren (vanaf een jaar of twaalf), die voor de gemeenschap zijn, maar  de VDG telt ook wel oudere leden, hoewel die minder in te brengen hebben. Voor De Gemeenschap zal wel als carnavalsvereniging zijn begonnen, maar vorige week heeft de club ook meegedaan aan de lokale gemeenteraadsverkiezingen en werd meteen de grootste partij. Niet onbegrijpelijk, want een mens wil wel eens wat, ook of desnoods in groepsverband.
Persoonlijk vind ik het een prachtige naam voor een politieke partij: Voor de gemeenschap. Daar is over nagedacht, zij het vermoedelijk niet al te lang. Het mooiste en tevens meest uitdagende lijkt mij nog om van zo'n partij lijsttrekker te zijn. Want waar kan zo'n functie dankbaarder worden vervuld temidden van al die mensen, die voor de gemeenschap zijn?


maandag 24 november 2014

Modern times

Laatst vroeg iemand, die wel van een eitje bij zijn ontbijt houdt, maar kennelijk nog niet zo vertrouwd was met Facebook, aan mij: "How do you like your eggs in the morning?"
Ik heb hem uitgelegd, dat dat heel eenvoudig was. Hij hoefde alleen maar even op het icoontje met de duim omhoog te klikken.

Leonard Cohen, een Facebook-gebruiker avant la lettre, vond destijds bij het uitbrengen van één van zijn songs al meteen, dat men dat liedje maar mooi moest vinden: "Like a bird on a wire". Gebiedende wijs enkelvoud. Nu maak ik zelf wel uit, wat ik like of niet like, maar in dit geval kon ik me zijn dringende verzoek wel voorstellen. Want een 'bird on a wire' zie je haast niet meer. Alles is bijna wireless geworden. Logisch dus, dat veel mensen de draad kwijt zijn. Hij is er gewoon niet meer. En dat werd in het rampjaar 1672 al voorspeld: Het volk wordt reddeloos, de regering redeloos en het land dradeloos. En precies zo is het gegaan.

vrijdag 26 september 2014

Happy days

Een deftig Engels paard, een horse of course,
Ontmoette laatst op een congres in Helsingfors,
Een hele slanke, machtig mooie merrie,
Afkomstig uit de buurt van Londonderry.

Toen haar chaperon, een Ierse setter,
Haar in de drukte eventjes was kwijtgeraakt,
Is van de situatie grif gebruik gemaakt,
En dacht daarna het paard: 'It likes me better,
Als ik, ter voorkoming van veel herrie,
Zo gauw als't kan met deze merrie marry'.



maandag 1 september 2014

Ook al is dit maar een testbericht,
Het moet lijken op een echt gedicht,
Ditmaal in de vorm van een kwatrijn,
Waar ik best tevreden mee kan zijn.


vrijdag 7 februari 2014

Ingewijd


Zó dichtbij en toch zo heel ver weg,
Als ik fluisterend iets tot je zeg.
Jij slaapt de slaap der machtelozen,
Waar je niet zelf voor hebt gekozen.


Het zijn de mooiste regels, ooit door mij geschreven.
Doch liever waren zij maar ongepubliceerd gebleven,
Al is hiermee wel tegelijkertijd verklaard,
Waarom zo lang hier niets meer werd geopenbaard.


Het hart speelde je danig parten:
Het klopte wel, maar niet van harte.
Wat jij ternauwernood mocht overleven,

Heeft je wel tot medisch unicum verheven.

vrijdag 3 januari 2014

Oplossend vermogen

 

Hij was al jaren alcoholist,
Hoewel hij met zekerheid wist,
Dat alcohol geen oplossing is voor je problemen.
Maar melk is dat evenmin,
Zodat hij zonder tegenzin,
Toch zijn borrel maar bleef nemen.

 

2014-01-03 10.07.16

Bovenstaande foto werd onlangs in een gerenommeerde kunstgalerie gemaakt. Jammer, dat de publieke belangstelling niet zo groot was, maar het deed me toch wel goed, dat ik eindelijk eens aandachtig werd bekeken. Door een vrouw nog wel. Ook al veronderstelde iemand, dat de locatie wel de hal van een politiebureau moest zijn…. En er dus wel ergens GEZOCHT bij de prenten zal hebben gestaan. Maar beter dat een ander zegt, dat ik gewild ben en gezocht word, dan dat ik dat zelf doe.

Voor de goede orde deel ik nog even mee, dat bovenstaande onderwerpen niets met elkaar te maken hebben en elke overeenkomst dus op louter toeval berust. Dit om misverstanden te voorkomen.

maandag 30 december 2013

Voorkeuren

 

Ik jas piepers en klavers,
Houd van ma en pa Pavers,
Ik ga graag – dat is het leuke,
Met mijn vrouw weer eens bridgen,
Leg mijn troeven dus op tafel,
En houd verder nu mijn snavel.


“Dat zal tijd worden”. hoor ik u en in ieder geval mijn dochter al denken. En u wordt op uw wenken bediend, want u zult mij hier de komende vier dagen niet meer zien of horen. Bridgen in de bossen. Voor mensen, die dit spel niet kennen (en dat zijn er zo langzamerhand niet veel meer), blijft het toch ietwat vreemd klinken als hij een bridger tegen zijn vrouwelijke partner hoort zeggen: “Jij moet op tafel” of : “leg het vrouwtje maar op die boer”. Ach, zo heeft elk spel zijn leuke kanten. Daar is het tenslotte ook een spel voor.

Mochten de resultaten daar aanleiding toe geven, dan hoort u hierover aan het eind van de week nader. Nu wens ik u in ieder geval een goede jaarwisseling en een gezond of zo gezond mogelijk 2014.

zondag 29 december 2013

En de boer zoekt voort…

 

Een boertje uit het Brabantse Moergestel,
Scherp van geest, maar met een zwak gestel,
Dacht: als ik mij nu híer eens nestel,
Dan vindt het vrouwtje mij vanzelf wel.

En slim als boeren zijn, bleek hij daar geen ongelijk in te hebben. Er meldde zich zelfs een kandidate uit Engeland. Vrouwen hebben een neus voor zoekende boeren. Ook deze kwam gewoon op de lucht af:

Een mooie vrouw uit Chesterfield,
Die ontzettend veel van boeren hield,
En zélfs in’t Nederlands kon boeren,
Dacht: als ik aan gene zijde van de plas,
Dat Moergestels varkentje eens was,
En me dan gewillig daar laat vloeren…

Als je je een uur hebt opgehouden in een vertrek, waar gerookt wordt, stink je drie weken naar de nicotine. Hoe zouden vee-houdende boeren zo’n soortgelijk probleem oplossen? Waarschijnlijk lossen ze het helemaal niet op, want vrouwen zullen niet voor niets een neus voor zoekende boeren hebben. Tot over de landsgrenzen heen.
Ik ben trouwens heel benieuwd hoe de communicatie tussen de Engelse vrouw en de Moergestelse boer zal verlopen, want Geurt moest al vanaf zijn twaalfde in het bedrijf van zijn vader meehelpen.

I am Geurt and I boer very good,
Because it already in the sterren stood.

Hier laat mijn spellingcontrole het afweten, maar dat zal bij John O’Mill ook wel het geval geweest zijn.

vrijdag 27 december 2013

Vega Kerstdiner

 

De één zat ongemakkelijk en onbehouwen
Met zorg een stukje kunstvlees te herkauwen.
Een ander rookte buiten (heel gezond) een sigaretje,
Of at aldaar een stiekem meegebracht kroketje.

dinsdag 24 december 2013

Boeken

 

Men kan vele mooie reizen boeken,
En ook vele mooie boeken lezen.
Lezen doet men iemand ook de les,
En wil men soms zijn dorst eens lessen,
Grijpt men toch eenvoudig naar de fles?


Wanneer ik mij weer door een stapel boeken wurm,
En ik boek geen voortgang of succes,
Dan denk ik wel eens: ik verscheur ‘m.
Maar spring dan toch weer voor de boeken in de bres.


In boeken is in de loop der eeuwen veel wijsheid verkondigd en over boeken eveneens. Lang voor de boekdrukkunst was uitgevonden, wist Cicero al, dat een kamer zonder boeken is als een lichaam zonder ziel. Al was Goethe van oordeel, dat veel boeken niet zijn geschreven om wat uit te leren, maar om te laten zien, wat de schrijver weet. Dat is nog steeds zo, lijkt me.
Veel boeken hebben, evenals mensen, hun succes aan hun titel te danken, zo heeft ook eens iemand beweerd. Ik onthoud mij hier veiligheidshalve maar van een oordeel, maar als aforisme klinkt het in ieder geval goed.
De schrijver Mark Twain, die zijn manuscripten persoonlijk naar zijn uitgever bracht omdat hij de posterijen niet vertrouwde, zei eens: “Een klassiek boek is een boek, dat iedereen gelezen wil hebben en niemand wil lezen”.
Eén ding is in ieder geval wel duidelijk:


Een kamer zonder boeken
Is als een keuken zonder pan,
Als moeders zonder koeken,
En als Wim zonder Kan.

maandag 23 december 2013

Op weg naar 2014

 

Voor iedereen, die dit hier ziet of leest:
Een prettig Kerst- en Nieuwjaarsfeest.
(Roland Bekking & Wallie Lindner)

Reis

Wij zijn tijdig in de trein gestapt,
Om het nieuwe jaar op tijd te halen.
Maar nu reeds zij alhier verklapt,
Dat wij ontzettend zullen balen,
Als wij - niet gans tot ons verbazing -
Er zullen arriveren met de nodige vertraging.

zondag 22 december 2013

Zeugma(ta)

Dankzij het Groot Dictee der Vreemde Woorden ben ik er – ondanks alle ergernissen en geestelijke en lichamelijke ontberingen – nu wel achter gekomen, met welke stijlfiguur ik mij eigenlijk graag bezighoud. Dat blijkt het zeugma te zijn. Nooit eerder van gehoord, maar dat gold voor bijna alle woorden, die in het Groot Dictee voorkwamen. Ik had graag gezien, dat ze een andere naam voor mijn favoriete stijlfiguur hadden bedacht, maar ik zal het er mee moeten doen. Ik vind het maar een raar woord. Er zit een luchtje aan en het doet mij dan ook denken aan het boerenleven. En dat komt natuurlijk ook, omdat zeugma uitnodigt om ook het bestaan van zeugpa en wie weet wat voor zeugen nog meer, te veronderstellen. En dan is het nog maar een kleine stap naar “Boer zoekt vrouw”, alwaar het zeugma op uitgebreide schaal kan worden toegepast. Ik zal u eerst een paar voorbeelden geven. Dan kunt u daarna het stukje, waarin ik uitleg, wat een zeugma nou precies is, gerust overslaan.

Enige zeugmata in de agrarische sector:

- boer zoekt vrouw en mot;
- knecht slaat boer dood en diens echtgenote aan de haak (of gade);
- de boom werd op- en de buurman afgetuigd (zie ook onderstaande Kerstgedachte);
- hij pakte de vrouw en zijn biezen, sloeg een arm om haar heen en vervolgens rechtsaf en tenslotte door;


En zo zijn er nog talloze zeugmata te bedenken, de ene nog leuker of minder leuk dan de andere. Een met zorg gekozen zeugma heeft een komisch effect, maar als ergens overdaad schaadt, dan is het wel hier. Maar verwerkt in gedichten willen zeugmata nog wel eens bruikbaar zijn en tot verrassende effecten leiden.

Wat een zeugma is, leert ons de Van Dale:
Een stijlfiguur, waarbij een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord wordt verbonden met twee zelfstandige naamwoorden of een zelfstandig naamwoord en een ander woord, , maar eigenlijk op één van beide slaat.


Een beetje daarbij in de buurt komt de volgende Kerstgedachte:

De boom is opgetuigd,
En ik ben opgetogen,
En door de buurman afgetuigd,
Daar wij elkaar niet mogen.


 

vrijdag 20 december 2013

Bekentenis

 

Ik liet mij als gewoonlijk heel gedwee
En moeiteloos verleiden,
Tot het meedoen aan het Groot Dictee,
Maar ben niet te benijden.

Want afgezien nog van het resultaat,
Waarover ik zal zwijgen,
Ben ik tot nu toe nauwelijks in staat,
Om nog een woord te schrijven.

Mijn vingers stijf, mijn tenen krom,
Zoals wellicht bij velen,
Of was het mogelijk de ouderdom,
Die mij parten hier ging spelen?

Tussen al die vele vreemde woorden,
Herkende ik nog DE en HET,
Maar wist, dat dát niet scoorde,
Dus toen maar gauw weer Lingo opgezet.

donderdag 19 december 2013

Nog meer woorden

Vanmorgen met stijve vingers en een minderwaardigheidscomplex opgestaan en voor alle zekerheid eerst maar eens mijn DNA-gegevens bij de plaatselijke DNA Databank laten controleren. Die bleken na twee jaar al behoorlijk verouderd, dus meteen laten updaten. En een uitdraai gevraagd. En ook nog gekregen. Weer thuis bleek de spellingcontrole van mijn tekstverwerker het niet meer te doen. Allemaal vanwege dat Groot Dictee der Vreemde Woorden van gisteravond.Van Kooten moet maar weer met De Bie gaan spelen in plaats van met de taal. In zijn tekst herkende ik af en toe een Nederlands woord, maar dat waren dan voornamelijk lidwoorden.

Trouwens, over lidwoorden gesproken: ik was nog maar goed en wel bijgekomen van de verschrikkingen van genoemd dictee, of ik las in de Volkskrant vanmorgen de kop “Boeren zullen nog meer naar het pijpen van hun afnemers moeten dansen”. Het was uitgerekend een lidwoord, dat hier voor verwarring zorgde en mij de tekst nogal vreemd en zelfs vrijmoedig deed vinden. Of was het misschien toch mijn eigen dirty mind? Het leek mij een uitgemaakte zaak, dat als het lidwoord het correct gebruikt was, het bijbehorende artikel over mijn geliefde onderwerp “boer zoekt vrouw” zou moeten gaan. Maar nee hoor. Het ging over de afnemers van kippen en eieren en andere agrarische producten, dus had er de moeten staan. Dacht ik. Maar inmiddels weet ik beter.

Mijn vingers nog pijnlijk en mijn tenen nog krom van het dictee werd ik er vandaag gevoelig op getikt, resp. getrapt. Zowel dansen naar de pijpen, als dansen naar het pijpen is correct. Voor wie het naadje van de kous wil weten, legt Onze Taal het hier uit.
Ik geef intussen de pijp aan Maarten. Ofschoon hij al een tijdje niet meer rookt. Tegenwoordig leven rokers eigenlijk best gezond. Zij komen veel meer in de buitenlucht dan niet-rokers.

In jet kader van “Ken uw klassieken” nog even het volgende geprobeerd:

Waar werd oprecht berouw
Van een vreemd gegane vrouw,
In Neêrland ondervonden?


Verschillende vooral jongere lezers, die in deze regels geen Vondel herkenden, vroegen zich af, waarom ik dat wilde weten en waar ik me eigenlijk mee bemoeide.
De parodie is een leuk genre, mits men zich bij de beoefening ervan wel houdt aan het ritme en het rijmschema van het oorspronkelijke werk, zodat dat nog herkenbaar blijft. Anders schiet de parodie zijn doel voorbij. En dat doet me dan weer denken aan het opschrift, dat ik onlangs op een begraafplaats tegenkwam:

Hier rust Hendrik Jan van Dordt
Van de plaatselijke schutterij.
Hij schoot bokken en tekort

En bovendien zijn doel voorbij.

dinsdag 17 december 2013

Words, words, words…

Het woord selfie (een doorgaans met een smartphone gemaakt zelfportret) heeft het in Nederland tot woord van het jaar gebracht. En het klinkt internationaal genoeg om het ook in andere landen tot woord van het jaar te kunnen brengen. Hetgeen dan ook is gebeurd. In België en zelfs in Engeland.

“Send me a selfie”,
Zei de trainer van Chelsea,
And we shall see
What happens to be”.


Ja ja, die Mourinho spreekt al een aardig woordje Engels, zoals u ziet.

Op de tweede plaats eindigde het woord socialbesitas, hetgeen een overmatig en dwangmatig gebruik van sociale media betekent. Het woord doet me denken aan in dit geval een Turkse voetbalclub, maar verder heb ik er niets mee.
Op een eervolle (nou… eervolle…) derde plaats eindigde sletvrees, hetgeen – zoals het woord al doet vermoeden – betekent: vrees om voor slet te worden aangezien. Kennelijk leeft die vrees bij zóveel vrouwen, dat het woord sletvrees tot de drie populairste en meest-gebruikte woorden van dit moment kon doordringen. En dat geeft te denken. En op grond waarvan zou die vrees eigenlijk bestaan? Of ontstaan? Een zorgelijke zaak. En hoe zouden Chinese vrouwen in ons land met het begrip sletvrees omgaan?

Maar meer zorgen maak ik me over de vraag, wie de zorg voor de zorg nu eigenlijk een zorg zal zijn. Veel vertrouwen heb ik er niet in, want de discussies gaan alleen over de noodzakelijke bezuinigingen aan de ene kant en de werkgelegenheid in de zorgsector aan de andere. Degenen, voor wie de zorg bedoeld is, blijven helemaal buiten beeld.
Maar in Meppel heeft men daar iets op gevonden. Daar krijgt de clientèle van de voedselbank vuurwerk bij het eten, zodat ze volop mee kunnen doen met het in rook laten opgaan van veel geld. En dat in een tijd, dat het ons minder heet te gaan. Een béétje paradoxaal, dat wel.

In Meppel krijgt men bij de voedselbank,
Een doos met vuurwerk bij het eten,
Opdat ook hier de armen God ij dank,
Zich even met de rijken kunnen meten.


Maar zou men niet moeten bedenken,
Dat als het geld in rook is opgegaan,
Die goedbedoelde vluchtige geschenken,
De armen toch met lege handen laten staan?


En dan maar hopen, dat tussen het vuurwerk zich geen illegaal spul van Poolse herkomst bevindt, want anders is de rij mensen voor het loket van de polikliniek op 1 januari misschien wel groter dan voor dat van de voedselbank.