Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


donderdag 10 februari 2011

Tussenstand

Het gaat goed met mijn weblog. Deze week steeg het aantal Volgers van de ene dag op de andere met niet minder dan 100%, het aantal losse lezers daarbij nog niet eens inbegrepen.  Als die procentuele groei zich - al was het maar per week - in hetzelfde tempo blijft voortzetten, zal ik binnen een half jaar successchrijvers als  Carlos Ruiz Zafón en Stieg Larsson in populariteit verre hebben overtroffen. En dan zal mijn weblog ook vertaald moeten worden. Dat kan ik met een enkele druk op de knop (lees: muisklik) door Google laten verrichten, maar dan weet helaas niemand meer, waarover het gaat. Maar voorlopig maak ik mij over heel andere zaken zorgen: hoe blijf ik bij dit snel op mij afkomende succes toch eenvoudig en bescheiden? Dat zal niet meevallen.

woensdag 9 februari 2011

Geslacht

Pas op gevorderde leeftijd heb ik belangstelling gekregen voor mijn geslacht. Nee, niet op de manier, zoals u dat graag zou denken. Díe interesse laat ik aan anderen over en in mijn geval tevens aan het andere geslacht. De belangstelling, die ik hier bedoel, is van genealogische aard en heeft dus alles te maken met stambomen, kwartierstaten, parentelen e.d. Tenslotte komt er in ieders leven een moment, dat hij interesse in zijn roots gaat tonen. Naast de gynaecoloog hebben ook verschillende genealogen van het snuffelen aan en onderzoeken van geslachten hun beroep gemaakt. Met dit verschil, dat het onderzoek van de genealoog heel wat diepgaander en tevens tijdrovender is dan dat van de gynaecoloog, dat echter weer beter betaalt. Beiden zijn geslachtsdeskundigen, maar het is toch wel zaak, om op cruciale momenten geen onduidelijkheid te laten bestaan over de vraag, tot welke categorie men behoort. Mij is het ooit eens overkomen, dat een ander kennelijk niet meteen in de gaten had, wat voor soort onderzoek ik wilde instellen:


Ïk ben geïnteresseerd in uw geslacht", 
Zo sprak de genealoog vrijmoedig.
"Maar doet u het wel zacht?"
Zo vroeg de vrouw koelbloedig.


Dat is dus goed afgelopen. Maar voor het zelfde geld had ik een draai om m'n oren gekregen. Of erger. Binnenkort mag ik een groepje mensen wat over mijn ervaringen als onderzoeker vertellen. Ik ga er maar van uit, dat dáár wel duidelijk zal zijn, in welke hoedanigheid ik dat doe.

dinsdag 8 februari 2011

Floating Hand

Wibi Soerjadi heeft een nieuwe pianotechniek ontwikkeld, die hij de naam Floating Hand heeft gegeven. Een wat ongelukkige benaming, zeker in een tijd, dat zowat de helft van de bevolking in kerk en kinderdagverblijf in heden en verleden blijkt te zijn misbruikt door de andere helft. Voor 520 Euro krijgen jeugdige getalenteerden van Wibi drie dagen de gelegenheid om te ervaren, wat onder "floating hand" moet worden verstaan. Zo te zien (op Soerjadi's website) gaat het er tijdens zo'n masterclass vrolijk toe. Zelfs het op een matras de trap af glijden hoort bij de cursus of therapie en is bij de prijs inbegrepen. Maar of dat nu veel bijdraagt tot de muzikale vorming, meen ik toch wel te mogen betwijfelen. Misschien de weerbaarheid? Het kán zijn, dat de trap in zijn comfortabele woning symbool staat voor de toonladder, maar dan nog.... Maar dat Wibi wat aan financiële risicospreiding doet, lijkt me overigens wel begrijpelijk.

maandag 7 februari 2011

Inspiratie

F.Abrahams: geïnspireerd
Het geeft mij steeds weer een voldaan gevoel als ik andere mensen tot creativiteit weet te inspireren. Ditmaal was Frits Abrahams, columnist van de NRC zo fortuinlijk om dat lot te mogen ondergaan. Op woensdag 2 februari j.l. meldde ik hier in "Gesprek", hoe mijn dochter Gerda mij liet kennismaken met de muzieksite Spotify en alle voordelen en geneugten daarvan. En ja hoor, twee dagen later liet ook Frits Abrahams zich op dezelfde wijze door zijn dochter overtuigen en verrassen en deed daar uitgebreid verslag van in zijn column "Een programmaatje op de computer" op de Achterpagina van de NRC d.d. 4 februari. Dus de NRC meteen maar even van deze komische coïncidentie in kennis gesteld. Bijgaande foto heb ik van de NRC geleend, zoals de NRC het idee voor de column van mij heeft geleend. De ene collegiale dienst is de andere waard, nietwaar? Tenslotte heb ik zelf ook jarenlang voor de NRC geschreven, zij het meestal op andere pagina's.


Vanmiddag twee politiemannen aan de deur gehad. Of ze mijn wapenvergunning even mochten zien. Ik zei, dat ik geen wapen had en dus ook geen vergunning, maar daar waren ze nog niet zo van overtuigd. Uit mijn weblog hadden ze een andere indruk gekregen. Of ze even binnen mochten komen. Dat mocht. Twee keurige jongens van een jaar of 25, van wie er één de inburgeringscursus met groot succes moet hebben gevolgd. Onberispelijk in het uniform. Ze hadden het zelf niet gelezen, maar een collega meende toch uit de tekst begrepen te hebben, dat ik hoogstwaarschijnlijk een Walther zou hebben. En nóg een wapen, waarvoor ik zelf dacht, geen vergunning nodig te hebben, maar dat wensten de agenten liever zelf vast te stellen.
- Om met het laatste te beginnen: wat is dat voor een wapen?
- Als uw collega mijn blog goed heeft gelezen en ook nog een beetje  fantasie heeft en tussen de regels door kan lezen, kunt u wel raden, wat voor wapen dat is.
- We hebben toch liever, dat u het zelf zegt.
- Ergens heeft het iets met een pijl-en-boog te maken...
- Meneer, we gaan er geen spelletje van maken. Is het een automatisch wapen?
- Nee, zo zou ik het zeker niet willen noemen.... gelukkig niet.....
Terwijl de vragensteller zich op Noordafrikaanse wijze kwaad begon te maken, vertoonde zich op het gelaat van de ander een steeds breder wordende glimlach. Hij fluisterde zijn collega vervolgens wat in het oor. De ingeburgerde keek de ander verbaasd en niet begrijpend aan, maar zei niettemin:
- Goed, gaan we over op het andere wapen, de Walther. Heeft u een Walther?
- Nee, wat zou ik ermee moeten?
- Wat dacht u zelf? Schieten natuurlijk....
- Maar ik heb niets of niemand om op te schieten.
- Dat schiet niet op, mompelde de andere agent.
En dat dééd het ook niet.
We hebben nog wat gekeuveld over het nieuwe dienstwapen van de politie en over macht en gezag. Ik gaf - overigens pas nadat zij ervan overtuigd waren, dat ik geen wapen bezat - te kennen, dat de politie veel macht maar weinig gezag had, maar de beide dienders waren juist van het omgekeerde overtuigd. Ik heb het maar zo gelaten, al moest ik wel even denken aan een op rijm gezet voorval in een andere provinciestad:


Laatst zag ik in de binnenstad van Zwolle
Een bejaarde achter een rollator hollen.
Hij bevond zich ken'lijk op het dievenpad,
En werd nagezeten door de Hermandad.


Want al is des grijsaards grijpkans groot,
De weerstand, die hij nochtans bood,
Mocht strijdlustig en voorbeeldig heten
Voor wie met hem in "Huize Avondrood"
Hun laatste levensjaren sleten.


Maar al met al mag mijn weblog zich kennelijk in de belangstelling van pers en politie verheugen. Dat kan geen kwaad.


zondag 6 februari 2011

Walt(h)er

...met Walther...
Een enkele maal meldt zich via het eerder door mij vermelde Skype-venstertje een onbekende dame met zeer bekende bedoelingen. Maar vanmorgen zocht ene Walter contact met mij. En aangezien ik geen enkele Walter ken, heb ik ook dit contactverzoek maar genegeerd. De enige Walter die ik ken, is een pistool. James Bond is er beroemd mee geworden. Of misschien heeft hij de Walther (want zó schrijf je het eigenlijk) juist nóg bekender gemaakt. Maar James Bond zal het wel niet geweest zijn, die contact met mij zocht. Zó bont zal hij het toch niet maken.
Weliswaar beschik ik zelf ook over een wapen, maar daar hoef je weer geen vergunning voor te hebben, al is een selectief gebruik ervan wel wenselijk.


Vandaag even bij de enige Volger, die ik tot nu toe heb, op bezoek, want zulke trouwe fans moet je natuurlijk wel in ere houden. In dat opzicht onderscheid ik me toch wezenlijk en in positieve zin van bijvoorbeeld een Frans Bauer, want geloof maar niet, dat hij zijn fans persoonlijk opzoekt.

zaterdag 5 februari 2011

Achterklap

Zodra het volk is uitgekeken op  "Boer zoekt vrouw" (wat voorlopig nog wel niet het geval zal zijn), ligt er in Hilversum een nieuw programma klaar: "Vrouw laat boer". Ik heb er gisteren een proefuitzending van mogen bijwonen. Hoewel aan het populaire datingprogramma toch wel een dubieus agrarisch luchtje zit, was men aanvankelijk van plan om de komende jaren bij wijze van follow-up zo'n tot stand gekomen boer-vrouw-relatie in beeld te brengen onder de titel "Vrouw laat boer het achterste van haar tong zien", waarin de vrouw zich op een openhartige wijze bloot zou geven over haar ervaringen. Zeer geschikt dus voor televisie en boven de 18 (thans 12). Maar de titel werd te lang en dus onbruikbaar bevonden. Een suggestie, om de naam van het programma in te korten tot "Vrouw laat boer haar achterste zien", werd niet serieus en bovendien nog te lang gevonden, zodat men uiteindelijk uitkwam op "Vrouw laat boer". Van de oorspronkelijke titel is dus niet veel meer overgebleven en van de aanvankelijke opzet evenmin. Het is nu een spelletjesprogramma op de radio geworden, waarbij de luisteraar betrokken wordt. Een beetje te vergelijken met "Nootschieten" in het lunchprogramma van de AVRO op Radio 4. Daar mag de luisteraar aan de hand van een uiterst kort muziekfragmentje raden, van welke componist en uit welk werk dat 1 seconde durende fragmentje is. Bij "Vrouw laat boer" mag de luisteraar zeggen, welke boer bij welke vrouw hoort. Dus het is zaak, om nu al goed bij "Boer zoekt vrouw" op te letten.
Bij de proefuitzending was ook een onderweg zijnde automobilist als luisteraar betrokken. Hij dacht, dat hij een klapband had.
Als de formule van "Vrouw laat boer" aanslaat, zullen de plannen voor een vervolg daarop snel worden uitgewerkt. U begrijpt het waarschijnlijk al. We komen dan in de sfeer van de petomanie terecht. U hoeft niet op te zoeken wat dat betekent, want ik schreef er jaren geleden al een gedichtje over onder de titel "De petomaan". Wat een petomaan is, blijkt gauw genoeg.


Zij ging met alle winden mee,
Paste zich steeds flexibel aan,
En liet zich dan ook heel gedwee,
Verleiden door een petomaan.


Alles werd plots stormachtig en opwindend
Want het leven met een petomaan
Vereist nu eenmaal onverbindend,
Een goed gehoor- en reukorgaan.


Zij kende weldra zijn volledig repertoire,
Dat hij haar zelfs in bed liet horen.
Zij maakte geen bezwaar,
Doch minde naar behoren.


Maar toen bij 't intiem verkeren,
Hij het eens durfde wagen,
Zijn geurige geluid te produceren,
Begon zij zich toch af te vragen


Of zo'n bezeten petomaan
De homo-sex wel kon bekoren.
Want dan krijgt hij - neem dat maar aan,
Pas echt de wind van voren.


G.Flaubert
Ook Hans Dorrestijn heeft eens een gedicht over een petomaan geschreven. Ik zou u graag een link naar zijn visie op deze kunstvorm aanbieden, maar heb die helaas niet kunnen vinden. Niet zo erg overigens, want ik vind mijn gedicht eerlijk gezegd mooier. U ziet: iedere bescheidenheid is mij vreemd, ook al onderschrijf ik van harte, wat Gustave Flaubert eens aan zijn minnares Louise Colet schreef: "Een schrijver moet in zijn werk zijn als God in het heelal: overal aanwezig en nergens zichtbaar".

woensdag 2 februari 2011

Gesprek

Enkele minuten nadat ik vanmorgen mijn PC had opgestart verscheen rechts beneden in beeld het bekende venstertje van Skype, waarmee wordt aangegeven, dat één van. je contacten zojuist ook zijn computer heeft aangezet en on line is. In dit geval was het mijn dochter, die even later dan ook belde.
- Stoor ik?
- Nog niet. Ik was net met een gedichtje begonnen. Iets in de trant van
Voor wie mij oppervlakkig kent,
Ben ik best een leuke vent,
Met wie het prettig potverteren is,
Al ging dat ook diverse keren mis.
.......
- Hallo, ben je er nog?
- Jazeker, maar ik wacht.
- Waarop?
- Op het vervolg. Je begon je rijmpje met mensen, die je oppervlakkig kennen, maar waar blijven degenen, die jou wat beter kennen? Er hoort nog een tweede couplet bij, bijvoorbeeld
Maar voor iemand die jou beter kan,
Ben je meestal maar een arrogante man,
Met wie het minder prettig toeven is,
En liefde doorgaans leidt tot droefenis.
-Ja ja..... het is trouwens "kent" en plaats van "kan"
-Ja pa, dat weet ik ook wel, maar "kent" rijmt niet. Je gaat dat gedichtje toch niet op je blog zetten, hè? Nu we het toch over dichten hebben - en daar belde ik eigenlijk ook voor: Ken jij een zekere Ron de Rijcker?
- Nooit van gehoord. Wie moet dat zijn?
- Een gevluchte Vlaming. R.E. de Rijcker heet hij officieel. Gisteren op een feestje ontmoet.
- Waar moet een Belg nou voor vluchten?
- Dat hoor ik nog wel.  Ik dacht, dat jij hem misschien zou kennen, want hij schijnt ook te dichten, al hoop ik van harte, dat hij dat beter doet dan jouw
-Dan jij...
- Ik was nog niet uitgesproken: dan jouw gepruts. Die literaire anekdotes vind ik hartstikke leuk, maar ga alsjeblieft geen eigen gedichten op je blog zetten. Maar van die De Rijcker heb je dus in ieder geval nooit gehoord?
- Kent Google hem niet?
- Heb ik al geprobeerd.... Niks.
- Dan zal het ook wel niet veel bijzonders zijn. Hoor je trouwens nog wel eens wat van je ex?
- Nee, gelukkig niet.
- Ik las, dat hij weer in opspraak is geraakt, nu wegens levering van inferieure software aan een branche-organisatie, geloof ik.
- Verbaast me niks. Wat me wel verbaast is dat hij heeft goedgevonden, dat ik zijn achternaam blijf voeren. Voor mij wel zo prettig. Val ik tenminste niet zo op als jouw dochter.
- Het is nog maar de vraag, voor wie dat prettiger is, voor jou of voor mij. Maar in ieder geval good luck met die ontsnapte Belg en thank you for calling. Goodbye.
- Jo Stafford. toch?
- Zeker! Wat goed van jou. Was toch ver voor jouw tijd.
- Van Deyssel was toch ook ver voor jóuw tijd? Zal dat liedje nog eens draaien. Lekker sentimenteel, maar toch best mooi.
- Heb je dan een plaat of CD van haar?
- Nee pa, dat hoeft tegenwoordig niet meer. Even een internetverbinding maken met Spotify en je kan kiezen uit meer dan 8 miljoen composities. Op afroep beschikbaar, van Corrie Konings tot Emmylou Harris en van Duke Ellington tot Mahler. Heel handig op feestjes. Je vraagt je gasten, wat ze willen horen en ze worden  onmiddellijk op hun wenken bediend. En kost niks. Natuurlijk wel een goede geluidsinstallatie aan je PC of laptop hangen.
- Hoe heet dat precies?
- Spotify. Kijk maar even op Google. Zelfs voor jou wel leuk. En niet van die gekke gedichtjes op je blog hoor. Ik schaam me dood.
- Doe dat. En doe ook de groeten aan je broer.


Zo, dat was dus mijn dochter Gerda, sinds een jaar gescheiden van een wat branie-achtige IT-man. Leuk om een borrel mee te drinken, maar dat was het dan ook wel. Maar ze heeft er gelukkig geen hekel aan mannen  aan overgehouden. In tegendeel, zou ik haast zeggen, maar met een man onder één dak? Nee, daar is ze voorgoed van genezen. Zegt ze.


En nu nog even het antwoord op de vraag, wie nou zo graag dagelijks de afbeelding van Lodewijk van Deijssel wilde bezoedelen. Dat was de dichter Edward B.Koster. Zijn debuut, Liefde's dageraad en andere gedichten, was door Van Deyssel in De Nieuwe Gids niet al te vleiend besproken. Eigenlijk was de dichtbundel zelfs helemaal niet besproken, maar werden er alleen een paar opmerkingen over de debuterende dichter gemaakt. Van Deyssel noemde hem "iemant met een vies zieltje, een zieltje als een poepje".
Hij vergeleek Koster met een "oudachtig duf jufje, dat de kleren opdraagt van de menschen, bij wie ze vroeger in dienst is geweest". Koster heeft nog enige tijd met het plan rondgelopen om Van Deyssel naar aanleiding van deze en andere opmerkingen "kapot te schieten", maar volstond uiteindelijk met het aanbrengen van de beeltenis van Van Deyssel (die overigens bepaald niet moeder's mooiste was) op de bodem van zijn wc-pot.