Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


maandag 14 maart 2011

Klacht

- Pap, hoe kan je nou in hemelsnaam zo stom zijn om op een snelweg te stoppen, alleen om even te kijken wat er op een bordje staat? Dat is toch vrágen om moeilijkheden?
- Dat bordje staat er toch om gelezen te worden? Maar ik was niet verder gekomen dan "Heeft u klachten? Bel 07...." Dus stop ik om even te kijken, welk nummer ik dan moet bellen. Heel logisch, lijkt me.
- Maar wat had je dan voor klachten?
- Dat Rijkswaterstaat borden langs de weg plaatst, die de veiligheid van het verkeer in gevaar brengen.
- En hoeveel heeft het je nu uiteindelijk aan boetes gekost om die klacht te kunnen indienen? Had je dat voor zoveel geld niet beter aan een ander kunnen overlaten?
- Een ander doet het niet.
- Dus voel jij je weer geroepen...
- Nu ik je toch aan de lijn heb: ik heb de groeten aan Kees gedaan en hij zei, dat ik wel eens wat beter op je mocht letten. Wat kan hij daarmee hebben bedoeld?
- Ach, die lieve Kees.... heeft ook iets met een soort verkeer te maken. En met veiligheid...
- Hoe bedoel je?
- Dat weet je best. En anders ga je er maar eens over nadenken. Je hebt tenslotte tijd genoeg.
- Noemen ze dat in het recht niet een redenering a contrario?
- Nee pap, het líjkt er niet op. Een redenering a contrario is heel wat anders. Bemoei je nou maar niet met dingen, waar je geen verstand van hebt.
- Goed, dan ga ik nu mijn klacht maar indienen.
- Misschien krijg je je boete wel vergoed.
- En misschien verdien ik er straks zelfs nog aan....


Els Borst, ooit minister van Volksgezondheid onder Kok, heeft eens gezegd: "Een klacht is gewoon een gratis advies". Cees Buddingh' vond die uitspraak zelfs interessant genoeg om in zijn verzameling Citaten & Aforismen op te nemen. Als men in Den Haag dan ook maar iets dóet met mijn advies.
De camera (met gps) om al die onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat geplaatste en de verkeersveiligheid in gevaar brengende borden vast te leggen, is inmiddels besteld. Ik zal de foto's straks op mijn (Picasa-)webalbum plaatsen, zodat u precies kunt zien, waar wat valt te lezen en u dus onderweg niet zulke levensgevaarlijke capriolen hoeft uit te halen als ik heb gedaan om er achter te komen, wat er zoal op die borden staat.
Graag gedaan.

zondag 13 maart 2011

Dure dag

Eco- c.q. egoduct
Je hoeft niet eens veel kilometers over het rijkswegennet te rijden om al gauw geconfronteerd te worden met allerlei werkzaamheden aan en om de wegen, variërend van verbreding van wegen tot de bouw van imposante  ecoducten om de rode bosmier in de gelegenheid te stellen  om zonder levensgevaar ook eens een kijkje te gaan nemen aan de andere zijde van de snelweg. Deze werkzaamheden worden door Rijkswaterstaat met indrukwekkende borden en veel informatie langs de weg aangekondigd. Er staat op, wat er gaat gebeuren, wie wat uitvoert in wiens opdracht, hoe lang de werkzaamheden gaan duren en welke omleidingsroute wordt aanbevolen. Om maar een kleine greep te doen.


Nuttige en interessante informatie, die ik vanmiddag allemaal tot mij wilde nemen, toen ik langs Rijksweg 1 zo'n bord tegenkwam. Ik reduceerde mijn snelheid dus aanzienlijk om tijdig alles te kunnen lezen, geknipper en getoeter van medeweggebruikers op de koop toenemend. Ik begrijp best, dat het even oppassen geblazen is, als er iemand met een gangetje van 25 km/u over de snelweg rijdt, maar dat bord staat er natuurlijk óók niet voor niks. En nóg heb ik niet eens alles kunnen lezen, al vroeg Rijkswaterstaat een paar kilometer verder wel mijn begrip voor het eventuele ongemak wegens de beperkende verkeersmaatregelen. Dat geeft toch allemaal blijk van een klantvriendelijke benadering. En het werd zelfs nóg vriendelijker, toen ik even later een bordje langs de weg zag staan: "Heeft u klachten? Bel ......".  U begrijpt, dat ik dat telefoonnummer niet zo snel kon lezen. Dus maar even gestopt op de vluchtstrook, pen en papier gezocht en teruggelopen naar het bordje om het telefoonnummer te noteren. Want ook dít bordje stond daar natuurlijk niet voor nop.


Mijn voorbeeld werd trouwens nog door een andere automobilist gevolgd, al bleek het, toen ik weer terug was bij mijn eigen auto, een politiefunktionaris te zijn. Welke noodsituatie mij ertoe gebracht had om op de vluchtstrook te stoppen? Mijn uitleg bleek niet als een noodsituatie te kunnen worden aangemerkt. De man zei nog iets over vrije doorgang voor ambulances en brandweerauto's,  waarvan ik de hele dag nog geen exemplaar had gezien en vond mijn gedrag een boete waard ter grootte van een bedrag, waarmee je een compact-camera met gps kunt aanschaffen om al die informatie langs de snelwegen vast te leggen en thuis nog eens rustig te bekijken. Hetgeen ik dan ook zal doen.


Begaan als ik ben met het lot van anderen, ben ik nog een keer naar het bordje gelopen en heb het zo gedraaid, dat het vanaf de weg niet meer leesbaar was, zodat anderen niet dezelfde bekeuring riskeren. En hupsakee, nog een boete, nu wegens beschadiging, c.q. vernieling van rijkseigendom.


Toch handig, al die informatie langs de snelwegen. Goed, het bevordert niet direct de verkeersveiligheid, maar brengt wel geld in het laatje..

zaterdag 12 maart 2011

De baan op

Hoewel u dat misschien niet direct achter mij zou zoeken, ben ik ooit een niet onverdienstelijke baanwielrenner geweest. Toen de Beatles wereldwijd furore maakten, vierde ik op veel kleinere schaal mijn eigen kleine triomfjes op de houten wielerbaan van Alkmaar. Aan die tijden dacht ik even terug, toen ik Wüst zo zelfbewüst over de baan van Inzell zag snellen. 
Zelfs Annie Friesinger moest op haar aandoenlijke wijze toegeven: iek heb nie gewüst, dat zij zo schnell rijden konnte. Dat had It's of Ids haar toch wel even kunnen vertellen, denk ik dan, maar verder wil ik me niet in Friese familie-aangelegenheden mengen.


Als ik heden wist wat Wüst nu weet,
En ik net zo rap mijn rondjes reed,
Braken nu voor mij als wielerveteraan,
Op de baan weer gouden tijden aan.


Maar ja, die gouden tijden zijn voorbij. Niettemin kom ik als taal- en wielerliefhebber weer volledig aan mijn trekken, wanneer Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra mij  straks in hun onnavolgbare jargon bijpraten over het nieuwe wielrennen tijdens hun drie weken durende conference tijdens de Tour de France (hé, dat rijmt; dat had ik eerder moeten weten).
Dan krijg ik weer te horen, waarom Gesink in een treintje zit en een andere renner in de bus. En ik maar denken, dat ik naar wielrennen zit te kijken....
Die belangstelling voor het wielrennen heb ik - vreemd genoeg - met mijn dochter gemeen, terwijl mijn zoon zich er totaal niet voor interesseert. En voetbal interesseert hem ook geen bal. Zijn belangstelling gaat meer uit naar de verfijndere geneugten van het leven, vindt-ie zelf. Welke geneugten dat zijn, is me overigens nooit duidelijk geworden, maar ik heb met hem dan ook veel minder contact dan met mijn dochter. Over wie ik blijkbaar ook niet alles weet, want wie zei laatst ook al weer, dat ik wel eens wat beter op haar mocht letten?


Na dit wat huiselijke intermezzo (al mag u gerust iets van mijn achtergronden weten) weer snel terug naar de ijsbaan. Van de commentator in Inzell begreep ik, dat er ook iemand aan de wedstrijden mee deed uit een land, waar helemaal geen ijs is. Ik geloof een Nieuw-Zeelander. En hij deed het als debutant niet eens zo slecht, al had hij het meekijkend thuisfront tevoren wel moeten vertellen, dat hij na ieder recht stuk linksaf zou slaan.
Dat riep bij mij een al járen gekoesterde wens in herinnering, om de rondjes eens andersom, rechtsom dus, te laten rijden. Zou je dan als televisiekijker de neiging hebben om niet voor, maar juist achter je tv-toestel te gaan zitten om de schaatsers toch in de vertrouwde richting te zien zwoegen? En om de attractie-waarde nog verder te verhogen, zou het wellicht aanbeveling verdienen om de ene deelnemer linksom te laten rijden en de andere rechtsom. In de aanloopperiode (een beetje raar woord in dit verband) zullen de deelnemers veiligheidshalve wel met airbags moeten worden uitgerust. Want een rondje in 30 seconden impliceert een snelheid van 48 km per uur, ook voor de tegenligger, al rijdt hij andersom.


Eén ding blijft mij ergeren: die aero-dynamische mutsen, capuchons of boerka's. Met zo'n ding en vaak ook nog een soort duikbril op hun hoofd, zien die schaatsters (mannen interesseren me in dit opzicht even wat minder) er niet uit en het is altijd weer een verrassing, wat daaronder na een rit en het los schudden van de haren, vandaan komt. Meestal best het aanschouwen waard, al zijn ze aan de finish niet meer op hun mooist.
Kennelijk is hierover ook en met succes door anderen geklaagd, want sinds  nog niet zo heel lang wordt bij de start naast de rijdsters in hun gladde en glimmende reclameverpakking ook eventjes een fotootje getoond, zodat je als kijker toch een beetje weet, hoe de rijdster er in het echt uitziet.


De héél oplettende kijker zal mij nu op de vingers kunnen tikken, want het is geen fotootje, dat getoond wordt, maar een videootje. Al is dit maar zelden te zien. Slechts een enkeling heeft de instructie, om een paar seconden stil te zitten en niet met de ogen te knipperen, aan de laars gelapt. 
Leuk, dat u nu massaal gaat kijken, of hetgeen ik hier beweer, wel klopt.



vrijdag 11 maart 2011

Even bijpraten

Vanmorgen mijn dochter maar even gebeld om te horen, of er nog wat te mopperen viel..
- Hoi pap, leuk gedichtje gisteren, van die meneer Van D.
- Ja, ja... zolang je vader zoiets maar niet schrijft vind je het wel leuk. Hoe is het trouwens met die Vlaming? Je bent een keer met 'm uit eten geweest, maar daarna heb ik je nooit meer over hem gehoord.
- We schrijven elkaar.
- Oh, da's ook heel interessant. Maar ik zei toch al: relaties tussen mensen uit verschillende culturen en zelfs verschillende landen verlopen vaak heel moeizaam.
- Dat heeft er in dit geval niets mee te maken. Bovendien spreken we dezelfde taal.
- Dat zegt niks. Mensen, die dezelfde taal spreken hoeven elkaar nog niet te verstaan. Daar weet ik alles van.
- In ieder geval had ik er even geen trek in.
- Ik heb je toch wel eens verteld, van die Fransman en die Engelse?
- Misschien wel, maar ik weet zo gauw niet wat je bedoelt.
- "Je t'adore", zei de Fransman tegen zijn Engelse vriendin.
  "Shut the door yourself", sprak zij, "but first come in".
- Ja, leuk. Zelf bedacht?
- Pronk ik ooit wel eens met andermans veren?
- Dat vraag ik me inderdaad soms af. Maar léés je nog wel eens of ben je tegenwoordig alleen nog maar met je weblog bezig?
- Nee hoor, ik ben net aan "Jan Zoet, Amsterdammer" begonnen.
- Dat dure boek?
- En aan de door Hieronymus Sweerts verzamelde "Koddige en ernstige opschriften op luyffens, wagens, glazen, uithangborden en andere taferelen". Heel amusant, leerzaam en soms ook wel een beetje pikant.
- Ja, daar hou jij wel van...
- Te vergelijken met "De Uithangtekens", die Jacob van Lennep en Jan ter Gouw ruim twee eeuwen later bij elkaar hebben gesprokkeld.
- Nog helemaal in de carnavalssfeer dus..
- Maar ik heb voor jou ook nog iets leuks..
- Als jij voor mij iets leuks hebt, dat wéét ik het wel...
- "Nackt duschen streng verboten".
- Ja, zie je wel... als ik het niet dacht... met leuke plaatjes zeker?
- Zonder plaatjes. Een verzameling uiterst bizarre maar ook heel vermakelijke wetsvoorschriften, vooral van Amerikaanse herkomst.
- Je bent wel op de frivole toer. Hou je je ook nog wel eens met serieuze dingen bezig?
- Zelden. In Amerika worden fabrikanten, artsen en overheden voor het minste geringste door consumenten, patiënten en burgers aansprakelijk gesteld. Dat zou jij als juriste toch moeten weten..
- Dat wéét ik ook, al had ik liever gehad, dat je me destijds Nederlandse Taal- en Letterkunde had laten studeren...
- Ja, dat wéét ik nou wel. Zie jij jezelf al voor de klas staan, met al dat schorriemorrie?
- Nou pa, dat was in jouw tijd heus niet anders.
- Hoe dan ook, in Florida is het vrouwen verboden om op hoge hakken te lopen. Waarom? Omdat ooit een hooggehakte dame is gevallen over een losliggende stoeptegel en de gemeente tot een absurde schadevergoeding werd veroordeeld. Daarna is meteen dat hoge hakken-verbod ingevoerd. Je zult niet bekeurd worden, als je daar nu op high heels loopt, maar als er iets gebeurt, is het wel je eigen schuld en is de overheid dus niet aansprakelijk. En zo moet je al die gekke voorschriften daar zien. Snappie?
- Leuke vakantielektuur.
- Inderdaad. En met het Duits van Louis van Gaal kom je al een heel eind.

donderdag 10 maart 2011

Rookgordijn

Kate Moss
Voor wie een ochtendblad leest, kan de dag eigenlijk nooit vrolijk beginnen. Alle ellende in de wereld krijg je meteen al tijdens het ontbijt op de voorpagina opgediend en voorgeschoteld.

Vanmorgen trof ik Kate aan temidden van rookpluimen in Libië, met behalve haar eigen mooie kop ook de krantenkop "Kate komt in rook op". Dat zal ongetwijfeld een contaminatie zijn, zeker als je ziet, welk nieuws haar omringt. Had natuurlijk moeten zijn: "Kate komt in rook om" of "Kate gaat in rook op". 
Even kijken om welke Kate ("Kiss me Kate" misschien?) het eigenlijk gaat... Nee, niet over de Kate van Cole Porter, maar over Kate Moss, vermoedelijk de dochter van Stirling Moss. Ze ziet er in ieder geval "snel" uit. Verder lees ik in het bijschrift alleen maar dingen, waar ik niets van begrijp, zoals "zoenend  met een transgender op de cover". Dus tóch een soort Kiss me Kate. Nou, geef mij die oer-Hollandse Keetje maar. Keetje Stippel, een creatie van Kees Stip.


Over rookgordijn gesproken: vanmorgen ontving ik een mailtje van een zekere G. van D. te L. Hij vond mijn gedichtje over het ouder worden zo herkenbaar en vroeg, of ik zijn poëtische visie op hetzelfde verschijnsel zou willen publiceren, ook al is het dan wat vrijmoediger van toon en ongeschikt voor lezers onder de tien jaar. Hier volgt zijn Overdenking:


Mijn fiere minnewapen,
Ligt al lang op apegapen,
Ook al ben ik heel tevree
Over wat ik er mee dée.


Maar na een aantal jaren,
Komt men tot bedaren,
Wijkt de lust voor de moraal,
Of wordt het te vermoeiend allemaal.


Totdat je denkt: hoezo?
Niks mis nog met mijn libido!
En je met een imponerende conduitestaat,
Voorzichtig en omslachtig op herhaling gaat.


Moraal van dit gedicht:
Wie voor het tal der jaren zwicht,
En denkt, niet veel meer te beleven,
Heeft zichtzelf af- en ten dode opgeschreven.


Een duidelijke aansporing dus van de heer G.van D. om niet bij de pakken neer te zitten, maar de handen uit de mouwen te steken. Want dood gaan kan je altijd nog...
Tenslotte nóg een rookoffer, nu van eigen makelij:


Hier zou Henk ter Horst hebben gelegen,
Als hij zijn zin maar had gekregen.
Doch omdat hij van heel Beek en Donk
Het meest naar knoflook en jenever stonk,
Kreeg een milieugroep het gedaan,
Dat hij snel in rook is opgegaan.

woensdag 9 maart 2011

Ouder

Het is eigenlijk begonnen bij de invoering van de  zorgtoeslag: het besef, dat een mens zorgbehoevend begint te worden, dus oud en gebrekkig wordt en maatschappelijk zo ongeveer is afgeschreven. Zo zal het misschien niet bedoeld zijn en daarom vind ik het woord ook volstrekt verkeerd gekozen. Het roept toch associaties op met het ouder en hulpbehoevend worden. Dat een mens aan de verkeerde kant van de zestig belandt en mij bovendien bij herhaling te verstaan wordt gegeven, dat ik nooit zo oud zal worden als ik eruit zie, is al erg genoeg. Daar hoeft een zorgtoeslag nog niet een schepje bovenop te doen.
Hopenlijk ver voor er bij mij van alles begint te piepen en te kraken, scharnieren en andere vitale delen niet meer funktioneren en allerlei onderdelen aan vervanging toe zijn, heb ik mij al eens afgevraagd, wat mij zoal te wachten zou kunnen staan:


Ik vrees het spookbeeld van de ouderdom,
Het niet meer funktioneren van scharnieren,
De vele rare vlekken, die je huid ontsieren.
En je rug en benen worden ook nog krom.


Je bent je blaas niet immer meer de baas,
Je raakt heel ongelegen uit je evenwicht.
Voor je ogen komt een hinderlijke waas,
En in je voet de eerste vorm van jicht.


Ik zet het dus behoedzaam op een drinken,
En laat dan om mijn lever maar een traan,
Als de vrees voor't oud zijn maar wil slinken,
Dan voel ík me al tevree en zelfs voldaan.


Zo'n vaart loopt het gelukkig nog niet, maar die zorgtoeslag heeft me dus wel aan het denken gezet over de ouderdom. Vooral in taalkundig opzicht. Waar zou dat woord vandaan komen?


15.00 uur
Ik moet nu even naar het gemeentehuis om alvast een scootmobiel te reserveren, maar ga straks hier weer verder.


16.00 uur
Zo, dat is gebeurd. Mooi model uitgezocht met laptophouder en ingebouwde koelkast. Ik kom uit een familie van garagehouders, dus het opvoeren van het voertuig zal straks geen probleem zijn. Want ik wil andere gemobiliseerde veteranen toch wel graag vóór blijven.


We mogen gevoeglijk aannemen, dat het woordje dom in het woord ouderdom de betekenis heeft van kerk. Een kerk voor ouderen dus, waarvan er in Nederland twee zijn: één aan de Amstel en de andere Ouderkerk staat aan de Hollandse IJssel. Waar de Ouderdom staat is mij helaas niet bekend.
Wenst men het woordje ouder te verstaan als deel van een gezin (ouderpaar), dan is ook daar niets op tegen. Want als bestanddeel van de ouderkerk hebben we inderdaad de moederkerk. De vaderkerk is in de loop der eeuwen uit ons gezichtsveld en woordenboeken verdwenen.
Beschouwt men het woordje dom in ouderdom als achtervoegsel, dan krijgt het de betekenis van verzameling, het geheel van..., zoals in ´t Amsterdamsch Hoerdom, behelzende de listen en streeken, daar zich de Hoeren en Hoere- Waardinnen van dienen; benevens der zelver maniere van leeven, dwaaze bygelovigheden, en in 't algemeen alles 'tgeen by dese Juffers in gebruik is, zoals de titel van dit even vermakelijke als instructieve werk uit 1681 volledig luidt. Dán krijgt het woord ouderdom dus de betekenis van "een verzameling ouderen", of "het totaal van alle ouderen", naar analogie van bijvoorbeeld het Christendom. U weet zelf ongetwijfeld ook nog wel een aantal -dommen te bedenken. Tenzij u dit alles niets kan ver-. Dán kunt u zich beter van de domme houden. Maar we kunnen met de ouderdom dus alle kanten op, zelfs de goede. En dat geeft hoop, die weer doet leven.

maandag 7 maart 2011

Rosenmontag

Zo, ik heb het er deze Rosenmontag weer zonder kleerscheuren afgebracht. Dat is wel eens anders geweest. Vele jaren geleden ben ik op deze dag niets vermoedend en ook van niets wetend bij toeval in de handen van enige Duitse vrouwen gevallen. Op zich hoeft dat geen onplezierige ervaring te zijn, maar op Rosenmontag heeft de vrouw het bij onze oosterburen kennelijk voor het zeggen.  Een heel verschil met ons land, waar zulks iedere dag het geval lijkt, maar dit even terzijde. 


Ik werd - kennelijk conform het folkloristische gebruik - van enig textiel beroofd, zij het, dat dat beperkt bleef tot een deel van mijn stropdas. Later trof ik meer mannen met afgeknipte stropdassen aan. Dit gebruik schijnt trouwens geheel in onbruik te zijn geraakt, omdat vrijwel niemand meer een stropdas draagt. Wat er tegenwoordig wordt afgeknipt weet ik niet. Ik heb ook geen kaas gegeten van carnaval, al laat ik het me wel eens te gemakkelijk van het brood eten. En volgens een Zuid-Nederlandse zegsvrouwe moet een noorderling zich ook helemaal niet met carnaval bemoeien. Die vrouw zij geloofd en geprezen.


De vrouw zij geloofd en geprezen..... Ook al is de vrouw niet het enige wezen, op wie deze aanbeveling van toepassing wordt geacht. Maar - zoals ik mij al eerder afvroeg - is geloofd nu het voltooid deelwoord van loven of van geloven?  Ik heb daar tijdens slapeloze nachtelijke uren nog eens over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen, dat hier alleen maar het voltooid deelwoord van geloven kan zijn bedoeld. Zo niet, dan zou er - geheel onnodig en overbodig - twee keer hetzelfde worden gezegd. Want loven en prijzen zijn synoniemen.
Er doet zich evenwel nóg een probleem voor. Volgens taalkundigen zijn de sterke werkwoorden langzaam maar zeker aan het verdwijnen. Dat zou kunnen betekenen, dat voor "geprezen" eigenlijk "geprijsd" moet worden gelezen. Inderdaad: zelfs een vrouw heeft haar prijs, al wordt zij vaak voor onbetaalbaar gehouden. En hoe moet ik het andere wezen nog (ge)loven en prijzen als ik zie wat er allemaal in Libië en omstreken gebeurt?