Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


maandag 13 juni 2011

Finale

Een dunne heer en dikke schommel,
Beiden afkomstig uit Zaltbommel,
Lagen te vrijen op de Drentse hei,
Toen zij geprikt werd door een bij,
En hij vervolgens door een hommel.

Dat krijg je ervan. Hoewel ik geen insectoloog ben (eerder nog een insecticide), meen ik toch vrij zeker te weten, dat die diertjes zich door geuren laten leiden. Ook op de Drentse hei en als ze op dat moment niet welkom zijn.

"Heel vaak raak ik stevig in de stress
Als ik weer een weekend laptopless
In De Baak te Noordwijk confereer",
Zo sprak een zakenvrouw uit Zoetermeer.

Slaat helemaal nergens op, maar een mens moet wat.... Op een regenachtige Tweede Pinksterdag.

Het Concertgebouworkest uit Amsterdam,
Wist met Chailly niet wat het overkwam,
Toen het in Ludwig's fameuze Pastorale,
Zowaar gekomen was tot de Finale.

Van muziek heb ik (ook al) geen verstand, maar ik weet wel, dat de Amsterdammers die finale hebben verloren. Ondanks al die buitenlandse contractspelers. Men verloor van het Gewanthaus-orkest uit Leipzig.

zaterdag 11 juni 2011

Met name(n)

Na een uit de hand gelopen voetmassage,
Dan wel een wat frivole boekpassage,
Of een avontuurtje met een kamermeisje,
Zingen Franse vrouwen plots een ander wijsje.


Want de vrije liefde in La douce France,
Krijgt vooorlopig daar geen nieuwe kans,
Nu ook "Les Fleurs du mal" zijn uitgebloeid
Dient alle erotiek terstond te worden uitgeroeid.


Ooit lieten Franse vrouwen maar wat graag (de kleur van) hun slipje zien aan wie erin was geinteresseerd, maar nu mogen hun mannelijke collega's en superieuren er niet eens meer belangstellend naar vragen. Waar zijn de tijden van Brigitte Bardot, Jean-Luc Godard en Charles Baudelaire. Er breken voor de bakermat van de erotiek Victoriaanse tijden aan.


++++++


Nu terloops een paar politici van Franse origine zijn langsgekomen, mag een Nederlandse inbreng natuurlijk niet ontbreken. Waar Groningen vooral een aantal opmerkelijke dichters heeft voorgebracht, lijkt Friesland vooral een goede voedingsbodem voor politici te zijn. Dat je als Fries Duitse voorouders hebt, vind ik nog tot daaraantoe, maar waarom geef je je kind dan geen Nederlandse voornaam? Iedere keer als ik Halbe Zijlstra (staatssecretaris) tegenkomen, denk ik: Waar is de andere helft?

woensdag 8 juni 2011

Vloeibare Muze

- Overkomt u dat ook wel eens: je hebt ze en je bent ze kwijt
- Vlooien?
- Nee, vrouwen. Je hebt ze en je bent ze kwijt. Dat zijn woorden uit een gedicht van Jean Pierre Rawie. Hij heeft heel wat vrouwen gehad, althans in bed, maar hij was ze blijkbaar ook zó weer kwijt.
- Ja, dat is mij ook wel eens overkomen.
- Nou meneer, het is mij al een paar keer gebeurd. Je ontmoet een leuke vrouw, je denkt, dat het wat wordt, maar dan ineens staat de kleur van je overhemd haar niet aan of ze begint over andere pietluttigheden te zeuren, of ze ontmoet een vlam uit het verleden. Nou meneer, neem maar van mij aan: dan kan je het wel schudden. Als je wat ouder bent, moet je er eigenlijk niet meer aan beginnen. Ze gaan je vergelijken met hun overleden man of ze zijn op je centen uit. Dat had Rawie eerder in de gaten dan ik. En een levensstijl als DSK kan ik me niet veroorloven.
- Als wie?
- DSK.
- Ik ken wel 007.
- Ja, die wist er ook weg mee. Nee, ik bedoel die man, van wie ik me afvraag of Joseph Strauss een vourouder van hem is of Oliver Kahn een nazaat. Beierse invloeden zullen we maar zeggen. Hij heeft zogezegd de klok horen beieren en weet ook verdomd goed met de klepel om te gaan, maar hij had beter een Escort-kip kunnen bestellen.
- Met kerrie, om het nog wat pikanter te maken.
- Bijvoorbeeld. Maar even terug naar Rawie. Ként u Rawie, althans zijn gedichten?
- Zeker.
- Ook zo'n man, die zich door een vloeibare Muze laat inspireren. Maar wel heel mooi. Misschien wel daardóór zo mooi. Maar wel riskant. En dat wist ie zelf heel goed:

Heden is, na een langdurig lijden
dat hij met godsvertrouwen droeg,
Jean Pierre Rawie van ons verscheiden.
Hij komt dus niet meer in de kroeg.
Dat hij, die somber was bij tijden,
de hand niet aan zichzelve sloeg
stemt misschien nog wat tot verblijden,
al is het zo al erg genoeg.
Wat hem tot slot de dood in joeg,
de liefde of de drank, of beide? -
wij hebben door dit overlijden
een leger leven voor de boeg.
Het is zoals de Ouden zeiden:
de besten gaan altijd te vroeg.
-Ik ken het al járen uit m'n hoofd. Mooi hè? Maar hoe zou het toch komen, dat juist de dichters, die het meest aan Bacchus offerden, ook de mooiste gedichten schreven? Neem Willem Kloos nou...
-Ik heb geen idee, maar laten we er dan nog maar gauw één nemen.

maandag 6 juni 2011

Van her en der


- Is er vanavond nog iets leuks op de televisie, Mien?
- Zei je iets, Jan? Ik versta je niet. Ik ben aardappelen aan het schillen.
- Sinds wanneer versta je mij niet meer als je aardappelen schilt?
- Ik luister ook even naar de muziek op die mp3-speler, die we van de kinderen hebben gekregen. Wat zei je nou?
- Of er vanavond nog iets leuks op de televisie is?
- Zal even kijken.... Nee, voor mij niet... maar misschien voor jou: "Wie ontvoert mijn vrouw", een Duitse komedie.
- Ja, dat lijkt me wel wat.
- Dacht ik wel. Misschien kan je er nog iets van leren. Hoeveel losgeld zou je trouwens willen betalen, als ik eens ontvoerd word?
- Daar hoef ik gelukkig niet lang over na te denken.
- Hoe bedoel je, Jan? Omdat je zoveel geld toch niet hebt?
- Omdat het alleen maar interessant is om dingen of personen te ontvoeren, die wat waard zijn.
- Ik hoor het al Jan. Kijk jij vanavond maar gezellig met mij naar die quiz. Daar steek je méér van op.


In een andere Nederlandse familie Doorsnee schijnt het voorgekomen te zijn, dat Jan zelf aan Mien voorstelde om zich te laten ontvoeren. Ze mocht zelf een passende en geschikte ontvoerder uitzoeken. En dat dééd ze ook, verrassend snel. Dat gebeurde al vele jaren geleden en Jan is nog steeds aan het sparen voor het losgeld.

België blijft voor ons land toch een voorbeeld. Het is het land economisch nog nooit zo goed gegaan, sinds het geen regering meer heeft. Het zal er wel weinig mee te maken, maar ik heb recentelijk wel mijn verzameling "weerspreuken" met een paar Vlaamse kunnen aanvullen:

Eet men in juni immer nog patat,
Dan hebben we de mei-maand al gehad.

Dondert het weer eens in Dendermonde,
Dan geschiedt hetzelfde in de sponde.

Dat komt aardig overeen met twee weerspreuken, die ik op Internet vond:
In juni dondergevaar
Geeft een vruchtbaar jaar.

En:

Donderweer in juni maakt het koren dik.
(En naar Vlaamse overtuiging dus niet alléén het koren).





















zaterdag 4 juni 2011

Jong geleerd...

Een lezeres uit Wadenoijen deelde mij onlangs mede, dat op suikerzakjes, die in een tehuis voor ongehuwde moeders in Drempt worden gebruikt, de volgende tekst staat afgedrukt.

Een jonge vrouw uit Genemuiden,
Had wel de klok eens horen luiden,
Maar wist niet waar de klepel hing,
Zodat niet alles naar behoren ging.

Tja, als het kalf verdronken is, dempt men ook in Drempt de put. Je zou ook kunnen zeggen, dat daar het paard achter de wagen wordt gespannen, nog vóór men er overheen is getild. Hoe zou het toch komen, dat het menselijk falen zo vaak via het gedrag van dieren wordt verwoord?
Ik belde de lezeres uit Wadenoijen om te vragen, of ik het gedichtje mocht publiceren.
- Natuurlijk. Anders zou ik het toch niet eens gestuurd hebben?
- Dat is zo.
- Als u mijn naam er maar niet bij zet. Want het is natuurlijk wel duidelijk, dat ik onlangs zelf ook in dat tehuis heb gezeten. Bijna allemaal campinggevallen.
- Ongevallen dus eigenlijk...
- Zo zou het ook kunnen noemen. Campings zijn broedplaatsen van criminaliteit en ongewenst ouderschap.
- Is het zo erg?
- Tuurlijk. Je ontmoet een leuke vent. Niks aan de hand. Maar dan maakt hij je het hof en leidt je vervolgens om de tuin. Eigen schuld en een tijdje later een dikke bult.
- En nu?
- Geen idee. Ik heb alleen zijn weinig voorkomende voornaam onthouden en die heb ik ook aan mijn zoon gegeven. Dat kan hem misschien later van pas komen, als hij over een jaar of dertig op zoek wil naar zijn roots en ik er waarschijnlijk niet meer ben.
- U bent toch niet .. eh ziek of zoiets?
- Nee hoor, maar wel 55.

donderdag 2 juni 2011

Vissen

Op een plaats, waar nauwelijks menselijke activiteiten vielen te verwachten, zat een man te vissen, half verscholen in het hoog opgroeiende gras. Zijn vis-uitrusting zag er uiterst bescheiden en weinig professioneel uit.
"En? Willen ze nog een beetje bijten?", vroeg ik belangstellend, terwijl ik mijn fiets in de berm legde.
"Nee, niet echt. Maar dat hoeft ook niet".
"Hoeft ook niet?"
De man keek me onderzoekend aan, alsof hij zich er eerst van wilde overtuigen of mijn interesse wel oprecht was, of ik het wel waard was om iets toe te vertrouwen, zo leek het wel.
"Ach meneer, weet u wat het is: die hengel is maar flauwekul. Ik zit eigenlijk helemáál niet te vissen. Ik hóu zelfs niet eens van vissen. Vroeger zat ik hier vaak. Zonder hengel. Gewoon wat te dromen, over het leven na te denken, herinneringen op te halen, zoekend naar dingen, mensen, gebeurtenissen, die ik vergeten was. Een soort vissen in het verleden, zou je kunnen zeggen. Heerlijk rustig. Alleen het geluid van het water, de wind en de vogels. Tot er op een dag ineens zo'n soort hulpverlener naast me stond. U kent die types wel: actief als het niet hoeft en afwezig als ze nodig zijn. Of hij iets voor me kon doen? Of alles goed met me was? Ik hoef het u niet verder uit te leggen".
"En?"
"Ik heb 'm in veel te vriendelijke woorden gezegd, dat hij zéker iets voor me kon doen en wel zo gauw mogelijk ophoepelen. Eigenlijk had ik 'm een klap voor z'n kanus moeten verkopen, om het maar eens in onvervalst Amsterdams te zeggen, maar daar ben je dan net weer iets te fatsoenlijk voor. Als je op een plek als deze een tijdje alleen zit, wekt dat kennelijk argwaan en denken de mensen, dat je een eind aan je leven wilt maken of zoiets. Daarom doe ik tegenwoordig maar net, of ik zit te vissen. Dat is dan blijkbaar niet verdacht".
"Mensen zijn achterdochtig geworden", zei ik, toen hij even zweeg.
"Dat zeker. Laatst kwam hier een jongetje van een jaar of tien naast me zitten. Waar hij zo ineens vandaan kwam, weet ik niet. Ik heb een hele tijd genoeglijk met 'm zitten praten, maar ik kan niet zeggen, dat ik me erg op mijn gemak voelde".
"U bedoelt, dat..."
"Ik zal u wat leuks vertellen: een jaar of vijftien geleden liep ik in een warenhuis, toen een knulletje van een jaar of vijf naar mij wees en tegen zijn moeder zei: "Kijk, daar is papa". Ik legde mijn hand op zijn blonde krulletjes, boog me voorover en zei, met een glimlach naar zijn moeder: "Ik ben je papa niet. Was het maar waar". De vrouw glimlachte terug en maakte een verontschuldigend gebaar. Ik zal het nooit vergeten. Als me vandaag hetzelfde zou overkomen, zat ik vijf minuten later in de cel. Het is precies wat u zei: de mensen zijn achterdochtig geworden. Het vertrouwen is er niet meer. Misschien hebben we het er met z'n allen wel naar gemaakt".
In het gras lag een notitieboekje. De man zag, dat ik er naar keek.
"U denkt misschien, dat ik daarin noteer, wat ik op een dag heb gevangen. In zekere zin is dat misschien ook wel zo, want ik schrijf er mijn herinneringen in op. Soms is een enkel woord genoeg. En soms dwingen de emoties me wel eens tot wat meer. Een mens is nu eenmaal wat zijn omgeving hem of haar ervan heeft laten maken".

woensdag 1 juni 2011

Spel

"Ach meneer, jonge kinderen drínken te veel en ouderen bewégen te weinig. Ik heb het altijd al gezegd: het drankprobleem begint al aan de moederborst. Niet dan?"
Ik knikte instemmend, want er leek me weinig ruimte voor tegenspraak.
"Maar gelukkig kan ik m'n arm in ieder geval nog goed bewegen, want als dít niet meer lukt, is voor mij de lol er af". En demonstratief nam hij het voor hem staande  glas en bracht het langzaam naar zijn mond.
"Zonder smeermiddel loopt de boel bovendien vast", lichtte hij toe.
"En hoe is het met de rest van de scharnieren gesteld?" vroeg ik belangstellend.
'Niet best, maar gelukkig kan je bij deze hobby blijven zitten", zei hij, terwijl hij zijn glas in de hoogte hield. "De knieën vertikken het. Iets van frambose of trombose of zoiets".
"Artrose", veronderstelde ik.
"Kan óók wel. In ieder geval piept en kraakt het daar".
"Geen hulptroepen beschikbaar?"
"M'n vrouw is overleden en m'n kinderen zouden me het liefst in een tehuis opbergen. Maar voorlopig red ik me nog wel, nietwaar Helga? Mag ik er nog eentje?".
De met Helga aangesprokene bleek niet de uit de kluiten gewassen vrouw, die de drankverstrekking bestierde, maar een klein vrouwtje, vermoedelijk nog net aan de goede kant van de zestig, dat een paar tafeltjes verder met een kruiswoordpuzzel zat te worstelen.
"M'n buurvrouw", verklaarde de man. "Ze houdt me een beetje in de gaten".
"Is dat nodig dan?"
"Of dat nodig is", mengde de vrouw zich nadrukkelijk in het gesprek. "Laat hem maar schuiven. Met Kees hoef je heus geen medelijden te hebben hoor. Z'n knieën doen het misschien niet zo best meer, maar de rest funktioneert nog uitstekend".
"Helga... Straks maak je die meneer nog nieuwsgierig".
"Die meneer mag best weten, wat je allemaal nog kunt. Maar vertel me eerst even: een berg op Kreta.. drie letters.."
"De Mount Everest".
"Past niet".
"De Holterberg dan".
"Is ook nog te groot".
"Dan zal het de Ida wel wezen. Méér bergen ken ik niet".
"Bergen-aan-Zee ken je toch wel? Maar Ida zal wel goed zijn. Kom Kees, we gaan. We laten de ballen nog even rollen".

En veel minder moeizaam dan ik dacht verliet hij met Helga het café. Niet veel later trof ik ze aan op een door dikke beuken omzoomde laan, helemaal verdiept in hun jeu de boules.
"Wie wint er?" vroeg ik.
"Zij. Ik kan er eigenlijk geen bal van".