Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


woensdag 19 oktober 2011

Expierement

Als voormalig draaiorgelbouwer waag ik me af en toe nog wel eens aan wat probeersels onder de in ons vakgebied toepasselijke naam expierement.
Mocht deze pagina er dus wat anders uitzien dan gebruikelijk, dan kan dat wel kloppen. Maar om u niet helemaal met lege handen achter te laten en u wellicht zelfs tot enige poëtische activiteit te stimuleren, volgen hier een paar dichtregels uit mijn in voorbereiding zijnde bundel ”Uit de lappenmand”, die u in de tussentijd misschien kunt aanvullen tot een volwaardig gedichtje
Een lapjeskat uit Trinidad
Was het ramen lappen zat.
……

Een speklap sprak laatst tot zijn kameraad,
”Mooi, dat het jóu ook naar den vleze gaat”.
………

Als u als trouwe lezer hier nu mee aan het werk gaat, kan ik hieronder in alle rust even wat experimenteren.
Boos


zondag 16 oktober 2011

Link(s) en recht(s)

Omdat mijn dochter met het onbevoegd in beweging brengen van een trein (zie het artikel "De zak" van maandag 10 oktober hieronder) ruime aandacht in de media heeft gekregen, leek het mij niet overbodig om haar van een goede advocaat te voorzien. Want dat dit muisje nog wel een staartje zou krijgen, leek mij buiten kijf. Dus vroeg ik een studiegenoot van weleer om advies. Tot mijn verbazing vroeg hij:
- Wil je een linkse advocaat of een rechtse?
- Ik wil in ieder geval een advocaat, die linker is dan de rechter.
- Ja, dat wil iedereen wel, maar gebeurt slechts zelden.
- Ik dacht trouwens, dat iedere advocaat tegenwoordig links was...
- Zolang hij zijn toga aan heeft of over zijn werk praat wel, maar daarna niet meer.
- En heeft een advocaat nou een toga aan of om?
- Daar heb ik me nog nooit in verdiept. Ik zou het niet weten. Vind je dat echt belangrijk?
- Soms... Ben jij trouwens nog steeds actief in de advocatuur?
- Niet meer in het strafrecht. Geen droog brood in te verdienen. De rechter hoort je nog net aan, maar luister niet naar je. Bovendien is het me te link geworden. Ik ben ermee gestopt, toen ik de kinderen uit de buurt regelmatig voor mijn deur hoorde zingen:  "Advocaatje leef je nog..."
- iejaa deejaa....
- Ja precies... Kijk, dat zingen ze natuurlijk niet voor niets. Laatst zongen ze zelfs "Zo stierf onze advocaat..."
- Tiereliereliere...
- Je bent aardig op de hoogte.... Nee, ik begin er niet meer aan. Ik doe tegenwoordig alleen nog geschillenbemiddeling tussen burgers. Veel dankbaarder en nog lucratief ook. Moet je eens zien, wat die strafpleiters voor capriolen moeten uithalen om nog een beetje aandacht in de media te krijgen. Dat heeft met het verdedigen van een verdachte niets meer te maken.
- En jij?
- Ik doe mijn werk veel anoniemer. Je moest eens weten hoe dankbaar twee mensen, die eerst als kemphanen tegenover elkaar staan, kunnen zijn, als je ze met wat geven en nemen en buiten de rechter om tot elkaar kan brengen. Bespaart partijen een hoop ellende, stress en kosten. Maar waar belde je nou ook al weer over?
- Over mijn dochter...
- Oh ja, over die plaszakjes  van de spoorwegen. Nou Ron, geloof maar niet, dat de NS daar aangifte van zal doen. Nóg meer negatieve publiciteit. En dat stukje, dat je dochter per ongeluk met die Sprinter heeft gereden kan je toch moeilijk een treinkaping noemen. Ik hoor wel, hoe het afgelopen is....


Hoewel ik nou niet direct zou durven beweren, dat het aanzien van advocaten omgekeerd evenredig is met hun inkomen, zijn zij door de eeuwen heen toch veelvuldig in woord en beeld bespot. Beroemd in dit verband is de serie tekeningen Les gens de Justice van Honoré Daumier.




Een linkse of een rechtse advocaat.... Zou het veel verschil maken? Er zijn terreinen, waarop het verschil tussen links en rechts nauwelijks relevant of zelfs merkbaar is. Sommige mensen weten vaak ook niet wat links en rechts is. In de chirurgie kan dat vervelende gevolgen hebben. Het verkeerde been zal maar worden afgezet. Of juist je goede heup geplastificeerd.

In het verkeer kan het ook tot ververlende situaties leiden als uw Tom-kwadraat u gebiedt, linksaf te slaan en u gaat naar rechts. Waar helemaal geen weg blijkt te zijn; sommige mensen vertrouwen nu eenmaal blindelings op de techniek.

In militaire dienst heb ik zelf ondervonden, hoe onfortuinlijk het kan uitpakken, als een naast je in het gelid staande collega het verschil tussen links en rechts niet kent. Toegegeven: militaire commando's plegen zelden goed gearticuleerd uitgesproken te worden. Meestal moet men op basis van wat onsamenhangende klanken maar begrijpen wat er wordt bedoeld en een béétje geoefend soldaat weet dat ook. Behalve de dienstplichtige, die natuurlijk naast mij stond en het commando "Naar rechts richten" verkeerd verstond of interpreteerde, hetgeen mij een forse kaakslag opleverde. Verder was het wel een aardige jongen.


Ezelsbruggetjes willen nog wel eens uitkomst bieden. Zo ook voor mensen, die links en rechts niet van elkaar kunnen onderscheiden. Dan heet het: "Rechts is, waar de duim links zit". Klopt helemaal niks van. Toen een waarzegster mij onlangs verzocht, haar mijn rechterarm toe te steken, opdat zij mijn hand zou kunnen lezen, bleek aan de hand van mijn rechter arm mijn duim mooi óók rechts te zitten.
Ja, u mag dat gerust controleren. Ik wacht wel even....

maandag 10 oktober 2011

De zak

- Hoi pap, leef je nog? Ik heb al meer dan een week niks meer van je gelezen. Je bent toch niet ziek?
- Nee hoor, ik heb een weekje in Noordwijk gezeten.
- Wat moet je nou met dit weer in Noordwijk?
- Cursus PR gevolgd.
- Een cursus PR.... laat me raden.... Privaat Recht?
- Nee.
- Partner Ruil?
- Ook niet. Ik héb toch niks te ruilen. Maar het heeft wel iets met relaties te maken.
- Public Relations dan... Maar daar hoef jij toch geen cursus in te volgen? Die zou je zelf beter kunnen géven.
- Vergis je niet... al die nieuwe media.... Twitter, Facebook noem maar op...
- Ja ja.. het ging je natuurlijk vooral om de human relations...
- Ook.
- Maar ik bel eigenlijk voor heel iets anders... Schrik niet, als je vandaag of morgen mijn naam in de krant ziet staan.
- Wat dan? Heb je de Nobelprijs gekregen?
- Nog niet. En die zál ik nu ook wel niet meer krijgen.
- Hoezo? Heb je iemand vermoord? Of heb je weer onder invloed achter het stuur gezeten?
- Wéér? Maar daar heeft het wel iets mee te maken, ja.
- Je gaat me toch niet vertellen...
- Nee pap, dat ga ik inderdaad niet vertellen. We hadden gisteravond een feestje van de Wasknijper in Utrecht en op zo'n feestje wordt meestal ook het één en ander gedronken....
- Zie je nou wel... daar heb je het gelazer al. Ik dacht trouwens, dat de Wasknijper niet meer bestond?
- Laat me nou toch eindelijk eens een keer uitpraten. Hadden ze je op die cursus maar eens leren luisteren.
- Ga verder Gerda, ik luister.
- Dat zal tijd worden. De Wasknijper heet overigens weer gewoon Wasknijper, want de man, die ontdekte, dat het een anagram was van Rijkswapen, zat er dus helemaal naast. Maar omdat er op zo'n feestje dus nogal wat gedronken wordt, ben ik met de trein naar Utrecht gegaan.
- Héél verstandig....
- Maar dat bleek dus niet zo verstandig, want op de terugreis bleef hij halverwege staan. Blaadjes op de rails, veronderstelde iemand.
- Wat voor blaadjes? Pornografische blaadjes? Daar zou ik als machinist ook voor gestopt zijn.
- Daar denk jij natuurlijk meteen weer aan. Nee, herfstblaadjes denk ik.
- Nu al?
- In ieder geval was er geen beweging meer in die trein te krijgen. En ja, na zo'n feestje....
- Ja, ik begrijp het al. Ik zie de bui zogezegd al hangen.... Maar gelukkig hebben ze daar bij de NS wat op gevonden. Dus jij naar de conducteur en gevraagd, of je de zak van hem kunt krijgen...
- Zoiets ja. Dus ik gauw met de conducteur naar de cabine van de machinist, achter in de trein...
- Jullie maakten als het ware een sprintje door de Sprinter. En toen?
- Zag er in die cabine allemaal heel interessant uit met al die knoppen en lampjes en metertjes. Toen ik gedaan had, waar ik daarvoor zat, kon ik het toch niet laten om even op de stoel van de machinist te gaan zitten en eens wat knoppen en zo te proberen. En je kunt het geloven of niet, maar opeens begon de trein te rijden. In míjn richting. Ik schrok me rot.
- En toen?
- Gejuich in de trein, ook al reden we eigenlijk de verkeerde kant op. Tot even later de machinist en de conducteur binnen kwamen stormen. Toen was ik blij, dat we weer gauw stil stonden.
- En wat heb je met het zakje gedaan?
- Ik had het zolang op de stoel van de bijrijder gelegd. Ik hoop niet, dat de conducteur erop is gaan zitten.

zondag 2 oktober 2011

Krijgertje spelen

Een hardloper uit Denekamp
Kreeg in beide benen kramp,
En dacht, toen hij moest starten,
'Die kramp speelt me zóveel parten,
Dat ik met het oog op mijn benen,
Maar beter de benen kan nemen'.

Een gedichtje uit de categorie nonsens-poëzie, maar dat had u zelf natuurlijk ook al geconstateerd, want in Denekamp wonen helemaal geen hardlopers. Het zal me waarschijnlijk wel zijn ingegeven door een ietwat vreemd gesprek tussen twee mannen, die net als ik, geboeid naar een uitslaande brand stonden te kijken.


- Ik kríjg d'r wat van...

- Wat?
- Ik krijg d'r wat van..
- Ja, dat verstond ik wel, ....
- Waarom zeg je dan: wat?
- Ik bedoelde: wát krijg je d'r van?
- Waarvan?
- Laat ik het anders zeggen: wáár krijg je wát van? Of: van wie krijg je wat?
- Ik krijg van niemand wat. Kréég ik maar eens wat! Van de belastingdienst bijvoorbeeld.
- Maar je zei toch: ik krijg d'r wat van.
- Ja, van m'n vrouw. Eerst wil ze een nieuwe tv en nou wil ze weer naar Noorwegen.  Heb je misschien een vuurtje voor me?
- Ik rook niet.
- Daarom kan je toch nog wel een vuurtje hebben? Mooie fik hè?
- In ieder mens schuilt wel iets van een pyromaan.
- Een pyro-wat?
- Maan...
- Van: Zie de maan schijnt door de bomen?
- Nee, van manie.
- Oh, heet dat pyromaan. Wist ik niet.
- Je weet wel méér niet.
- Oh ja, wie zegt dat? 
- Dat zei ik net tegen je, nog geen seconde geleden.
- Ja, dat hoorde ik ook wel.
- Waarom vraag je dan: wie zegt dat?
- Ik bedoel dus: hoe kóm je daarbij?
- Waarbij?
- Dat ik niet meer weet. Of méér niet weet. Wat zei je eigenlijk?

Enfin, dat ging zo nog een tijdje door. Logisch toch, dat je daar een tik van mee krijgt. De brand was allang geblust, toen de twee mannen elkaar daar nog steeds niet stonden te begrijpen.

De Muze van de nonsens

Mocht u van dit soort onzin houden - zoals ik; het leven is tenslotte al ernstig genoeg - dan kunt u uitstekend terecht bij Perplexicon, een door Tysger Boelens en Gerrit Komrij  samengesteld ABC van de nonsens.

Wie een beetje in de wereld van de onzin thuis is - en dat zijn we toch allemaal, zonder het te willen toegeven - zal het niet verbazen, dat in dit overzicht bijdragen zijn te vinden van Drs. P., Yvo de Wijs, Daan Zonderland, John O'Mill, Jules Deelder, Kees Stip en Gerrit Komrij zelf.

Zonder dit boek zou ik nooit geweten hebben, dat een geheelonthouder een zwak persoon is, die toegeeft aan de verleiding, zichzelf een pleziertje te ontzeggen.


dinsdag 27 september 2011

Feiten

Men vroeg een man uit Finsterwolde,
Die vaak achter de feiten aan holde:
"Waar gaat u nu weer heen?"
"Achter feiten aan, maar ik vang er geen".

maandag 26 september 2011

Geert zoekt job

Uit betrouwbare bron, dat wil zeggen uit de kring van tekstschrijvers en toondichters, heb ik vernomen, dat alles in het werk wordt gesteld om op 11-11-11 een carnavalskraker gereed te hebben, waarvan het refrein zou luiden:

Ach man, doe toch eens normaal,

Klinkt het steeds in 's lands vergaderzaal.

Dat hebben die cabaretiers in de Tweede Kamer toch maar mooi voor elkaar gekregen. En dat ze uitgerekend de Algemene Beschouwingen hebben uitgekozen om hun slag te slaan en een gooi te doen naar eeuwige roem, kan natuurlijk ook geen toeval zijn. Bovendien hebben ze de steun gekregen van vrijwel alle kamerleden, die geen gelegenheid voorbij laten gaan om te verklaren, dat het verbale incident vooral niet gezien moet worden als de maat der dingen in Den Haag.


Er worden pogingen in het werk gesteld om het carnavalslied op 11 november tijdens een zitting van de Tweede Kamer in Den Haag in première te laten gaan. Een betere entourage en ambiance is nauwelijks denkbaar en verwacht mag worden, dat onze volksvertegenwoordigers het lied uit volle borst (voor zover aanwezig) zullen meezingen.

Daarna zullen Wilders en Cohen vrijwel onmiddellijk het land in gaan met het cabaretprogramma "Geert zoekt job". Iets leukers kan ik me nauwelijks voorstellen. En iets wilders trouwens ook niet. Er zijn al heel wat kleuterscholen, die het duo graag voor hun leerlingen willen laten optreden.

Terwille van het politieke evenwicht wordt halverwege de landelijke tournee de titel van het programma gewijzigd in "Cohen zoekt cohesie". Er zijn mensen, die menen, dat cohesie de vrouwelijke vorm is van cohen en daarom denken aan een "Boer zoekt vrouw"-achtig programma. De conclusie is misschien wel juist, maar gebaseerd op een verkeerd uitgangspunt. Protest is ook niet het mannelijk equivalent van prothese.


Mochten er mensen zijn, die zich geroepen voelen om het refrein van vermeld carnavalslied verder uit te werken, dat stel ik de ruimte daarvoor hier graag beschikbaar.
Wordt dus (hoogstwaarschijnlijk) vervolgd.

woensdag 21 september 2011

Hoed

Een symfonie van Gustav Mahler is nu niet direct een werk, waar je ontspannen onderuitgezakt, onderwijl een cryptogram oplossend, of tijdens het ramen lappen naar luistert. Zo'n Vierde vergt opperste concentratie en na het concert waren mijn dochter en ik dan ook wel aan een versnapering toe.
Dat waren er kennelijk méér, want het café zat aardig vol. Maar een houten barkruk doet na het pluche van de concertzaal best goed. En doet je tevens het betrekkelijke van alles inzien.

"Het meest interessante van de hele Troonrede vond ik nog die hoed", zei de man naast me, maar tegen niemand in het bijzonder.
"Mijn vrouw heeft ook zo'n ding, maar bij ons staan er planten in. En in dat gootje eromheen staat water, om de luchtvochtigheid een beetje op peil te houden. Nee, ik geloof niet, dat mijn vrouw dat ding ooit op d'r hoofd heeft gezet, hoewel ze in een jolige bui best gekke dingen kan doen, hoor".
De man staarde in zijn glas, waarvan de onderste helft nog gevuld was.
"Ik hou niet van halfvolle glazen", zei hij.
"Drink eerst maar even leeg", adviseerde de kastelein, kennelijk worstelend met de vraag, hoe hij een half glas bier in rekening zou moeten brengen.
"Hebt u Wilders en Cohen nog zien bekvechten?" vroeg de man nu aan mij.
"Nee. Was het spannend?"
"Ik zie het al. Neemt u me niet kwalijk dat ik het zeg, maar ik kan me voorstellen, dat u met zo'n vrouw aan uw zijde wel iets beters hebt te doen dan naar die kleuters te kijken".
"Mijn dochter en ik zijn vanavond..."
"Oh, is dat uw dochter...", onderbrak de man me, ietwat verrast. "Dat heeft u mooi gedaan, als ik zo vrij mag zijn. Maar u hebt niks gemist hoor. Zaten elkaar een beetje uit te maken voor gedogers. Eigenlijk te kinderachtig om over te praten. Dat moet nou ons land besturen...".
"Henk", richtte de man zich tot de kastelein, "heb je nog wat om te spoelen. Ik heb er gewoon een vieze smaak van in m'n mond. En geef die mensen ook wat".
"Wie kan je vandaag de dag nou nog vertrouwen", ging hij tegen mij weer verder. "Ze beloven van alles, maar doen.. ho maar. Dat begon al met het kwartje van Kok. Kunt u zich dat nog herinneren?"
"Jazeker", zei ik, terwijl ik het glas hief. "Proost".
"Ja, op uw gezondheid. En als we die Wilders nu eens tot ambassadeur in Marokko benoemen en die Cohen in Libanon...", zei de man, terwijl hij opstond en naar het toilet ging.
"Zou ik later ook zo'n zeurpiet worden?" vroeg ik aan mijn dochter.
"Later?"