Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


dinsdag 6 maart 2012

Teek

Mijn fascinatie voor de teek (dat bloedzuigende monstertje) dateert al uit mijn middelbare schooltijd. Mijn toenmalige tekenleraar (Hans van Ingen; 1918-2006) op het Baarns Lyceum had een studie van dit diertje gemaakt en wist er uitermate boeiend over te vertellen. Al moet ik er eerlijkheidshalve wel bij zeggen, dat mijn interesse naderhand vooral op een taalkundig misverstand bleek te zijn gestoeld. Van Ingteeken vertelde, dat de teek eigenlijk een parasitaire mijt is, maar aangezien ik toen nog niet wist wat een mijt was en dus meid verstond en begreep, luisterde ik ademloos toe. En heb me toen waarschijnlijk een volkomen verkeerde voorstelling van het diertje gemaakt. Pas toen ik een paar jaar later met een leuke meid uit mijn klas een weekend doorbracht in een vakantiehuisje te Cadzand, zag ik voor het eerst van mijn leven een teek. Twee teken zelfs. Hoewel ze leven in het bos en in het gras, zaten er daar twee op de muur. Dat vond ik toen een teken aan de wand. Twee tekens dus eigenlijk.
Mijn tekenleraar van weleer is zich later in Rusland verder gaan verdiepen in de teek, is zich Ivan Ingen gaan noemen en is tenslotte gepromoveerd op het proefschrift “Omenclatuur” en tekenhoogleraar geworden.

Het zal ongeveer in diezelfde tijd zijn geweest, dat ik teken ben gaan verzamelen. Ik bewaarde ze uiteraard in een tekendoos en toen ik er drie had, ben ik ze – om ze uit elkaar te kunnen houden – ook namen gaan geven: Apo, Hypo en Carto, naar hun land van herkomst, waar ze op dit moment overigens niets meer waard zijn.
M’n vierde teek zal ik wel Disco hebben genoemd en de volgende kreeg gewoon de naam Vijf, door Paul Desmond later op muziek gezet en door het Dave Brubeck Quartet uiteindelijk beroemd geworden. Take Five dus, voor het geval u de draad kwijt bent.
Zelfs de door de teek veroorzaakte ziekte Lyme is op muziek gezet. U kent het ongetwijfeld: Lymelight (met light hier in dezelfde betekenis als bijvoorbeeld in Cola Light).

De teek heeft ook zijn naam verleend aan het alom bekende inteek-gesprek. En op de deur, waarachter een dergelijk gesprek plaats vindt, treft men vaak een bordje aan met de tekst: Niet storen s.v.p. Teek in gesprek.

In de categorie Verkeersborden en Verkeersteken (het woord verkeerstekens is dus fout, want Verkeersteken – zonder s erachter – is al meervoud) komt nog het stopteken voor, meestal als: Stop! Teken!

donderdag 23 februari 2012

Klacht

- Zeg Ger, nu ik je toch aan de telefoon heb… Ik heb klachten over je gehad.
- Over mij? Van wie dan? Vanwege de Wasknijper?
- Vanwege dat vieze mopje, waarmee je me laatst uit bed belde.

- Had ik láter moeten bellen?
- Je had dat mopje niet moeten vertellen…
-
Ik dacht, dat jij daar anders helemaal niet vies van was.
- Ben ik ook niet, maar….
- Ik begrijp het al. Je had het natuurlijk niet op je blog moeten zetten. En dan míj de schuld geven..! Ik vraag me trouwens tóch wel eens af, waarom je bepaalde dingen zo nodig moet publiceren.
- Welke dingen?
- Dat ga je zelf maar eens bedenken. Daar heb je nu alle tijd voor. Schrijf liever eens een leuk verhaal over de zus van mijn broer..
- Nou je het zegt: Hóór je nog wel eens wat van je broer?
- Van Fred?
- Je hébt maar één broer, voor zover ik weet.
- Hij zit ergens in de bergen. Ik geloof in Noorwegen, maar het kan ook wel Zuid-Frankrijk zijn. Laatst liet hij in een smsje weten, dat hij bijna klaar is.
-Klaar? Waarmee?-
- Met z’n boek, denk ik.
- Over boeken gesproken… Ik ben aan het opruimen…
- Alweer?
- … en kwam nog een Almanak voor de Watersport uit 1998 tegen. Heb jij daar nog wat aan?
- Nee pap, laat maar zitten.
- Zat nog een leuk gedichtje in. Ik weet niet eens meer of ik het zelf heb geschreven of van iemand heb overgeschreven:
Een jonge vrouw uit Nederhemert,
Laat dagelijks, zodra het schemert,
Poedelnaakt haar windhond uit,
Tot zij er op een verzetje stuit.
-
Wat is daar zo leuk aan?
- Die laatste regel en dan in het bijzonder het woord “verzetje”. Verzet betekent weerstand, tegenstand. En je zou je kunnen voorstellen, dat die vrouw inderdaad enige weerstand in de buurt oproept. Maar het verkleinwoord “verzetje” betekent heel wat anders. Enfin, dat hoef ik jou niet uit te leggen. De lezer mag kiezen, welk verzet(je) hij of zij verkiest. Leuk toch?
- Ach….. En ik zou het gedichtje ook maar niet op je blog zetten. Waar ga je het de volgende keer over hebben?
- Over Lombroso, denk ik. En Lombroso-typen. Wel een beetje gevoelig onderwerp…
- Maar daar draai jij je hand niet voor om.

zondag 12 februari 2012

Achterstand & achterhaald

Hoewel even buiten mijn schuld niet in staat om onmiddellijk op de actualiteit te reageren, was de van wroeging vervulde vrouwelijks griffier toch te mooi om ongebruikt te laten liggen:

Een mooie, vrouw’lijke griffier,
En erelid van “Lekker dier”,
Moest onlangs ruiterlijk erkennen,
Dat zij zich met kalfsvlees liet verwennen.

Even heb ik mij nog afgevraagd, of wij in het Nederlands nog een aparte uitgang hebben voor een vrouwelijke griffier. Nee, niet in het gerechtsgebouw, maar taalkundig. Bijvoorbeeld griffeuse. Of griffierse. Maar het woord griffier blijkt zelf al vrouwelijk te zijn.

Denkt u nou niet, dat élk op ier eindigend woord vrouwelijk is, want poelier is hartstikke mannelijk en bankier helaas ook. Bij een klier ligt de zaak wat genuanceerder. Zolang we het over een orgaan hebben, is een klier vrouwelijk. Hoe vrouwelijk bijvoorbeeld een traanklier is, hebben diverse schrijvers laten weten. Gerrit Krol: “Een Fries huilt niet”. En F.Bordewijk: “Een man in ontroering huilt niet, hij vloekt”. Maar willen we er een vervelend persoon mee aanduiden, dan is  klier mannelijk. Daar schuilt inderdaad iets onrechtvaardigs in.
En om de verwarring compleet te maken, kan kier zowel mannelijk als vrouwelijk zijn, al kan ik er weinig mannelijks bij bedenken. De logica is dus weer ver te zoeken.

* * * * *

Als vorst de Friezen doet ontdooien,
En Bethlehem in Barthlehiem verandert,
Dan valt het leven nog slechts te voltooien,
Voor wie per schaats door’t Friese land meandert.

vrijdag 10 februari 2012

Houd je touwtje?

- Morgen pap. Weet jij, hoe ze een leren string noemen?
- Ja natuurlijk weet ik dat. Maar moet je me daarvoor uit bed bellen? Hoe laat is het?
- Negen uur…. Nou, hoe noemen ze zo’n leren string dan?
- Een Holleder. Sta je zeker wel even van te kijken, dat ik dat weet?
- Het valt me al mee, dat je weet wat een string is.
- Dat wist ik al, toen jij nog geboren moest worden. In 1967 zong iedereen over een
“puppet on a string”. Sandie Shaw. Zeker nog nooit van gehoord?
- Nee… een kennis van je?
- De winnares van het Eurovisie Songfestival in 1967. Maar toen ik nog een kleine jongen was en nog geen flauw benul had, hoe jij in elkaar gezet moest worden, zongen we bij het touwtje springen al over strings.
- Heb jij touwtje gesprongen? Dat wist ik niet.
- Je weet wel méér niet. Toen wij vroeger touwtje sprongen, zongen we er altijd bij: “In string, de bocht gaat in….”. Dus je hoeft mij niet te vertellen wat een string is. Trouwens: ik spring nog steeds touwtje. Goed voor de conditie. Je ziet: ik spring touwtje en bijt op een houtje. Houtje-touwtje dus.
houtje-youwtje
- Wat zeg je, pap?
- Houtje-touwtje…
- Dat gaat je niks aan…
- Wat gaat mij niks aan?
- Of mijn touwtje houdt…
- Ik heb het over houtje met een t. Maar ik hoor het al. Je weet dus ook niet wat een houtje-touwtje is?
- Een houten touwtje?? Dat zal dan wel een string van hout zijn. Ik moet er niet aan denken, zeg…
- Een houtje-touwtje is een jas. Met houten knopen en knoopsgaten van touw.
- Nou pap, zo te
horen gaat het wel weer goed met je. Wanneer begin je weer?
- Met touwtje springen?
- Nee, met je blog natuurlijk.
- Daar ben ik noodgedwongen al weer mee begonnen, sinds vanmorgen vroeg iemand me met een volstrekt overbodige vraag uit bed belde….

zondag 22 januari 2012

Gedwongen rust

Door de invloed van externe krachten\
Ben  ik tot mijn spijt niet bij machte,
Om hier gedurende een  korte tijd,
Blijk te geven van taalspitsvondigheid.

zondag 15 januari 2012

Verkorte versie

De eco- en de metronoom vermoeden zich de maat der dingen,
De sopraan is ervan overtuigd, het hoogste lied te zingen,
Maar de ietwat arrogante psycholoog toch dat hij barstte,
Toen hij zei, dat Marokkanen gedurende de Vasten.

zaterdag 14 januari 2012

Trois mains

- Pap, wat een onsmakelijk verhaal over die man zonder hand…
- Dô wost ok.
- Wat zeg je?
- Dat was het ook… Ik zit net te eten.
- Daar heb je een handje van…
- Waarvan? Dat ik net zit te eten als jij belt?
- Om van die rare verhalen te vertellen. Zeker weer verzonnen?
- Zoiets verzin je toch niet? Die man bleek trouwens ook nog pianist. Hij speelt nu trois mains met zijn broer.
- Trois mains? Ken ik niet. Van wie is dat? Oh… trois mains …. zeg dat dan. Is daar literatuur voor?
- Niet dat ik weet. Wel voor één hand. Ravel heeft eens een Pianoconcert voor de linkerhand geschreven, voor Paul Wittgenstein, die zijn rechterarm in de 1e Wereldoorlog was kwijtgeraakt. Waarom lèt die man dan ook niet op z’n spullen? Paul is een broer van Ludwig Wittgenstein. Die ken je wel.
- De filantroop?Paul Wiitgenstein a
- De filosoof, ja.
- Mooi stuk?
- Die filosoof?
- Nee, dat pianoconcert natuurlijk.
- In ieder geval wel moeilijk. Het klinkt, alsof het voor twee handen is geschreven. Maar wie twee handen heeft, moet er eerst één inleveren, alvorens hij het mag uitvoeren. Voorschrift van de componist.
- Ja, dat zal wel… Zeg pap, jij houdt toch van leuke woordspelingen?
- Probeer eens…
- Het gaat over het nieuwe Zorgstelsel. Of zal je dat een zorg zijn?
- Nee nee, laat maar eens horen.
- Nou, daar gaat ie dan, hoor. Luister je?
- Toe nou maar…
- Nou, met dat nieuwe Zorgstelsel knijpt de fysiotherapeut er tussenuit. Dat rijmt trouwens ook nog. De logopedisten zijn sprakeloos, de KNO-arts krijgt er een brok van in z’n keel, voelt zich bij de neus genomen en wordt een oor aangenaaid, de oogarts ziet het somber in, de neuroloog krijgt er de zenuwen van, de verloskundige zit met de naweeën, de gynaecoloog baart het zorgen, de uroloog voelt aan zijn water, dat het niet goed gaat, voor de chirurg snijdt het mes niet meer aan twee kanten, de dermatoloog krijgt er kippenvel van, de…
- Duurt het nog lang?
- Vind je het niet leuk dan?
- Jawel, maar ik wist niet, dat er zoveel mensen in de zorgsector werkzaam waren. En… eh… vindt de patiënt er ook nog wat van?
- Jazeker: die is er goed ziek van.
- Toch leuk, je weer even gesproken te hebben.