Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zondag 15 december 2013

Verband


Een dag zonder gedicht,
Is als een ver zonder gezicht,
Als een kruimel zonder dief,
En als een made zonder lief.


Want het rijm hóórt bij de dichter,
Zoals de laden bij de lichter,
En te gras hoort bij te hooi,
Alsmede lichte bij een kooi.


En zo kan men nog dágen vullen,
Omdat ont hoort bij hullen,
En Fanta soms bij sie,
Zoals Koot ooit bij De Bie.

vrijdag 13 december 2013

Onderzoek

Omdat mijn kennis van exotische talen voor verbetering vatbaar is, ben ik er tot op heden niet achter gekomen, waar de naam Shar Pei (de merknaam van mijn inmiddels aardig ingeburgerde Chinese hond) vandaan komt of wat die betekent.
Volgens niet al te wetenschappelijk en etymologisch onderzoek zou de naam ontleend zijn aan de stampei, die het dier door zijn levendige karakter nogal eens weet te veroorzaken. Maar erg waarschijnlijk komt mij die verklaring toch niet voor.
Ik zoek voort, zoals ook de wetenschappers aan de Erasmus Universiteit, die hebben ontdekt, dat het aantal Nederlanders, dat een zwaard op zak heeft, de afgelopen duizend jaar met maar liefst 95% is afgenomen. Dat zijn schokkende cijfers, maar voorlopig houd ik me meer bezig met de vraag, waar ik mijn geld het best kan beleggen. Nu de ene bank na de andere failliet gaat of dusdanige boetes krijgt opgelegd, dat een faillissement wel moet volgen, lijkt het mij maar het beste, mijn geld naar de Bank van Lening (met een g op het eind) te brengen. Dáár krijg je er tenminste nog de helft voor.
Voor mijn huis staat ook een bank. Die is niet overdekt en soms ligt er een zwerver op. Een dakloze(n)bank dus.



-----------

Mocht u zich afvragen, waar ik me zoal mee bezighoud. Dat is in een paar woorden samen te vatten
Ik Twitter een tweetje,
Ik zing, hoewel vals, een liedje,
Ik blader in het Gezichtenboek
En breng mijn psychiater een bezoek.


Een kwestie van oorzaak en gevolg dus.

dinsdag 10 december 2013

Boers

De zoektocht van een boer naar een geschikte vrouw blijft kennelijk een (volks)vermakelijke bezigheid. Miljoenen mensen vinden het blijkbaar leuk om dat gestuntel van de boer vanuit de luie stoel en met waarschijnlijk het nodige leedvermaak aan te zien. Als boer zou ik me doodschamen om mij bij het zoeken van een partner door hulpverleners als De Mol bij te laten staan. Maar ik ben dan ook geen boer, en evenmin zoekende.

Ooit was het gebruik om de levenspartner in eigen sociale of beroepskring te zoeken. En te vinden. Maar die tijden zijn voorbij en ook een boer wil meer, ook al heeft hij daarbij kennelijk hulp nodig. Misschien omdat hij zich buiten zijn eigen leefgemeenschap wat moeilijk verstaanbaar weet te maken. Of nog onvoldoende van de hoed en de rand weet en altijd heeft gedacht: Gooi maar in m’n pet.

Een neger is een ander getinte medemens geworden, een werkster een floormanager of interieurverzorgster, maar een boer is een boer gebleven. Ook in het kaartspel Als ik zit te bridgen en er wordt een boer op tafel gelegd, hoor ik de tegenpartij bijna automatisch zeggen: “Doe daar het vrouwtje maar op”. Niet voor niets maken emancipatoire wereldverbeteraars zich zorgen over het feit, dat in het kaartspel de boer boer is gebleven en de vrouw vrouw, terwijl de man tot heer of koning is verheven. De schakers hebben de vrouw wat meer eer bewezen en haar tot dame of zelfs koningin benoemd, al blijven sommige handelingen in terminologisch opzicht wat dubieus. “Dame slaat paard” is in het schaakjargon heel gewoon, om over “Raadsheer neemt koningin” maar te zwijgen.

Maar een boer blijft altijd boer. Al zou hij wat mij betreft best agriculturele medewerker of zelfs deskundige genoemd mogen worden, zover het althans een landbouwer betreft. Maar zo’n titel moet je natuurlijk wel verdienen. En je niet door het volk laten uithuwelijken…..

maandag 9 december 2013

Kant noch wal

Mijn dagelijkse wandelingen met de hond beginnen vrucht af te werpen. Niet alleen heb ik inmiddels aardig wat hondenmerken leren kennen, maar ook de bijbehorende mensen beginnen enige vorm en inhoud te krijgen. Zo ontmoette ik gisteren een politicus van tot nu toe onbesproken gedrag. Die zijn er haast niet meer. Nu was het gisteren weliswaar zondag en betrof het bovendien een politicus van lokaal niveau, maar toch… Ik moest even denken aan het bordje, dat ik onlangs tijdens een wandeling langs het huis van Angela Merkel op haar voordeur aantrof:
 
Duitsland 055
Een hond houdt je wel in conditie, bezorgt je tal van sociale  contacten (al moet het kaf nog van het koren worden gescheiden) en geeft je ook wat aanspraak, ook al zegt hij meestal weinig terug. Toch ben ik eigenlijk nooit zo’n wandelaar geweest.



Ik houd niet zo van lopen,
Ik ga liever op de fiets.
Ik ben derhalve anti-lope,
Neem de Gazelle en verder niets.

Maar die situatie is dus inmiddels enigszins veranderd. Vorige week heb ik zelfs een voettocht door Drente gemaakt, was er toevallig getuige van hoe iemand moeiteloos zijn hunebed stond op te maken en vond ook nog een heel ander teken van leven:

Diep in de Drentse bossen,
Zit een meisje kant te klossen,
En als het werk’lijk moet,
Klost zij van kant haar ondergoed.

Maar ook in Brugge, bij de Vlaam,
Klost men kant, en zeer bekwaam.
Men maakt er zelfs, en met de hand,
Complete mensen helemaal van kant.

Maar loopt daarna als straf
De kantjes er weer af.

donderdag 5 december 2013

To geh or not too gay

 

Een jonge vrouw uit Noord-Scharwoude,
Sloeg voor haar rijbewijs cum laude
En trots haar echtgenoot toen gade,
Die meedeed aan een geh-parade.

Over dit in kringen van wandelaars en homofielen inmiddels alom bekende gedichtje blijkt enig misverstand te bestaan, met name over de laatste regel en tevens het laatste woord. Heeft het gedichtje betrekking op een groep vrolijke jongens en meisjes, dan kan er beter worden gesproken over een gay-parade. Hier echter gaat het om iemand, die meedoet aan een wandeltocht, een geh-parade. Geh is afgeleid van het Duitse gehen, dat gaan, lopen, wandelen betekent.
De handleiding bij dit gedicht geeft gebruikers in overweging om – indien gay-parade van toepassing is – het woordje echtgenoot in de derde regel te vervangen door een passender relatiebegrip.

-----

Het bovenstaande was nog maar nauwelijks in digitale druk verschenen of mijn waakhond belde. Nee, niet mijn Shar Pei. Die waakt nog niet en belt bovendien alleen in het Duits.
Mijn dochter dus.
- Pap, wat schrijf je toch weer een rare gedichtjes. Daar snapt toch niemand wat van. En als ze het wel snappen, vinden ze er niks aan.
- Ach, een mens wil wel eens wat kwijt. Er zijn nu eenmaal zaken, die je niet bij, onder of in je moet houden. Daar moet je vanaf. Zo simpel is het.
- En dan zadel je een ander er maar mee op?
- Och, misschien vindt toch nog iemand het leuk.
- Kan het me nauwelijks voorstellen. Ik kwam trouwens ergens nog een alternatief Oud-Hollands Sinterklaasversje tegen. Had zomaar van jou kunnen zijn.
- Laat maar eens horen dan.
- Wacht even…. ja, hier heb ik het:
Ik hoor de wind gaan door de bomen,
En ook in huis waait soms een wind.
Die zal wel van een petomaan af komen,
Dat begrijpt zelfs nog een kind.
-
Heb je niks leukers, Ger?
- Ik dacht nog wel, dat je dit aardig zou vinden.
- Wat ken jij je vader toch slecht.

woensdag 4 december 2013

Frisse lucht


Om het verplichte dichten
Voor even te ontlopen,
Hebben wij een reis naar Rijs geboekt,
Maar wel een heel goedkope.


Zoals een goed pater familias betaamt stelde ik mijn dochter van onze afwezigheid in kennis, kennelijk net op een moment, dat ze zelf midden in de Sinterklaasgedichten zat, want ze liet heel medelevend en ad rem weten:

Je lijkt wel niet goed wijs:
Wie gaat er nou naar Rijs?
Ik ben bezig met een mooi een gedicht,
En weet dus even niet, waar dat nou ligt.


Op rijm gevoerde gesprekken zijn meestal niet de boeiendste, al konden J.C.Bloem en Victor van Vrieslandt er wel wat van. Zij waren zelfs in staat om een hele nacht op rijm met elkaar te converseren. Dat had Willie Alfredo moeten weten.
We hebben een paar genoeglijke dagen in en om het Gaasterland doorgebracht, al waren we het over de uitstapjes niet altijd eens:


Zeg schat, ik vroeg je iets:
Gaan wij naar Hindeloopen
Of gaan we op de fiets?


Het klinkt misschien ietwat bezopen,
Maar ik prefereer wat wad te lopen.


In goed onderling overleg hebben we tenslotte besloten om van Rijs naar Hindeloopen te lopen en aansluitend nog wat wad te fietsen.

 


 Hindeloopen

maandag 2 december 2013

Schoffelen

Jantje zag eens eieren hangen,
Oh als pruimen wel zo groot.
Jantje wou een eitje bakken,
Wou wel eens wat anders op zijn brood.

Deze parodie kwam ik tijdens het schoffelen in mijn taaltuintje tegen. Onder de afgevallen bladeren ook nog een grafschriftje van onbekende herkomst:

Hier ligt Herman, dood.
Zijn leven was geen pretje.
Begonnen ooit als brood
Eindigde hij dus als kadetje.

--------

Tijdens het uitlaten van mijn Shar Pei vroeg een tegenligger me, wanneer ik voor het laatst iets voor het eerst heb beleefd?

En over deze reclame voor een (Belgisch) biermerk heb ik ook even moeten nadenken: “Neem ik een man of zal ik batterijen kopen?”

---------

Niet zo ver over de grens werd een meisje laatst wakker door hoefgetrappel. Ze vroeg haar vader:
Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Das ist Sankt Nikolaus, mein liebes Kind.

---------

Blijkbaar ben ik ooit nog eens verliefd geweest op een boerendochter en heb ik kennelijk haar vader wel eens geholpen op het land. Ik vond, geheel vergeeld, tenminste dit gedenkwaardige verslagje:

Ooit heb ik, jong en onbezonnen,
De akker van een vriendinnetje ontgonnen,
Maar was nog onvoldoende op de hoogte
Van het feit: wie zaait zal oogsten,
En heb mijn vrees voor vrouwen nooit meer overwonnen.

Het staat er echt. Hoe verzint een mens het.