Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


vrijdag 27 december 2013

Vega Kerstdiner

 

De één zat ongemakkelijk en onbehouwen
Met zorg een stukje kunstvlees te herkauwen.
Een ander rookte buiten (heel gezond) een sigaretje,
Of at aldaar een stiekem meegebracht kroketje.

dinsdag 24 december 2013

Boeken

 

Men kan vele mooie reizen boeken,
En ook vele mooie boeken lezen.
Lezen doet men iemand ook de les,
En wil men soms zijn dorst eens lessen,
Grijpt men toch eenvoudig naar de fles?


Wanneer ik mij weer door een stapel boeken wurm,
En ik boek geen voortgang of succes,
Dan denk ik wel eens: ik verscheur ‘m.
Maar spring dan toch weer voor de boeken in de bres.


In boeken is in de loop der eeuwen veel wijsheid verkondigd en over boeken eveneens. Lang voor de boekdrukkunst was uitgevonden, wist Cicero al, dat een kamer zonder boeken is als een lichaam zonder ziel. Al was Goethe van oordeel, dat veel boeken niet zijn geschreven om wat uit te leren, maar om te laten zien, wat de schrijver weet. Dat is nog steeds zo, lijkt me.
Veel boeken hebben, evenals mensen, hun succes aan hun titel te danken, zo heeft ook eens iemand beweerd. Ik onthoud mij hier veiligheidshalve maar van een oordeel, maar als aforisme klinkt het in ieder geval goed.
De schrijver Mark Twain, die zijn manuscripten persoonlijk naar zijn uitgever bracht omdat hij de posterijen niet vertrouwde, zei eens: “Een klassiek boek is een boek, dat iedereen gelezen wil hebben en niemand wil lezen”.
Eén ding is in ieder geval wel duidelijk:


Een kamer zonder boeken
Is als een keuken zonder pan,
Als moeders zonder koeken,
En als Wim zonder Kan.

maandag 23 december 2013

Op weg naar 2014

 

Voor iedereen, die dit hier ziet of leest:
Een prettig Kerst- en Nieuwjaarsfeest.
(Roland Bekking & Wallie Lindner)

Reis

Wij zijn tijdig in de trein gestapt,
Om het nieuwe jaar op tijd te halen.
Maar nu reeds zij alhier verklapt,
Dat wij ontzettend zullen balen,
Als wij - niet gans tot ons verbazing -
Er zullen arriveren met de nodige vertraging.

zondag 22 december 2013

Zeugma(ta)

Dankzij het Groot Dictee der Vreemde Woorden ben ik er – ondanks alle ergernissen en geestelijke en lichamelijke ontberingen – nu wel achter gekomen, met welke stijlfiguur ik mij eigenlijk graag bezighoud. Dat blijkt het zeugma te zijn. Nooit eerder van gehoord, maar dat gold voor bijna alle woorden, die in het Groot Dictee voorkwamen. Ik had graag gezien, dat ze een andere naam voor mijn favoriete stijlfiguur hadden bedacht, maar ik zal het er mee moeten doen. Ik vind het maar een raar woord. Er zit een luchtje aan en het doet mij dan ook denken aan het boerenleven. En dat komt natuurlijk ook, omdat zeugma uitnodigt om ook het bestaan van zeugpa en wie weet wat voor zeugen nog meer, te veronderstellen. En dan is het nog maar een kleine stap naar “Boer zoekt vrouw”, alwaar het zeugma op uitgebreide schaal kan worden toegepast. Ik zal u eerst een paar voorbeelden geven. Dan kunt u daarna het stukje, waarin ik uitleg, wat een zeugma nou precies is, gerust overslaan.

Enige zeugmata in de agrarische sector:

- boer zoekt vrouw en mot;
- knecht slaat boer dood en diens echtgenote aan de haak (of gade);
- de boom werd op- en de buurman afgetuigd (zie ook onderstaande Kerstgedachte);
- hij pakte de vrouw en zijn biezen, sloeg een arm om haar heen en vervolgens rechtsaf en tenslotte door;


En zo zijn er nog talloze zeugmata te bedenken, de ene nog leuker of minder leuk dan de andere. Een met zorg gekozen zeugma heeft een komisch effect, maar als ergens overdaad schaadt, dan is het wel hier. Maar verwerkt in gedichten willen zeugmata nog wel eens bruikbaar zijn en tot verrassende effecten leiden.

Wat een zeugma is, leert ons de Van Dale:
Een stijlfiguur, waarbij een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord wordt verbonden met twee zelfstandige naamwoorden of een zelfstandig naamwoord en een ander woord, , maar eigenlijk op één van beide slaat.


Een beetje daarbij in de buurt komt de volgende Kerstgedachte:

De boom is opgetuigd,
En ik ben opgetogen,
En door de buurman afgetuigd,
Daar wij elkaar niet mogen.


 

vrijdag 20 december 2013

Bekentenis

 

Ik liet mij als gewoonlijk heel gedwee
En moeiteloos verleiden,
Tot het meedoen aan het Groot Dictee,
Maar ben niet te benijden.

Want afgezien nog van het resultaat,
Waarover ik zal zwijgen,
Ben ik tot nu toe nauwelijks in staat,
Om nog een woord te schrijven.

Mijn vingers stijf, mijn tenen krom,
Zoals wellicht bij velen,
Of was het mogelijk de ouderdom,
Die mij parten hier ging spelen?

Tussen al die vele vreemde woorden,
Herkende ik nog DE en HET,
Maar wist, dat dát niet scoorde,
Dus toen maar gauw weer Lingo opgezet.

donderdag 19 december 2013

Nog meer woorden

Vanmorgen met stijve vingers en een minderwaardigheidscomplex opgestaan en voor alle zekerheid eerst maar eens mijn DNA-gegevens bij de plaatselijke DNA Databank laten controleren. Die bleken na twee jaar al behoorlijk verouderd, dus meteen laten updaten. En een uitdraai gevraagd. En ook nog gekregen. Weer thuis bleek de spellingcontrole van mijn tekstverwerker het niet meer te doen. Allemaal vanwege dat Groot Dictee der Vreemde Woorden van gisteravond.Van Kooten moet maar weer met De Bie gaan spelen in plaats van met de taal. In zijn tekst herkende ik af en toe een Nederlands woord, maar dat waren dan voornamelijk lidwoorden.

Trouwens, over lidwoorden gesproken: ik was nog maar goed en wel bijgekomen van de verschrikkingen van genoemd dictee, of ik las in de Volkskrant vanmorgen de kop “Boeren zullen nog meer naar het pijpen van hun afnemers moeten dansen”. Het was uitgerekend een lidwoord, dat hier voor verwarring zorgde en mij de tekst nogal vreemd en zelfs vrijmoedig deed vinden. Of was het misschien toch mijn eigen dirty mind? Het leek mij een uitgemaakte zaak, dat als het lidwoord het correct gebruikt was, het bijbehorende artikel over mijn geliefde onderwerp “boer zoekt vrouw” zou moeten gaan. Maar nee hoor. Het ging over de afnemers van kippen en eieren en andere agrarische producten, dus had er de moeten staan. Dacht ik. Maar inmiddels weet ik beter.

Mijn vingers nog pijnlijk en mijn tenen nog krom van het dictee werd ik er vandaag gevoelig op getikt, resp. getrapt. Zowel dansen naar de pijpen, als dansen naar het pijpen is correct. Voor wie het naadje van de kous wil weten, legt Onze Taal het hier uit.
Ik geef intussen de pijp aan Maarten. Ofschoon hij al een tijdje niet meer rookt. Tegenwoordig leven rokers eigenlijk best gezond. Zij komen veel meer in de buitenlucht dan niet-rokers.

In jet kader van “Ken uw klassieken” nog even het volgende geprobeerd:

Waar werd oprecht berouw
Van een vreemd gegane vrouw,
In Neêrland ondervonden?


Verschillende vooral jongere lezers, die in deze regels geen Vondel herkenden, vroegen zich af, waarom ik dat wilde weten en waar ik me eigenlijk mee bemoeide.
De parodie is een leuk genre, mits men zich bij de beoefening ervan wel houdt aan het ritme en het rijmschema van het oorspronkelijke werk, zodat dat nog herkenbaar blijft. Anders schiet de parodie zijn doel voorbij. En dat doet me dan weer denken aan het opschrift, dat ik onlangs op een begraafplaats tegenkwam:

Hier rust Hendrik Jan van Dordt
Van de plaatselijke schutterij.
Hij schoot bokken en tekort

En bovendien zijn doel voorbij.

dinsdag 17 december 2013

Words, words, words…

Het woord selfie (een doorgaans met een smartphone gemaakt zelfportret) heeft het in Nederland tot woord van het jaar gebracht. En het klinkt internationaal genoeg om het ook in andere landen tot woord van het jaar te kunnen brengen. Hetgeen dan ook is gebeurd. In België en zelfs in Engeland.

“Send me a selfie”,
Zei de trainer van Chelsea,
And we shall see
What happens to be”.


Ja ja, die Mourinho spreekt al een aardig woordje Engels, zoals u ziet.

Op de tweede plaats eindigde het woord socialbesitas, hetgeen een overmatig en dwangmatig gebruik van sociale media betekent. Het woord doet me denken aan in dit geval een Turkse voetbalclub, maar verder heb ik er niets mee.
Op een eervolle (nou… eervolle…) derde plaats eindigde sletvrees, hetgeen – zoals het woord al doet vermoeden – betekent: vrees om voor slet te worden aangezien. Kennelijk leeft die vrees bij zóveel vrouwen, dat het woord sletvrees tot de drie populairste en meest-gebruikte woorden van dit moment kon doordringen. En dat geeft te denken. En op grond waarvan zou die vrees eigenlijk bestaan? Of ontstaan? Een zorgelijke zaak. En hoe zouden Chinese vrouwen in ons land met het begrip sletvrees omgaan?

Maar meer zorgen maak ik me over de vraag, wie de zorg voor de zorg nu eigenlijk een zorg zal zijn. Veel vertrouwen heb ik er niet in, want de discussies gaan alleen over de noodzakelijke bezuinigingen aan de ene kant en de werkgelegenheid in de zorgsector aan de andere. Degenen, voor wie de zorg bedoeld is, blijven helemaal buiten beeld.
Maar in Meppel heeft men daar iets op gevonden. Daar krijgt de clientèle van de voedselbank vuurwerk bij het eten, zodat ze volop mee kunnen doen met het in rook laten opgaan van veel geld. En dat in een tijd, dat het ons minder heet te gaan. Een béétje paradoxaal, dat wel.

In Meppel krijgt men bij de voedselbank,
Een doos met vuurwerk bij het eten,
Opdat ook hier de armen God ij dank,
Zich even met de rijken kunnen meten.


Maar zou men niet moeten bedenken,
Dat als het geld in rook is opgegaan,
Die goedbedoelde vluchtige geschenken,
De armen toch met lege handen laten staan?


En dan maar hopen, dat tussen het vuurwerk zich geen illegaal spul van Poolse herkomst bevindt, want anders is de rij mensen voor het loket van de polikliniek op 1 januari misschien wel groter dan voor dat van de voedselbank.