Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zondag 12 februari 2012

Achterstand & achterhaald

Hoewel even buiten mijn schuld niet in staat om onmiddellijk op de actualiteit te reageren, was de van wroeging vervulde vrouwelijks griffier toch te mooi om ongebruikt te laten liggen:

Een mooie, vrouw’lijke griffier,
En erelid van “Lekker dier”,
Moest onlangs ruiterlijk erkennen,
Dat zij zich met kalfsvlees liet verwennen.

Even heb ik mij nog afgevraagd, of wij in het Nederlands nog een aparte uitgang hebben voor een vrouwelijke griffier. Nee, niet in het gerechtsgebouw, maar taalkundig. Bijvoorbeeld griffeuse. Of griffierse. Maar het woord griffier blijkt zelf al vrouwelijk te zijn.

Denkt u nou niet, dat élk op ier eindigend woord vrouwelijk is, want poelier is hartstikke mannelijk en bankier helaas ook. Bij een klier ligt de zaak wat genuanceerder. Zolang we het over een orgaan hebben, is een klier vrouwelijk. Hoe vrouwelijk bijvoorbeeld een traanklier is, hebben diverse schrijvers laten weten. Gerrit Krol: “Een Fries huilt niet”. En F.Bordewijk: “Een man in ontroering huilt niet, hij vloekt”. Maar willen we er een vervelend persoon mee aanduiden, dan is  klier mannelijk. Daar schuilt inderdaad iets onrechtvaardigs in.
En om de verwarring compleet te maken, kan kier zowel mannelijk als vrouwelijk zijn, al kan ik er weinig mannelijks bij bedenken. De logica is dus weer ver te zoeken.

* * * * *

Als vorst de Friezen doet ontdooien,
En Bethlehem in Barthlehiem verandert,
Dan valt het leven nog slechts te voltooien,
Voor wie per schaats door’t Friese land meandert.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen