Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


vrijdag 28 januari 2011

Dagboek

Ego-documenten (autobiografieën, dagboeken, brieven en reisverslagen) mogen zich al eeuwen lang in een grote publieke belangstelling verheugen. Wetenschappers hebben zelfs een uitgebreide lijst samengesteld van wat er in Nederland tussen ca 1500 en 1815 allemaal aan ego-documenten is verschenen. En Jacob Cats liet in de 16e eeuw al weten:


Ick scheppe groot vermaeck, wanneer ik iemants leven
Sie met de nette pen en naer den eysch beschreven.


Maar de Nederlandse literator Jan Greshoff (1888-1971) dacht daar heel anders over, zeker toen het dagboek een geliefde letterkundige uitdrukkingsvorm was geworden. "De lezers hopen er prikkelende bijzonderheden in te ontdekken ten behoeve van hun ongezonde nieuwsgierigheid". Zijn mening heeft niet kunnen voorkomen, dat het dagboek een zeer populair genre is geworden, niet alleen bij schrijvers, maar bij iedereen, die meent, iets te vertellen te hebben en daarvoor met name op Internet alle mogelijkheden vindt. De nieuwsgierigheid van de lezer naar prikkelende bijzonderheden zal nog altijd wel bestaan en zelfs eerder zijn toe- dan afgenomen. Daarom nu maar even iets uit eigen keuken:


Ooit had ik eens een concubine,
Die - toen ik op een keer haar vroeg:
"Waar is toch mijn bril, Jantine?"
Mij wat wezenloos en wazig gadesloeg
En zei: "Je kale kop glimt zónder al genoeg".


Nou ja, erg prikkelend is dat natuurlijk niet. En onthullend evenmin, want er staat niet wat er staat, als u tenminste wel de volgende woorden wilt geloven:


Schiet de dichterlijke fantasie tekort,
Zodat ieder versje autobiografisch wordt,
Dan zou ik gauw het dichten staken,
En mij met wat anders gaan vermaken.

Edoch: mijn dichten is slechts kattenkwaad:
Er staat gewoon niet wat er staat

In Nederland zijn veel ego-documenten terechtgekomen in de serie Privé Domein van de Arbeiderspers.
Samuel Pepys
De Engelsman Samuel Pepys (1633-1703) hield van 1660 tot 1690 een belangwekkend dagboek bij. Hij deed dat echter in geheimschrift, dat pas bijna anderhalve eeuw na zijn dood werd ontcijferd. Een deel van dit belangwekkende ego- en tevens tijdsdocument is in het Nederlands vertaald onder de titel "Dagboek van een levensgenieter 1660/1690".
De Nederlandse schrijver Hans Warren (1921-2001) hield zestig jaar lang een "Geheim dagboek" bij. Het geheim zat in dit geval alleen in de titel.


Tot slot wil ik u nog even laten weten, dat ik vandaag een deurmat heb gekocht met daarop of daarin het portret van een bekende politicus. Als ik u nu vertel, dat ik mijn gasten in het vervolg uitdrukkelijk verzoek, bij binnenkomst goed hun voeten te vegen, mag u raden, wie er op de deurmat staat afgebeeld.
Ooit liet iemand, die een hekel had aan de schrijver Lodewijk van Deyssel, diens beeltenis aanbrengen in zijn wc-pot. In wezen is er dus niets nieuws onder de zon.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen