Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zaterdag 10 december 2011

Ongerijmd

Rijm is voor de dommen, vindt Hugo Brandt Corstius. Voor Sinterklaas, zolang die nog leeft, voor reclamemakers en voor liedjesschrijvers en –zangers, maar niet voor dichters, voor wie rijmen z.i. nog slechter is dan alcohol. Bij de rederijkers had het rijmen naar zijn mening nog wel iets grappigs en bij Kees Stip en drs. P. ook, maar verder is rijmen maar een saaie verplichting geworden en zou verboden moeten worden.

Brandt Corstius schrijft dat in de inleiding van zijn boekje Rijmlijm, waarin hij bij wijze van “graf-groet” een groot aantal paren rijmende en soms inderdaad niet te pruimen dichtregels bij elkaar heeft geharkt, waarvoor hij – kennelijk niets beters te doen hebbende – alle Nederlandse poëzie, die hij bezit, is gaan herlezen.
Nou, voor mij blijft het rijm toch een belangrijk, zij het niet per se noodzakelijk onderdeel van de poëzie, naast metrum, beeldspraak en andere vormen van klankrijkdom. Des te meer betreur ik het dan ook, dat ik afgelopen zondag een groot aantal gedichten door en voor volwassenen heb moeten missen op het Sinterklaasfeest van de Wasknijper, de knutselclub van mijn dochter, waar ik als Sinterklaas zou optreden.

Omdat het zijn van kindervriend tegenwoordig eerder verdacht dan deugdzaam is, heeft mijn woonplaats als één van de eerste gemeenten in ons land een meldingsplicht voor Sinterklazen ingevoerd. Daar kwam ik pas achter, toen ik mijn dochter al had toegezegd, als Sinterklaas wel enige liefdadigheid te willen betrachten bij de Wasknijper. Dus moest ik nog hals over kop en in vol ornaat naar het Bureau Registratie Sinterklazen (BRS). In de wachtkamer zaten nog zes bisschoppen op registratie te wachten. Eén hunner meende ik laatst nog in de trein van Den Bosch naar Eindhoven te hebben gezien. Om daar te gaan koekhappen. U weet wel: happen naar Peijnenburg.

Een ambtenaar in burger stelde me enige obligate vragen over mijn verhouding tot kinderen. Vermoedelijk had ik ‘m niet moeten zeggen, dat ik vroeger pedofilatelist (verzamelaar van kinderpostzegels) ben geweest. Het viel in ieder geval niet sinterklaas1in goede aarde. Ik moest over een week nog maar eens terugkomen, en dan wel met een recente pasfoto. En zonder bril, want die schijnt tegenwoordig voor ongewenste reflecties te zorgen. Het resultaat ziet u hiernaast. Maar voor mij waait de wind en schijnt de maan pas volgend jaar weer door de bomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen