Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zaterdag 12 november 2011

Taal-economie: ff pp

Er zijn vele en zeer uiteenlopende  situaties en omstandigheden te bedenken, waarin het aanbeveling verdient om zuinig met woorden om te springen. Sprekend doen we (behalve politici) dat uit een soort gemakzucht al haast automatisch: “Even naar de melkboer”. Een zin zonder onderwerp en werkwoord, die niettemin door iedereen begrepen wordt.

Ook bij het schrijven van teksten kan zuinigheid soms geboden zijn. Wie Twittert, moet zijn boodschap in minder dan 140 letters overbrengen en een sms-bericht verdient om financiële redenen zo kort mogelijk gehouden te worden. Afkortingen spelen dan een grote rol. Zo kan je, terwijl je voor de deur op iemand staat te wachten, plotseling de mededeling op het schermpje van je gsm zien verschijnen: ff pp. Diezelfde vier letters hebben in België overigens een volstrekt andere betekenis. Maar in beide gevallen is de boodschap meestal wel duidelijk. Wel neemt de bezigheid, die er bij onze zuiderburen mee wordt aangeduid, doorgaans wat meer tijd in beslag, al zal er best iemand te vinden zijn die bereid is, het tegendeel te bewijzen. Doch dit geheel terzijde.

drol

Woordzuinigheid kan dus soms geboden zijn, maar ook gauw tot misverstanden leiden, want niet altijd kunnen we zinsdelen ongestraft weglaten. Dat ondervond onlangs een groep amateur-schrijvers, die de opdracht kreeg om een verhaal te schrijven met als onderwerp: “Mijn ….…. verteld”. Op de plaats van de puntjes mochten ze dan naar believen iets of iemand (schoonmoeder, werkster, minnares, tuinman, glazenwasser e.d.) invullen. Maar voor er een letter op papier stond, werd op luidruchtige wijze lucht gegeven aan de verontwaardiging over een zo grove taalfout, een genootschap van schrijvers en dichters toch onwaardig. Maar was er eigenlijk wel sprake van een taalfout? Moest het wel vertelt zijn in plaats van verteld?

Als wij om wille van de woordefficiency zo gemakkelijk  een onderwerp, meewerkend of lijdend voorwerp of (hulp)werkwoord inslikken, hoeft “Mijn ….. verteld” helemaal niet fout te zijn. Kijk maar:

Mijn vriend verteld
Zojuist heb ik met schroom mijn vriend verteld:
”Vandaag maar liever niet. Ik ben wat ongesteld”.

Met andere woorden: Elk ongelijk heeft zijn gelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen