Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


maandag 10 oktober 2011

De zak

- Hoi pap, leef je nog? Ik heb al meer dan een week niks meer van je gelezen. Je bent toch niet ziek?
- Nee hoor, ik heb een weekje in Noordwijk gezeten.
- Wat moet je nou met dit weer in Noordwijk?
- Cursus PR gevolgd.
- Een cursus PR.... laat me raden.... Privaat Recht?
- Nee.
- Partner Ruil?
- Ook niet. Ik héb toch niks te ruilen. Maar het heeft wel iets met relaties te maken.
- Public Relations dan... Maar daar hoef jij toch geen cursus in te volgen? Die zou je zelf beter kunnen géven.
- Vergis je niet... al die nieuwe media.... Twitter, Facebook noem maar op...
- Ja ja.. het ging je natuurlijk vooral om de human relations...
- Ook.
- Maar ik bel eigenlijk voor heel iets anders... Schrik niet, als je vandaag of morgen mijn naam in de krant ziet staan.
- Wat dan? Heb je de Nobelprijs gekregen?
- Nog niet. En die zál ik nu ook wel niet meer krijgen.
- Hoezo? Heb je iemand vermoord? Of heb je weer onder invloed achter het stuur gezeten?
- Wéér? Maar daar heeft het wel iets mee te maken, ja.
- Je gaat me toch niet vertellen...
- Nee pap, dat ga ik inderdaad niet vertellen. We hadden gisteravond een feestje van de Wasknijper in Utrecht en op zo'n feestje wordt meestal ook het één en ander gedronken....
- Zie je nou wel... daar heb je het gelazer al. Ik dacht trouwens, dat de Wasknijper niet meer bestond?
- Laat me nou toch eindelijk eens een keer uitpraten. Hadden ze je op die cursus maar eens leren luisteren.
- Ga verder Gerda, ik luister.
- Dat zal tijd worden. De Wasknijper heet overigens weer gewoon Wasknijper, want de man, die ontdekte, dat het een anagram was van Rijkswapen, zat er dus helemaal naast. Maar omdat er op zo'n feestje dus nogal wat gedronken wordt, ben ik met de trein naar Utrecht gegaan.
- Héél verstandig....
- Maar dat bleek dus niet zo verstandig, want op de terugreis bleef hij halverwege staan. Blaadjes op de rails, veronderstelde iemand.
- Wat voor blaadjes? Pornografische blaadjes? Daar zou ik als machinist ook voor gestopt zijn.
- Daar denk jij natuurlijk meteen weer aan. Nee, herfstblaadjes denk ik.
- Nu al?
- In ieder geval was er geen beweging meer in die trein te krijgen. En ja, na zo'n feestje....
- Ja, ik begrijp het al. Ik zie de bui zogezegd al hangen.... Maar gelukkig hebben ze daar bij de NS wat op gevonden. Dus jij naar de conducteur en gevraagd, of je de zak van hem kunt krijgen...
- Zoiets ja. Dus ik gauw met de conducteur naar de cabine van de machinist, achter in de trein...
- Jullie maakten als het ware een sprintje door de Sprinter. En toen?
- Zag er in die cabine allemaal heel interessant uit met al die knoppen en lampjes en metertjes. Toen ik gedaan had, waar ik daarvoor zat, kon ik het toch niet laten om even op de stoel van de machinist te gaan zitten en eens wat knoppen en zo te proberen. En je kunt het geloven of niet, maar opeens begon de trein te rijden. In míjn richting. Ik schrok me rot.
- En toen?
- Gejuich in de trein, ook al reden we eigenlijk de verkeerde kant op. Tot even later de machinist en de conducteur binnen kwamen stormen. Toen was ik blij, dat we weer gauw stil stonden.
- En wat heb je met het zakje gedaan?
- Ik had het zolang op de stoel van de bijrijder gelegd. Ik hoop niet, dat de conducteur erop is gaan zitten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen