Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zaterdag 29 oktober 2011

Misverstand

U zult niet wakker liggen van het feit, dat mijn dochter niet meer met de auto naar haar werk gaat, maar met de trein. Met de fiets gaat ze naar het station en dan verder over de rails. Niets bijzonders. Maar de manier, waarop zij mij dat vanmorgen mededeelde, laat toch weer eens zien, hoe verwarringstichtend onze Nederlandse taal kan zijn:

- Om zeven uur moet ik al de deur uit. Ik neem dan de fiets, die ik stal bij het station en….
- Dat mag niet!
- Wat mag niet?
- Een fiets stelen.
- Dat weet ik ook wel.
- Waarom dóe je het dan?
- Waarom doe ik wat?
- Een fiets stelen…..
- Ik steel helemaal geen fiets. Hoe kom je daar nou bij?-
- Je zegt het anders net zelf: “ik neem de fiets, die ik stal bij het station…”. Heb je nou die fiets gestolen, ja of nee?
- Nee pap! Nóg een keer dan: ik neem mijn fiets, mijn eigen ouwe fiets – je weet wel – en stal die in de stalling bij het station. Zo beter?
- Zég dat dan meteen. Ik dacht al: mijn dochter doet zoiets toch niet…
- Nee, jouw dochter doet zoiets inderdaad niet. Maar als je zo vroeg op de morgen dan toch al zo kien bent, vertel me dan maar eens, waar op een schaatsbaan van 400 meter de lijn ligt, die precies 400 meter lang is.
- Ik zou zeggen: een 400 meter-baan is een 400 meter-baan. Die is dus overal 400 meter.-
- Nee, natuurlijk niet. De buitenbaan is toch veel langer dan de binnenbaan. Daarom wisselen die schaatsers beurtelings van baan. Kijk maar eens op de televisie als straks Sven Kramer en Marianne Vos weer hun rondjes gaan rijden. Het zijn trouwens helemaal geen rondjes. Het zijn zelfs niet eens ovaaltjes.
- Hoe kom je ineens aan al die wijsheden? Marianne Vos is overigens een wielrenster hoor.
- Nou ja, Atje Keulen-Deelstra dan. Maar met die vraag kwam gisteravond op de Wasknijper ineens iemand aanzetten. Hij dacht, dat iedereen wel zou weten, waar die 400 meter lijn loopt, maar niks hoor. Het werd bijna slaande ruzie. Dat was lachen.
- Ik dacht, dat jullie heel andere dingen deden op de Wasknijper.
-
Doen we ook, maar de geest mag niet verwaarloosd worden.
- Nou Ger, ik zal erover nadenken. Of is het een grap?
- Niks grap. Gewoon even logisch nadenken:  een wedstrijd-schaatsbaan van 400 meter met een binnenbaan en een buitenbaan, van elkaar gescheiden door zo’n sneeuwrandje of blokjes. Maar waar loopt nou de lijn, die precies 400 meter lang is?

Breinbrekend werk dus op mijn vrije zaterdag.

En vervelend hoor, dat de tegenwoordige tijd van het ene werkwoord tevens de verleden tijd is van een heel ander werkwoord. Maar u bent in ieder geval gewaarschuwd. Mocht ik hier nog eens beweren, dat ik een zwijn stal, dan wil dat dus niet zeggen, dat ik een zwijn gestolen heb, maar zo’n dier gewoon bezig ben te stallen op of in de daarvoor bestemde plaats, de zwijnenstal.

En als ik eens een bezemsteel steel…. Enfin, u komt er wel uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen