Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


woensdag 26 oktober 2011

Liefde maakt doof

Laatst kreeg ik een schoolfoto van véél te lang geleden onder ogen: jongens en meisjes in hun mooiste en beste jaren (veronderstel ik gemakshalve maar even), verwachtingsvol de lens en het leven in kijkend. Ik herkende er nog drie. Na een uur herkende ik er nog maar drie niet meer. Daaronder gelukkig niet het meisje, waar ik in die tijd zo verliefd op was en die ik in een overmoedige bui eens heb toevertrouwd, dat ik later graag verpleger wilde worden. Had ik dat maar nooit gedaan, want het leidde kort daarop tot een vreemd misverstand. Toen ik haar naar huis had gebracht, had ze kennelijk iets tegen me gezegd, waarvan ze onmiddellijk spijt had. Het volgende gedichtje daarover heb ik tot de dag van vandaag bewaard:

Zij vroeg mij om verschoning,
Die ik haar prompt ook gaf.
Dat gebeurde in haar woning.
Háár leek het meer een straf,
Maar ík ervoer het als beloning.


Het ongeluk kan in een klein (taalkundig) hoekje zitten. Het is dan ook niks meer geworden. En verpleger ben ik ook niet geworden, want ik bleek niet tegen bloed te kunnen.

De foto zal ik niettemin zorgvuldig bewaren, al sloeg de schrik mij om het weke hart, toen ik uit betrouwbare bron vernam, dat een aanzienlijk deel van mijn geportretteerde klasgenoten van weleer inmiddels al is overleden.

Als ik erover na ga denken, krijg ik dit voor ogen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen