Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


maandag 25 november 2013

Goed gesprek

Na het lezen van alle onzin en ellende in het ochtendblad heeft een mens wel eens behoefte aan een goed gesprek. In zo'n geval bel ik altijd mijn vriend Lodewijk. Zo ook vandaag.

- Met Arnold. Goedemorgen.
- Arnold? Ik moet Lodewijk hebben.
- Dan moet je Lodewijk bellen.
- Wat gek: ik heb niet eens een telefoonnummer van jou. Maar nu ik je toch aan de lijn heb: Hoest?
- Nog wat verkouden, maar de hoest is weg.
- Nee, ik bedoel: hoe-is-het?
- Dat zeg ik: nog wat verkouden. Ik zag je dochter trouwens van de week nog in de Wasknijper.
- Wie? Gerda?
- Je hebt toch maar één dochter? Ik zie haar tegenwoordig wel vaker in de Wasknijper. En het blijft een mooi en nog steeds niet ontrafeld anagram.
- Hoeveel gram?
- Anagram!
- Ken ik niet. Ik ken wel Anna Blaman. En Anna Boleyn. En niet te vergeten Anapest. Maar nu je het toch over Anna hebt: reis jij nog?
- Al sinds mijn twintigste niet meer.
- Ik bedoel: reis je nog met
ei.
- Nee, wel een enkele keer met de trein. Maar Trijn reist liever met de bus.
- Welke trein?
- Nou, míjn Trijn natuurlijk.
- Goh, heb jij een eigen trein.... Wat chique. Ik zat laatst in een andere trein - met ei dus. Nou, je weet, dat ik met mijn twee meter niet bepaald de kleinste ben. Zit er tegenover me een reiziger, die nóg rijziger was dan ik. Ik vroeg hem natuurlijk, hoe het kwam dat hij zo rijzig was geworden. Hij zei, dat dat door het vele reizen kwam. Flauwekul natuurlijk. Geloof jij dat?
- Nee, eigenlijk niet. Maar zoals gezegd: ik reis niet veel en ik houd ook niet van rijst. Wel van raapstelen.
- Raapstelen? Kijk maar uit, dat je niet betrapt wordt. Want dan zijn de rapen gaar!
- Hoezo?
- Het enige, wat je in Nederland mag stelen is de show. Maar in ieder geval geen rapen. Dan hoor je straks ook bij dat samengeraapt zooitje. Bij Jan Rap en z'n maat. Was dus oorspronkelijk Jan Raap en z'n maat.
- Jan Rap ken ik niet. Wel Thomas Rap.
- De uitgever?
- Precies, maar of die een maat heeft, weet ik niet.
- Ongetwijfeld. Weet je Arnold, ik heb dit hele gesprek vannacht al liggen bedenken, toen Morpheus me uit zijn armen verstootte.
- Dan had je me dus ook niet hoeven bellen...
- Stil nou even... laat mij nou ook eens wat zeggen..... ik heb dit gesprek dus eigenlijk vannacht al bedacht, als een soort monologue intérieur..
- James Joyce.
- Exact. "A thing of beauty is a Joyce forever", nietwaar.
- Shelley.
- Nee, Keats.
- Kan ook.
- In ieder geval bedankt voor het fijne gesprek.
- Graag gedaan. En als je er weer eens aan toe bent, bel maar gerust. Heb je mijn nummer?
- Nee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen