Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zaterdag 16 november 2013

Schat

Voor mijn huis ligt een kanaal. Al járen. Economische betekenis heeft het niet meer, maar het doet zijn best om in recreatief opzicht nog wat voor te stellen. En er staan bankjes langs, waarop buurtbewoners de lokale politiek en andere kleine criminaliteit bespreken, daklozen soms liggen te slapen en  wat er verder zoal meer door jong en oud op bankjes wordt gedaan. Niks bijzonders eigenlijk. En één van die bankjes staat precies voor mijn raam. Met een prullenbak ernaast. Oók geen ongewoon verschijnsel.

Edoch..

Hoewel in Nederland toch nauwelijks armoe en honger wordt geleden, zie ik de laatste tijd regelmatig mensen, individueel of in familie-verband, met een zekere gretigheid en doortastendheid, doch zonder maar de minste schroom, in die prullenbak graaien. Mensen, waaraan eerder welstand dan gebrek valt af te lezen. Omdat ik als geen ander weet, wat er allemaal in die prullenbak wordt gedeponeerd, moet het toch bepaald geen aangename bezigheid zijn om daarin rond te woelen. En voor zover ik weet, heeft nog nooit iemand er iets van zijn gading in gevonden. Wat mag dan wel de reden van dit volhardend wroeten en het riskeren van allerlei enge ziektes zijn?


Nieuwsgierig als ik van huis uit ben (al doe ik er beroepshalve niks meer aan) ben ik vandaag maar eens tekst en uitleg gaan vragen aan een onberispelijk geklede vrouw, wier Chanel echter niet opgewassen bleek tegen de lucht, die de inhoud van de prullenbak haar had prijsgegeven. Ik waagde het er maar op:

“Ik zie u zo enthousiast bezig. Mag ik vragen wat u in die prullenmand zoekt?”
”Jawel”, zei ze zonder aarzelen. “De schat”.

Ik vond het wat flauw en eigenlijk ook vrijmoedig om te zeggen, dat die tegenover haar stond en ze dus het zoeken wel kon staken. Dus kwam ik niet verder dan:
“Aha!”. Alsof me nu alles duidelijk was. Quod non.
”Ik doe aan geocaching”, verklaarde ze.
”Aan wat?”
”Geocaching”.


Ze heeft me geduldig uitgelegd wat dat is en wat voor kick dat de deelnemer/schatzoeker kan geven. Wel héél erg kort samengevat komt het erop neer, dat je aan de hand van een paar coördinaten (lengte- en breedtegraden) en een gps-ontvanger of daarmee uitgeruste gsm een cache (schat) gaat zoeken. Met behulp van de coördinaten en de apparatuur kan de plaats kennelijk tot op de meter nauwkeurig worden bepaald, want ik zie de enthousiaste speurders altijd regelrecht naar de prullenbak gaan.

Jammer, dat het wroeten tussen etensresten, lege bierblikjes, visafval en andere onsmakelijkheden steeds vergeefs is. Want de cache bevindt zich in een magnetisch kokertje ter grote van een vingerhoed en vastgekleefd aan een bout van de bank, net naast de prullenbak. Je zou haast denken, dat ik het daar zelf heb verstopt, want het levert me regelmatig amusante taferelen op.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen