Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


woensdag 7 september 2011

Ambrosia

Een vrouw, die handelde in kunstgebitten,
Zag als echtgenoot een Pakistaan niet zitten.
Edoch: met een Afghaan, die speelde op een citer,
Wilde zij toch ook niet afgaan als een gieter.

Een beetje vreemd gedichtje, dat ik aantrof bij de najaarsschoonmaak. Het zal wel iets te maken hebben gehad met mijn reactie op een kennismakingsadvertentie. Ik zal toen ergens tussen de 15 en 35 jaar oud geweest zijn. Zo precies weet ik dat niet meer. Beetje moeilijk bemiddelbaar op zowel de arbeids- als de huwelijksmarkt. "Boer zoekt vrouw" bestond toen nog niet. Ik was wellicht een ietwat eigenzinnig tiep, een tikje arrogant en tóen al eigenwijs. U (her)kent dat wel.

Ambrosia heette ze. De brief, waarmee ik op haar advertentie reageerde, heb ik nog. Misschien toch wel leuk om er even wat uit te citeren:

U zoekt contact met een romantische en sportieve man, die graag eens een terrasje "pikt" en bij kaarslicht in een gerenommeerd restaurant dineert; een man met gevoel voor humor, die van reizen houdt. Geen dans-type en geen bar-type. Eigen huis en auto zijn welkom. Liever geen hond en kinderen. 

Om maar met dat laatste te beginnen: ik kan u tot mijn genoegen mededelen, dat ik geen kinderen heb. Ik zou ook niet weten, waar ik die vandaan had moeten halen. Ik woon hier maar alleen met mijn hond. Ik heb dus wèl een hond. Een Dobermann Pincher, maar hij doet niks. Ik heb geen auto, maar er mag wel een carport aan het huis worden gebouwd. Ik doe alles op de fiets. Nou ja, er zijn natuurlijk wel dingen, die ik niet op de fiets doe. U begrijpt vast wel wat ik bedoel. U ziet, dat ik best van een ondeugend grapje hou en nu denkt u natuurlijk: gelukkig, die man heeft in ieder geval gevoel voor humor. En dat is ook zo.

Ik hou wel van lekker eten, maar niet in een restaurant. Dat vind ik zonde van m'n centen. Voor alle zekerheid vertel ik u maar vast, dat ik erg van knoflook hou en ook van boerenkool met worst. Het loodje mag er gerust aan blijven zitten, als dat makkelijker is met koken. En ook een speklap wil er bij mij best in.

En ik hou ook van dansen, maar alleen de Veleta en de tango. Ik ben camping-kampioen tango dansen van Castricum. Voor de tango moet je ritmisch en buigzaam zijn. Als u dat allebei bent, zou dat mooi meegenomen zijn. U kent vast wel dat liedje over die elastieke benen, Dat had, geloof ik, iets met een foxtrot te maken. Nou, neemt u maar gerust van mij aan, dat je voor het dansen van een foxtrot geen elastieke benen hoeft te hebben. Maar voor een tango des te meer.

Reizen doe ik graag, maar op de fiets dus. Dat had u al begrepen. Vorig jaar zou ik nog naar die bedevaartsplaats in Spanje gaan - de naam van het plaatsje ben ik even vergeten; iets met "compost" erin. Maar bij Driebergen kreeg ik al een lekke band en toen is het er verder niet meer van gekomen.

Sportief ben ik dus wel. En wat mijn postuur betreft: ik heb een klein buikje, maar daar is overheen te komen. Ja ja, u ziet: ik ben me d'r eentje....

We maakten een afspraak bij haar thuis. Nu noemt men dat een "date". Maar toen zij open deed, zag ik al meteen, dat ze me niets deed. Ik zag haar staan, maar helaas niet zitten. Ze had een rammelend kunstgebit en dat al op die leeftijd. Bovendien had ik net de afschuwelijkste dingen over kunstgebitten gehoord en gelezen: een leerling-verpleegster, die in een tehuis voor demente bejaarden voor het slapen gaan keurig alle gebitten had uitgenomen, maar ze vervolgens ter reiniging allemaal in één bak had gedaan....; een man, die tijdens een hoestbui zijn kunstgebit had ingeslikt, terwijl ik zelf een man eens na een soort liefdevolle mond-op-mond-beademing tegen zijn vriendin heb horen zeggen: wat doe jij met mijn tanden in jouw mond?

Naar aanleiding van dit alles zal ik bovenstaand gedichtje wel hebben geschreven, al lijkt het me in deze vorm niet helemaal compleet.

Niet onvermeld mag blijven, dat de dichter Jan Engelman heel wat milder en poëtischer was in zijn oordeel over Ambrosia:


Ambrosia, wat vloeit mij aan

uw schedelveld is koeler maan
Jan Engelman
en alle appels blozen

de klankgezelle die ik vond

hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen

o muze in het morgenlicht

o minnares en slank gedicht
er is een god verscholen

violen vlagen op het mos

elysium, de vlinders los
en duizendjarig dolen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen