Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


woensdag 21 september 2011

Hoed

Een symfonie van Gustav Mahler is nu niet direct een werk, waar je ontspannen onderuitgezakt, onderwijl een cryptogram oplossend, of tijdens het ramen lappen naar luistert. Zo'n Vierde vergt opperste concentratie en na het concert waren mijn dochter en ik dan ook wel aan een versnapering toe.
Dat waren er kennelijk méér, want het café zat aardig vol. Maar een houten barkruk doet na het pluche van de concertzaal best goed. En doet je tevens het betrekkelijke van alles inzien.

"Het meest interessante van de hele Troonrede vond ik nog die hoed", zei de man naast me, maar tegen niemand in het bijzonder.
"Mijn vrouw heeft ook zo'n ding, maar bij ons staan er planten in. En in dat gootje eromheen staat water, om de luchtvochtigheid een beetje op peil te houden. Nee, ik geloof niet, dat mijn vrouw dat ding ooit op d'r hoofd heeft gezet, hoewel ze in een jolige bui best gekke dingen kan doen, hoor".
De man staarde in zijn glas, waarvan de onderste helft nog gevuld was.
"Ik hou niet van halfvolle glazen", zei hij.
"Drink eerst maar even leeg", adviseerde de kastelein, kennelijk worstelend met de vraag, hoe hij een half glas bier in rekening zou moeten brengen.
"Hebt u Wilders en Cohen nog zien bekvechten?" vroeg de man nu aan mij.
"Nee. Was het spannend?"
"Ik zie het al. Neemt u me niet kwalijk dat ik het zeg, maar ik kan me voorstellen, dat u met zo'n vrouw aan uw zijde wel iets beters hebt te doen dan naar die kleuters te kijken".
"Mijn dochter en ik zijn vanavond..."
"Oh, is dat uw dochter...", onderbrak de man me, ietwat verrast. "Dat heeft u mooi gedaan, als ik zo vrij mag zijn. Maar u hebt niks gemist hoor. Zaten elkaar een beetje uit te maken voor gedogers. Eigenlijk te kinderachtig om over te praten. Dat moet nou ons land besturen...".
"Henk", richtte de man zich tot de kastelein, "heb je nog wat om te spoelen. Ik heb er gewoon een vieze smaak van in m'n mond. En geef die mensen ook wat".
"Wie kan je vandaag de dag nou nog vertrouwen", ging hij tegen mij weer verder. "Ze beloven van alles, maar doen.. ho maar. Dat begon al met het kwartje van Kok. Kunt u zich dat nog herinneren?"
"Jazeker", zei ik, terwijl ik het glas hief. "Proost".
"Ja, op uw gezondheid. En als we die Wilders nu eens tot ambassadeur in Marokko benoemen en die Cohen in Libanon...", zei de man, terwijl hij opstond en naar het toilet ging.
"Zou ik later ook zo'n zeurpiet worden?" vroeg ik aan mijn dochter.
"Later?"

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen