Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


maandag 1 augustus 2011

Bezie het mens....

Omdat in het Nederlands op het woordje de niet alleen een mannelijk, maar ook een vrouwelijk zelfstandig naamwoord kan volgen, is het toch curieus en in strijd met de emancipatoire beginselen om dat woordje de een lidwoord te noemen. Hoewel ik er nooit enig feministisch protest tegen heb gehoord, zou men dat woordje de vanuit vrouwelijk perspectief net zou goed een...... enfin, vult u zelf maar iets leuks en toepasselijks in.
Dat de en het bepalende lidwoorden worden genoemd en een een onbepaald (in plaats van onbepalend) lidwoord, is één van de inconsequenties, waaraan de Nederlandse taal (gelukkig) zo rijk is. Maar dit nu even terzijde.

Het zelfstandig naamwoord mens wordt meestal voorafgegaan door het lidwoord de, waarmee het eens hoogste zoogdier wordt aangeduid, dat het goddelijk laboratorium heeft verlaten. Dat het experiment niet helemaal geslaagd is en de mens in de kwalitatieve rangschikking der zoogdieren plaats heeft moeten maken voor andere diersoorten, kunnen we dagelijks overal in de wereld om ons heen zien.
Behalve de mens is er ook nog het mens. Daarvan bent u wellicht een exemplaar tegengekomen in mijn vorige stukje. Met het of dat mens wordt doorgaans op laatdunkende of minachtende wijze op een vrouw gedoeld.

Met vrouwelijke persoonsnamen is het in onze taal wat merkwaardig en ambivalent gesteld. Naast de directeur kennen we de directrice, naast de verkoper de verkoopster en naast de majoor de majorette. Ook voor de secretaris hebben we van oudsher een vrouwelijk equivalent, de secretaresse, maar daar beginnen ook de moeilijkheden al. De vrouw, die de administratie voor de plaatselijke zangvereniging verzorgt, zal zich moeiteloos secretaresse laten noemen en geen secretaris. Maar staat een vrouw aan het hoofd van de gemeentelijke administratie, dan zal ze toch genoegen moeten nemen met de aanduiding gemeentesecretaris. En de hoogste ambtenaar op een ministerie is en blijft een secretaris-generaal, ook al wordt die functie door een vrouw bekleed. Of had u liever een secretaresse-generaal gehad willen hebben? En een directiesecretaris heeft bepaald niet de directiesecretaresse als vrouwelijk equivalent. Het gaat hier inhoudelijk om totaal verschillende functies.

De Secretarisvogel
En dan is daar nog de Secretarisvogel, een roofvogel, die er niet voor terugschrikt om een giftige slang tot lunch te nemen. Zou zijn vrouwtje een Secretaressevogel zijn?

Naast de koning kennen we de koningin, naast de keizer de keizerin en naast de admiraal....? Analogie  helpt hier niet: gemaal wordt gemalin (behalve bij een stoomgemaal), maar de vrouwelijke admiraal is geen admiralin. En hoe zouden we een vrouwelijke kaaiman moeten noemen, of een talisman?
Soms bestaat er naast de mannelijke persoonsnaam wel degelijk ook een vrouwelijke, maar klopt er toch iets niet. Of zou de vrouwelijke variant van een Maître d'Hotel inderdaad een Maîtresse d'Hotel zijn? Maar de veronderstelling, dat de opera een vrouwelijke tegenvoeter zou hebben in de operette is in ieder geval onjuist.
Maar toegegeven: éénduidigheid is weer ver te zoeken.


Uit pure balorigheid heb ik daarom maar een parodie gemaakt op het refrein van "Aan de Amsterdamse grachten". Ja hoor, u kunt het zeker zingen, zonder over de woorden te struikelen.

Aan dat Amsterdamse grachtje,

Zet ik jou met hart en ziel aan de kant,
Dat doet pijn Marie, wat dacht je:
Jij als mooiste meid van ons land.

Al die onverwachte wensen,

Al die feesten's avonds, groot en soms klein,
Ach, wat gun ik jou die mensen,
Om van jou verlost maar te zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen