Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


donderdag 25 augustus 2011

Klein leed

Dat u hier enige tijd niets van mij vernomen hebt, heeft niets te maken met de mogelijke veronderstelling, dat ik niets te melden zou hebben, doch alles met de energie en tijd, die ik heb moeten investeren in de bestrijding van allerhande ongemakken. Veel van dit klein leed werd tijdens vakantiedagen veroorzaakt door insecten van uiteenlopende aard, zoals daar zijn: muggen, vliegen, wespen en torren. Ik geef het toe: niets vergeleken bij het onrecht, dat de christelijk gereformeerde inwoners van Doetinchem is aangedaan, omdat zij wegens een vlooienplaag in hun Goede Herder-kerk wekenlang niet hebben kunnen geloven, of althans hun geloof niet hebben kunnen belijden, hetgeen soms hetzelfde is. Maar toch hinderlijk genoeg om aan tal van nuttige zaken niet meer toe te komen.
Degene in mijn gezelschap, die belast is met de bestrijding van het ongedierte, pleegt die taak rigoureus en rücksichtlos aan te pakken. Geen insect in onze mobiele woonruimte ontkomt uiteindelijk aan de harde klappen, die met de stevige vliegenmepper worden uitgedeeld, waar de beesten zich ook bevinden. Overal op wanden, ramen en gordijnen kan mijn het bloed en de restanten van muggen en vliegen aantreffen, terwijl ik een uit mijn kopje meedrinkende wesp even later terug vond tussen de scherven van dat stukje kostbaar Meissen-porselein.
Maar het ging echt mis, toen er - terwijl ik even was weggezakt in Morpheus' armen - een paar parende vliegen op mijn neus werd aangetroffen....

Met mijn geschonden aangezicht zijn we toen maar stadwaarts gegaan en waren allebei wel aan een bakje koffie toe. Dat kwam mooi uit, want al gauw leken wij op onze wenken bediend te kunnen worden: "Voor beiden koffie" (zie foto). Weliswaar werd dat in dit deel van het land wat anders geschreven, maar toch.

Met vakantieleed van geheel andere aard werd Martina Schaap, een goede kennis van mij, onlangs geconfronteerd. Martina is een in vele opzichten ambitieuze vrouw, met evenveel temperament als geldingsdrang, kortom het type carrière-vrouw. Het toeval wilde, dat zij hevig verliefd raakte op een broer of zoon of (achter)neef van Geert Mak. Het geluk lachte haar toe, zou je denken.
De één vraagt bij problemen een damestijdschift om raad ("Lieve Lita, mijn man blijkt homofiel. Moet ik hem nu de rug toekeren?"), maar Martina Schaap vroeg mij om advies.
"Maar wat is je probleem dan?" vroeg ik niet-begrijpend, nadat me nog eens  was verzekerd, dat de liefde wederzijds was.
"Ik dacht dat je me wel een beetje kende... Ik kan toch niet als mak schaap verder door het leven gaan? Ik moet er niet aan denken".
"Maar je bént toch ook helemaal geen mak schaap?".
"Ik leg het je nog wel eens uit. Verder alles goed met je?"

Aan dat laatste begon ik toen te twijfelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen