Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


woensdag 8 juni 2011

Vloeibare Muze

- Overkomt u dat ook wel eens: je hebt ze en je bent ze kwijt
- Vlooien?
- Nee, vrouwen. Je hebt ze en je bent ze kwijt. Dat zijn woorden uit een gedicht van Jean Pierre Rawie. Hij heeft heel wat vrouwen gehad, althans in bed, maar hij was ze blijkbaar ook zó weer kwijt.
- Ja, dat is mij ook wel eens overkomen.
- Nou meneer, het is mij al een paar keer gebeurd. Je ontmoet een leuke vrouw, je denkt, dat het wat wordt, maar dan ineens staat de kleur van je overhemd haar niet aan of ze begint over andere pietluttigheden te zeuren, of ze ontmoet een vlam uit het verleden. Nou meneer, neem maar van mij aan: dan kan je het wel schudden. Als je wat ouder bent, moet je er eigenlijk niet meer aan beginnen. Ze gaan je vergelijken met hun overleden man of ze zijn op je centen uit. Dat had Rawie eerder in de gaten dan ik. En een levensstijl als DSK kan ik me niet veroorloven.
- Als wie?
- DSK.
- Ik ken wel 007.
- Ja, die wist er ook weg mee. Nee, ik bedoel die man, van wie ik me afvraag of Joseph Strauss een vourouder van hem is of Oliver Kahn een nazaat. Beierse invloeden zullen we maar zeggen. Hij heeft zogezegd de klok horen beieren en weet ook verdomd goed met de klepel om te gaan, maar hij had beter een Escort-kip kunnen bestellen.
- Met kerrie, om het nog wat pikanter te maken.
- Bijvoorbeeld. Maar even terug naar Rawie. Ként u Rawie, althans zijn gedichten?
- Zeker.
- Ook zo'n man, die zich door een vloeibare Muze laat inspireren. Maar wel heel mooi. Misschien wel daardóór zo mooi. Maar wel riskant. En dat wist ie zelf heel goed:

Heden is, na een langdurig lijden
dat hij met godsvertrouwen droeg,
Jean Pierre Rawie van ons verscheiden.
Hij komt dus niet meer in de kroeg.
Dat hij, die somber was bij tijden,
de hand niet aan zichzelve sloeg
stemt misschien nog wat tot verblijden,
al is het zo al erg genoeg.
Wat hem tot slot de dood in joeg,
de liefde of de drank, of beide? -
wij hebben door dit overlijden
een leger leven voor de boeg.
Het is zoals de Ouden zeiden:
de besten gaan altijd te vroeg.
-Ik ken het al járen uit m'n hoofd. Mooi hè? Maar hoe zou het toch komen, dat juist de dichters, die het meest aan Bacchus offerden, ook de mooiste gedichten schreven? Neem Willem Kloos nou...
-Ik heb geen idee, maar laten we er dan nog maar gauw één nemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen