Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zondag 29 december 2013

En de boer zoekt voort…

 

Een boertje uit het Brabantse Moergestel,
Scherp van geest, maar met een zwak gestel,
Dacht: als ik mij nu híer eens nestel,
Dan vindt het vrouwtje mij vanzelf wel.

En slim als boeren zijn, bleek hij daar geen ongelijk in te hebben. Er meldde zich zelfs een kandidate uit Engeland. Vrouwen hebben een neus voor zoekende boeren. Ook deze kwam gewoon op de lucht af:

Een mooie vrouw uit Chesterfield,
Die ontzettend veel van boeren hield,
En zélfs in’t Nederlands kon boeren,
Dacht: als ik aan gene zijde van de plas,
Dat Moergestels varkentje eens was,
En me dan gewillig daar laat vloeren…

Als je je een uur hebt opgehouden in een vertrek, waar gerookt wordt, stink je drie weken naar de nicotine. Hoe zouden vee-houdende boeren zo’n soortgelijk probleem oplossen? Waarschijnlijk lossen ze het helemaal niet op, want vrouwen zullen niet voor niets een neus voor zoekende boeren hebben. Tot over de landsgrenzen heen.
Ik ben trouwens heel benieuwd hoe de communicatie tussen de Engelse vrouw en de Moergestelse boer zal verlopen, want Geurt moest al vanaf zijn twaalfde in het bedrijf van zijn vader meehelpen.

I am Geurt and I boer very good,
Because it already in the sterren stood.

Hier laat mijn spellingcontrole het afweten, maar dat zal bij John O’Mill ook wel het geval geweest zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen