Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


donderdag 26 mei 2011

Kamperen

Ooit omschreef Fons Jansen kamperen als : een jaar krom liggen om twee weken krom te kunnen liggen. Maar met de verruimde bestedingsmogelijkheden en de modernisering van de kampeerindustrie zal die uitspraak inmiddels door en voor de meesten als gedateerd en achterhaald worden beschouwd. Mijn misschien toen nog latent aanwezige belangstelling voor het kamperen werd al in militaire dienst voorgoed de kop ingedrukt. In plaats van een van alle gemakken en comfort voorziene bungalowtent kreeg ik als soldaat de beschikking over niet meer dan een halve shelter (ook wel pup-tentje genoemd, hetgeen al duidt op de onvolwassenheid van dit onderkomen). Mijn tentgenoot, die alleen diagonaalsgewijs in de shelter paste, kreeg de andere helft. Wie het grondzijl had, weet ik niet meer. Geen ideale omstandigheden om mij de liefde voor het kamperen of zelfs het oorlogvoeren bij te brengen. Geen wonder dus, dat er in het getuigschrift, dat ik bij het afzwaaien meekreeg, stond vermeld: "Goed telegrafist; als militair minder geschikt". Met mij valt dus geen oorlog te winnen, maar wel te communiceren. Kennelijk. Hoewel ik mensen ken, die daar anders over denken. Mijn eigen dochter bijvoorbeeld. Hoe vaak heeft ze me niet laten weten: "Met jou valt niet te praten". En zo zijn er méér.


Toch heb ik het na mijn diensttijd nog één keer geprobeerd, al was ik mij er terdege van bewust, dat je van proberen de grootste ongelukken kunt krijgen. Zó levensbepalend was het ditmaal niet, maar toen ik na een middagje sightseeing mijn pakje boter in gesmolten toestand op het grondzijl aantrof, was ik voorgoed voor het kamperen verloren. Mijn broer heeft het nog enkele decennia langer volgehouden. Niet con amore, maar wel met een kennelijk groter incasseringsvermogen.


Waarmee ik maar wil zeggen, dat nog altijd veel mensen vermoeider en meer gespannen en geprikkeld van vakantie terugkeren dan zij vier, vijf of zes weken voordien op weg gingen. Zeker als ook kleine kinderen tot de bagage behoren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen