Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zondag 29 mei 2011

't Kon minder

Ik mag die Groningers wel: ze zijn relativerend en zuinig, niet alleen met geld, maar ook met hun oordelen, en de lichtvoetige poézie vindt er kennelijk een vruchtbare voedingsbodem, want het kan toch geen toeval zijn dat Kees Stip, Jean Pierre Rawie, Daan Zonderland en Rutger Kopland allen van Groninger origine zijn.

Het relativerend vermogen van de Groninger wordt heel treffend tot uitdrukking gebracht in zijn lijfspreuk "'t Kon minder". De westerling, die in Groningen emplooi zoekt en/of gaat wonen, wordt al gauw geconfronteerd met de noordelijke afstandelijkheid, de overigens niet slechte gewoonte om  de kat eerst geruime tijd uit de boom te kijken, alvorens tot vormen van intiemer contact over te gaan. Alleen de financiële zuinigheid wil de Groninger nog wel eens parten spelen. Zo werd een gemeentesecretaris van Winschoten eens wegens onbekwaamheid ontslagen, maar liet men hem uiteindelijk toch maar zitten, omdat dat minder geld kostte. Later is hij overigens alsnog ontslagen.

Maar poëtisch is er met de Groningers niets mis. Een kleine ode, in dit geval aan Kees Stip, lijkt mij dan ook wel op zijn plaats:

Ik houd van O'Mill en van O-benen:
Je ziet er zo gemakkelijk doorhenen,
En al is ook Rawie mij niet ongenegen,
Voor mij is toch met Stip gestegen,
De light-verse-poëzie van Trijntje Flop:
Opperlandse taalkunst in een notedop.

Nou... notedop... Hij heeft heel wat van die mooie pronkjuweeltjes geschreven. Ter lering ende vermaek. En omdat iedereen zich wel eens aan een vorm van epigonisme overgeeft of misschien zelfs wel "schuldig" maakt, doe ik dat hier ook maar even. U vergeeft me wel:

Een lastdier sprak onlangs te Schalkhaar:
"Wel verdulleme, wat is die balk zwaar.

Maar zit men goed bij kas,
Dan komt het vaak van pas,
Als men zo hier en daar wat ezels kent,
Want die zijn immers balken wel gewend".

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen