Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zaterdag 30 april 2011

Spaanders

Zoals u weet houd ik me deze dagen even op aan gene zijde van de landsgrens en zojuist daar teruggekeerd van een bezoek aan een geurige Chocoladeladen trof ik een overvolle mailbox aan met allerhande bijdragen uwerzijds over het speels en creatief gebruik van namen en plaatsnamen. Hele mooie, hele inventieve, ook wat minder opzienbarende en een paar scabreuze, die ik hier niet of maar ten dele durf weer te geven. Zoals bijvoorbeeld:
Een mooie, jonge vrouw uit Hoogerheide,
Wist vele mannen ver- en om de tuin te leiden,


De rest, waarin de gevolgen daarvan werden beschreven, laat ik maar liever aan uw fantasie over. De volgende kan nog net door de beugel, al zit er wel een luchtje aan:
Een jonge bolleboos uit Lisse,
Stond in een bollenveld te plassen,
Waardoor een tulp, ziek van de geur,
Terstond van schrik verschoot van kleur.


Leuk vanwege het rijmwoord, dat niet rijmt. Andere mooie voorbeelden daarvan zijn te vinden bij Michel van der Plas. Dat kan geen toeval zijn, zou je haast denken...


Van iemand uit Oost-Groningen ontving ik de volgende bijdrage:
De kerkeraad van Kerkrade,
Sloeg een lidmaat kritisch gade,
Want men had wel in de gaten,


De laatst regel heb ik maar weggelaten. Had ook iets met een lidmaat te maken, maar vond ik voor een ordentelijk gezelschap als mijn lezerskring toch minder geschikt. Het zou me bovendien weer een reprimande van mijn dochter hebben gekost, want die denkt nog steeds, dat ik alles hier zelf verzin. Alleen als het heel erg mooi en inventief is, denkt ze, dat ik het van een ander heb gepikt. Kennelijk vinden velen van u de gesprekken tussen mijn dochter en mij wel amusant. Ik houd het vuurtje dus wel brandende en ga nu even Houthalen.


Waarmee we gekomen zijn bij uw bijdragen over plaatsnamen, verwerkt in een zin. Eerst één echt van mijzelf en aansluitend bij het vogelverhaal van gisteren:
"Ik houd (dus) erg van vogels. Vandaar dat ik af en toe naar Ravenswaay".
Van een lezer uit Sneek:
"Hoe zou het toch met mijn vader zijn? Ik geloof, dat ik maar even naar die Oudega".
Van een onbekende lezer:
Ïk vroeg de politieman, waarnaar hij in het kanaal aan het zoeken was. Naar een wapen. "Beter dat u naar een wapen dan naar Mijdrecht".
Nóg één over Mijdrecht, maar wel een héél andere. En een leuke:
"Verdorie, heeft ze alwéér te veel gezopen. Gert, zet jij die Mijdrecht".
En hier wederom één uit het zuiden van het land:
"Als ik zeg hoe de pastoor heet, moet jij de naam van de Kerkrade".
Voor het evenwicht dan ook nog maar één uit het noorden des lands:
"Sommige mensen denken, dat ik als fruitteler enkel over Appelscha".
En om het af te leren:
Zij wilde graag een kind en opzien Baarn.
Wat een oud huis is dat. Ik denk, dat ik een Nieuwkoop.


Ik had eerlijk gezegd nog wel een bijdrage verwacht van mijn vriend Lodewijk van Alledin. U herinnert hem zich nog wel van vroeger: mijn vriend uit Amsterdam, die buiten is gaan wonen, toen hij als begrafenisondernemer binnen was. Ik zou hem natuurlijk zelf ook een beetje kunnen opporren, maar ik ben bang, dat ik het onderspit delf als ik in zijn Landgraaf.


Dank voor al uw bijdragen. Simon Carmiggelt vulde er op zaterdag altijd zijn Kronkel mee. Waarom zou ik dat goede voorbeeld niet volgen?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen