Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zaterdag 16 april 2011

Teken

De Nederlandse taal zit maar vreemd in elkaar. Iedere logica is zoek en consequent en consistent is de taal al evenmin. Geen wonder, dat de mooiste relaties stuk lopen, omdat de partners elkaar wel horen, maar niet verstaan. En hoe vaak moeten rechters er niet aan te pas komen om vast te stellen wat de ene partij heeft bedoeld of de andere had moeten begrijpen. Een populaire versie daarvan is thans te volgen in de theaterzaal van de rechtbank in Amsterdam. Met in de hoofdrollen mensen, die toch waarachtig wel met de eigen taal kunnen omgaan. Ook al gaat het om mensen, die weer een heel andere taal spreken.


Ik wil het vandaag nog eens met u hebben over enkel- en meervoud. Een toch overzienbaar terrein, maar vol voetangels en klemmen, waarin men zich maar met moeite staande kan houden.
Take it or leave it
Laten we - ter illustratie - klein en eenvoudig beginnen en wel bij de teek. Take it easy, nietwaar? De teek is een even onooglijk als onaangenaam diertje. En gaat het om meer van dit soort beestjes, dan spreken we in de meervoudsvorm gewoon over teken. Niks bijzonders. En hoewel teken zich meestal in het gras of in laag kreupelhout en struikgewas ophouden, keek ik er op zich niet vreemd van op, dat ik er twee aantrof op de wand van een uitgewoond en verwaarloosd zomerhuisje, dat ik ergens aan de kust had gekocht. Al vond ik het wel een veeg teken.
Zoals een ander wel eens twee beren broodjes ziet smeren, zo werd ik daar geconfronteerd met twee teken aan de wand, in druk gesprek met elkaar. "Ik kan z'n bloed wel drinken", hoorde ik de één duidelijk tegen de ander zeggen. Maar taalkundig vond ik die twee teken toch een teken aan de wand. En leg dát een buitenlander nou maar eens uit. Ik wou dat ik het kon. Ik teken ervoor.


Vaak wordt het meervoud gevormd door achter het enkelvoudig woord een s te plaatsen. Maar ook hier doet zich het merkwaardige verschijnsel voor, dat je ter verkrijging van het meervoud een s toevoegt en dan toch een enkelvoudig woord krijgt/houdt. Neem nou bijvoorbeeld het woord mis. Voor het meervoud plaatsen we een s erachter en krijgen dus miss. Helemaal mis! Want miss is enkelvoud. Van miss Holland bestaat echt maar één exemplaar (tegelijkertijd). Hebben we het over meerdere Neerlands schoonsten, dan hebben we het over al die mooie missen Holland. Dat kan niet missen.
Ook van het woord hal kan je twee keer een meervoud maken door er eerst een s achter te plaatsen en - alsof dat nog niet genoeg is - vervolgens nog eens -en. Hal... meervoud hals, terwijl ik er toch echt maar één heb.  Maar ik ben dan ook maar een onnozele hals, waarvan er wellicht ook maar één is. Maar waaghalsen zijn er wel in overvloed.... Enfin, ik stop ermee; ik snap er inmiddels zelf niks meer van... En ik heb een ander al vaak genoeg iets moeten uitleggen wat ik zelf niet begrijp.


In dit taaldoolhof voel ik me soms net een blinde, die te diep in het glaasje heeft gekeken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen