Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zondag 27 februari 2011

Naar de bollen

De dood is zijn lust en zijn leven. Dat bleek gisteren weer eens, toen ik met begrafenisondernemer-in-ruste Lodewijk van Alledin een begraafplaats in de bollenstreek bezocht om er, iets minder begaafd dan Plato en Socrates dat deden, al wandelend wat te filosoferen over de vergankelijkheid van het bestaan. Het was er ook echt weer voor: een druilerige dag in februari. Hoewel Lo niet meer actief graaft, schrijft hij wel regelmatig grafschriften en schijnt er af en toe ook nog wat mee te verdienen. De inspiratie doet hij op tijdens bezoeken aan begraafplaatsen, maar ook overlijdensadvertenties in sommige kranten zijn vaak een dankbare bron.
- Je lacht je dood als je ziet, wat dáárin soms allemaal te lezen staat.
We passeren het graf van een bollenkweker en even moet ik denken aan het gedichtje, dat Fons Jansen schreef over zo'n bollenboer:


Ik lig mij hier al jaren
Enorm te verwonderen:
Nu zie ik dan de bollen
Ook een keer van onderen.


- Da's in ieder geval beter dan die distichons van Leo Ross. Is het je trouwens wel eens opgevallen, dat mensen, die langdurig in een ziekenhuis hebben gelegen en vaak bijna klant van mij zijn geworden, om het zo maar eens uit te drukken, dat die, als ze eenmaal weer thuis zijn, ineens gedichten en verhalen gaan schrijven?
- Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Je wordt tenslotte met de betrekkelijkheid van het één en ander geconfronteerd, gaat daarover nadenken en wilt daar dan ook wel iets over kwijt.
- Nou, in ieder geval zijn die "Grafdichten en andere onaangename versjes" van Leo Ross niet te pruimen.Hij had nooit zo lang in het ziekenhuis moeten liggen. Ik hóór nog liever Martin Ros dan dat ik Leo lees..... Hé, kijk hier eens. Is dát niet grappig?
Naast een graf staat een half verweerd en vergaan bordje, met daarop nog duidelijk leesbaar:


Wil, wandelaar, mij eventjes gedenken:
Ik lag jarenlang steeds voor u klaar.
Ook and're standen waren geen bezwaar,
Maar helaas, ik kan u niet meer wenken.


- Leuk toch? Ik zal er ook weer eens een paar schrijven. Bijvoorbeeld over Adriaan en Kobus Hesie.
Ik kijk hem vragend aan.
- Leg ik je nog wel uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen