Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


woensdag 23 februari 2011

Uitzonderlijk

Vele jaren geleden deed geruisloos en haast onmerkbaar een begrafenisondernemer zijn intrede in mijn kennissenkring.  De eerste ontmoeting was gelukkig niet op zijn werkplek, maar in de bar van een gerenommeerd hotel, waar hij in uitermate herkenbaar Amsterdams een groep congresgangers uitstekend wist te vermaken met zijn hoofdstedelijke humor. 
Het laatste wat ik achter hem zocht was wel een begrafenisondernemer. die urenlang zijn gezicht in de plooi weet te houden en een toonbeeld is van dienstbetoon en meelevendheid. Als toevallig eens iemand aan hem vroeg, wat hij voor de kost deed, zei hij altijd, dat hij veel ondergronds werk deed en altijd zwart. De enkeling, die verder vroeg, wilde hij nog wel eens toevertrouwen, dat hij "kuilengraver" was. Hij deed dat in dermate wollige bewoordingen, dat je eerder aan valkuilen dacht dan aan enige andere kuil en menigeen vermoedde in hem dan ook een hypotheekverstrekker, in ieder geval iemand uit het financiële circuit.


En hij heeft kennelijk goed geboerd, figuurlijk in althans. Misschien hebben zich in zijn werkgebied wat rampen voltrokken. Hij was in ieder geval al vrij snel binnen. En wat doet een man die binnen is? Die gaat buiten wonen. Hij liet een tweede huisje bouwen in de bollenstreek en schijnt ook dáár nog het meest geïnteresseerd te zijn in wat er onder de grond gebeurt. Hem kennende verbaasde het me dan ook niet, dat hij zijn huisje de naam "Uitzonderlijk" gaf. Inderdaad: uit zonder lijk.
Hij verzamelt grafschriften, schrijft ze zelf ook, heeft zijn eigen grafschrift al klaar liggen en wees mij een paar jaar terug op het bestaan van "Der lustige Friedhof" in het Oostenrijkse Kramsach, waar ik vorig jaar ben geweest, zoals ik u hier eerder liet weten.
Een vrolijke man, die Lodewijk. Een man ook, die zich niet zo snel laat kisten. En mocht dat ooit wel moeten gebeuren, dan zal er op zijn grafsteen staan:


Hier rust Lodewijk van Alledin,
Hij groef kuilen voor een ander
En ligt er eindelijk nu zelf in.


Maar zover is het nog lang niet. Hij en zijn grafschriften zullen hier ongetwijfeld nog vaak aan de orde komen. Hier alvast een voorbeeldje:


Hij hield van ruzies en van twisten,
Liet zich door niets en niemand kisten,
En is - na zijn dood wel te verstaan -
Dan ook in rook ten hemel opgegaan.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen