Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


zaterdag 12 maart 2011

De baan op

Hoewel u dat misschien niet direct achter mij zou zoeken, ben ik ooit een niet onverdienstelijke baanwielrenner geweest. Toen de Beatles wereldwijd furore maakten, vierde ik op veel kleinere schaal mijn eigen kleine triomfjes op de houten wielerbaan van Alkmaar. Aan die tijden dacht ik even terug, toen ik Wüst zo zelfbewüst over de baan van Inzell zag snellen. 
Zelfs Annie Friesinger moest op haar aandoenlijke wijze toegeven: iek heb nie gewüst, dat zij zo schnell rijden konnte. Dat had It's of Ids haar toch wel even kunnen vertellen, denk ik dan, maar verder wil ik me niet in Friese familie-aangelegenheden mengen.


Als ik heden wist wat Wüst nu weet,
En ik net zo rap mijn rondjes reed,
Braken nu voor mij als wielerveteraan,
Op de baan weer gouden tijden aan.


Maar ja, die gouden tijden zijn voorbij. Niettemin kom ik als taal- en wielerliefhebber weer volledig aan mijn trekken, wanneer Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra mij  straks in hun onnavolgbare jargon bijpraten over het nieuwe wielrennen tijdens hun drie weken durende conference tijdens de Tour de France (hé, dat rijmt; dat had ik eerder moeten weten).
Dan krijg ik weer te horen, waarom Gesink in een treintje zit en een andere renner in de bus. En ik maar denken, dat ik naar wielrennen zit te kijken....
Die belangstelling voor het wielrennen heb ik - vreemd genoeg - met mijn dochter gemeen, terwijl mijn zoon zich er totaal niet voor interesseert. En voetbal interesseert hem ook geen bal. Zijn belangstelling gaat meer uit naar de verfijndere geneugten van het leven, vindt-ie zelf. Welke geneugten dat zijn, is me overigens nooit duidelijk geworden, maar ik heb met hem dan ook veel minder contact dan met mijn dochter. Over wie ik blijkbaar ook niet alles weet, want wie zei laatst ook al weer, dat ik wel eens wat beter op haar mocht letten?


Na dit wat huiselijke intermezzo (al mag u gerust iets van mijn achtergronden weten) weer snel terug naar de ijsbaan. Van de commentator in Inzell begreep ik, dat er ook iemand aan de wedstrijden mee deed uit een land, waar helemaal geen ijs is. Ik geloof een Nieuw-Zeelander. En hij deed het als debutant niet eens zo slecht, al had hij het meekijkend thuisfront tevoren wel moeten vertellen, dat hij na ieder recht stuk linksaf zou slaan.
Dat riep bij mij een al járen gekoesterde wens in herinnering, om de rondjes eens andersom, rechtsom dus, te laten rijden. Zou je dan als televisiekijker de neiging hebben om niet voor, maar juist achter je tv-toestel te gaan zitten om de schaatsers toch in de vertrouwde richting te zien zwoegen? En om de attractie-waarde nog verder te verhogen, zou het wellicht aanbeveling verdienen om de ene deelnemer linksom te laten rijden en de andere rechtsom. In de aanloopperiode (een beetje raar woord in dit verband) zullen de deelnemers veiligheidshalve wel met airbags moeten worden uitgerust. Want een rondje in 30 seconden impliceert een snelheid van 48 km per uur, ook voor de tegenligger, al rijdt hij andersom.


Eén ding blijft mij ergeren: die aero-dynamische mutsen, capuchons of boerka's. Met zo'n ding en vaak ook nog een soort duikbril op hun hoofd, zien die schaatsters (mannen interesseren me in dit opzicht even wat minder) er niet uit en het is altijd weer een verrassing, wat daaronder na een rit en het los schudden van de haren, vandaan komt. Meestal best het aanschouwen waard, al zijn ze aan de finish niet meer op hun mooist.
Kennelijk is hierover ook en met succes door anderen geklaagd, want sinds  nog niet zo heel lang wordt bij de start naast de rijdsters in hun gladde en glimmende reclameverpakking ook eventjes een fotootje getoond, zodat je als kijker toch een beetje weet, hoe de rijdster er in het echt uitziet.


De héél oplettende kijker zal mij nu op de vingers kunnen tikken, want het is geen fotootje, dat getoond wordt, maar een videootje. Al is dit maar zelden te zien. Slechts een enkeling heeft de instructie, om een paar seconden stil te zitten en niet met de ogen te knipperen, aan de laars gelapt. 
Leuk, dat u nu massaal gaat kijken, of hetgeen ik hier beweer, wel klopt.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen