Deze weblog beoogt niet meer (en ook niet minder) dan een proeftuintje te zijn, waarin wordt geëxperimenteerd en gejongleerd met taal, zowel in proza als in poëzie. Neemt u de inhoud niet altijd even serieus: Wahrheit und Dichtung kunnen mijlenver uiteen liggen, maar soms ook verrassend dicht bij elkaar.

En schroomt u vooral niet om te reageren: rebekking@gmail.com


vrijdag 18 maart 2011

(Ont)hand

Wat een gezellig avondje bridgen al niet aan herinneringen en zelfs traumatische ervaringen in een mens naar boven kan halen. Dat was gisteravond het geval, toen ik de tegenstander hoorde verzuchten: "Jammer, nu komt de sterke hand op tafel". Een heel gebruikelijke uitdrukking in bridgekringen*, maar toen ik dat voor het eerst hoorde zeggen, was ik kinderlijk nieuwsgierig, wat er dan wel op tafel zou komen. Maar gisteren deed die verzuchting me aan iets heel anders denken, aan een nogal bizarre jeugdervaring:


Lang geleden gaf ik - heel charmant
Maar ook een tikkeltje verlegen,
Op Soestdijk de koningin een hand:
Ik heb 'm nooit meer teruggekregen.


Eigen schuld, vonden mijn vriendjes. "Eéns gegeven blíjft gegeven", schamperden zij, maar ik zat er toch maar mooi mee. Of liever gezegd: ik zat juist zónder. Als mijn vader in die dagen eens tegen me zei: "Kom joh, steek je handen eens uit de mouwen", dan barstte ik altijd weer in snikken uit, want ik had maar één hand om uit één mouw te steken. Later heeft mijn vader zich in dat opzicht aan mijn handicap aangepast. Als hij me weer eens tot activiteit wilde aansporen, zei hij keurig: "Vooruit, laat je hand eens wapperen". Zoals Mosje Dajan destijds zélf zijn vocabulaire aan zijn ongemakkelijke situatie aanpaste en tegen zijn secretaresse zei: "Kan ik je even onder drie ogen spreken?"
Pas veel later heb ik troost gevonden bij een soortgelijke ervaring, die de dichter Daan Zonderland (nee, niet: Zonderhand) in zijn jonge jaren heeft opgedaan, toen hij een man om de hand van diens dochter vroeg en al de volgende morgen een pakketje ontving. Of in zijn eigen woorden in Letterlijk:
Daan Zonderland


"Geachte Heer, ik moet u danken
Voor het postpakket dat ik ontving.
Maar u vergeeft mij ongetwijfeld
Een zekere teleurstelling.


Toen ik de hand vroeg van uw dochter,
Die ik hartstochtelijk bemin, 
Deed ik zulks niet in letterlijke,
Doch overdrachtelijke zin".


Te vinden in zijn bundel Er zwom een garnaal door het Kattegat, bl.164.
Toch is het best onhandig hoor: één hand, al kan het altijd nog erger. Hugo Claus schreef in 1959 een toneelstuk Mama, kijk, zonder handen. Een comedie nog wel.
Het is geen probleem om mij op handen te dragen, maar zélf kan ik een ander maar op één hand dragen, zoals je dat bijvoorbeeld wel eens ziet bij het ijsdansen.
Soms zegt een vrouw wel eens tegen me: "Handen thuis!" en u begrijpt wel, dat op zo'n moment, net als vroeger, het huilen me weer nader staat dan het lachen.


------------------------


* Schakers en bridgers (denksporters) bedienen zich vaak van een uiterst dubieuze en zelfs vrouw-onvriendelijke terminologie. Daar moet ik het toch binnenkort maar eens met u over hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen